Onderzoekers van de University of Penssylvania haalden hersencellen uit een mens en kweekten die op in een laboratorium. Ze lieten die cellen groeien tot een hersenklodder ter grootte van een sesamzaadje. Wat in het kweekschaaltje lag, was een versimpelde miniversie van het menselijke brein. Zo'n mini-orgaan dat gekweekt is buiten het lichaam noemen wetenschappers een organoïde.
Vervolgens plaatsten ze die organoïde in de hersenen van een volwassen rat. Die rat had beschadigingen in het hersengedeelte dat zorgt voor het zicht.
Binnen drie maanden was de klodder samengesmolten met de hersenen van de rat. Het klompje neuronen was aangesloten op de bloedtoevoer van het knaagdier. Ook was er contact met de neuronen van de rat. Toen de onderzoekers de rat namelijk blootstelden aan flitsend licht bleek dat de menselijke neuronen elektrische signalen doorstuurden naar de ogen van het dier.
De onderzoekers hebben niet getest hoe goed de ratten konden zien en welke invloed de transplantatie had op het verdere functioneren van de dieren. Daarvoor is nog meer onderzoek nodig.
In theorie betekent de ontdekking wel dat we straks hersenorganoïden gemaakt uit de stamcellen van een patiënt, kunnen plaatsen in een beschadigd hersengedeelte van diezelfde patiënt. Maar voordat het zover is, zijn we minstens vijf tot tien jaar verder, denken de onderzoekers.
De studie is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Cell Stem Cell.
Source: Nu.nl algemeen