Eliane Lamper
redacteur Online
Miral de Bruijne
redacteur Buitenland
Eliane Lamper
redacteur Online
Miral de Bruijne
redacteur Buitenland
Voor Syriërs komt de zware aardbeving van maandagochtend boven op een rampsituatie waarin ze al jaren leven: de burgeroorlog die al twaalf jaar duurt. "Een aardbeving is het laatste wat we nodig hadden", vertelt George Al Saegh vanuit het zwaar getroffen Aleppo. "Veel huizen zijn ingestort, mensen zijn dakloos geraakt, en we hadden al niks. We leven nog, maar vanbinnen zijn we dood."
De afgelopen drie nachten heeft Al Seagh in zijn auto geslapen in de vrieskou, omdat hij niet meer naar huis kan. "De nacht van de beving was vreselijk. Ik werd wakker omdat alles bewoog, toen het afgelopen was ben ik uit mijn huis gerend en heb ik meteen mijn familie en vrienden gebeld."
Net als in de rest van het getroffen gebied proberen lokale reddingsteams in Aleppo te redden wat er te redden valt. Ze hebben weinig middelen, en moeten mensen met de hand uitgraven. "Ze zijn met te weinig en kunnen het niet aan", zegt Al Seagh. "Er liggen nog heel veel mensen onder het puin." In Syrië zijn al meer dan 3400 doden gemeld.
De internationale hulp in Syrië komt maar moeizaam op gang. Aleppo is in handen van de regering, maar in een deel van het getroffen gebied zitten de oppositie en rebellengroeperingen. President Assad houdt de touwtjes graag stevig in handen wat betreft de hulp die het land binnenkomt. Syriërs in oppositiegebied weten dat ze niet op steun van Assad hoeven te rekenen, en dus niet op hulpgoederen.
In de Syrische hoofdstad Damascus zijn inmiddels de eerste hulpteams en goederen aangekomen, met name uit Arabische landen als Irak, Oman en Egypte. Hulp vanuit westerse landen komt veel langzamer op gang, onder meer omdat de diplomatieke banden zijn verbroken. Ook zijn er sancties, al gelden die niet voor hulpteams en levensreddende middelen.
Maar ook vanuit Damascus duurt het lang voordat het rampgebied is bereikt. Behalve de reddingsteams moeten inwoners van Aleppo het vooral hebben van hulporganisaties die daar al actief waren. Zoals de Nederlandse noodhulporganisatie Dorcas, die meerdere kantoren heeft in heel Syrië.
De hulporganisatie werkt met medewerkers uit de regio zelf, zoals Carole Karam en Moussa Afessa. Beiden wonen in Aleppo en waren tijdens de aardbeving thuis. "Ik heb nog nooit zoiets gevoeld", vertelt Karam. "De schok duurde maar veertig seconden, maar het voelde als een eeuwigheid." Daarna is ze de straat op gerend, zo ver mogelijk van de grote gebouwen vandaan.
Karam wilde meteen mensen om haar heen helpen, vertelt ze. "Maar iedereen was in totale shock en niemand kon op dat moment geholpen worden." Na een slapeloze nacht en vele telefoontjes om te checken of al haar collega's nog in leven waren, heeft ze direct het werk opgepakt. Het kantoor van Dorcas is in slechte staat en binnen kan niet gewerkt worden. Maar op andere locaties worden voedsel en dekens uitgedeeld.
In Aleppo is een tekort aan voedsel, water, medicijnen en brandstof. Als het er al is, kunnen mensen het door de enorme inflatie niet betalen. De stad ligt na hevige bombardementen door het Syrische en Russische leger deels nog in puin. Tienduizenden gebouwen waren al zwaar beschadigd, en daar kwam de klap van de aardbeving nu nog bovenop. Verder is er een cholera-uitbraak in het land, die nu naar verwachting nog verder zal uitbreiden.
Ook Afessa biedt hulp aan zijn stadsgenoten in Aleppo, en moet zijn gezin dan thuis achterlaten. Overdag zitten zijn kinderen thuis. "Mijn zoon durft het huis niet in, hij zit buiten bij de voordeur te wachten op een volgende aardbeving", zegt Afessa over de situatie. "Een van zijn beste vrienden is omgekomen, dus hij is bang dat hij of een geliefde de volgende is."
De zoon van Afessa is geen uitzondering. Beide hulpverleners zien hoe mensen getraumatiseerd zijn en in totale shock. Voor nu richten ze zich op crisishulp, maar ze vrezen voor de toekomst. "Nu is er vooral vraag naar eten, verwarming en medicijnen, maar ik ben bang dat we later te maken gaan krijgen met mentale problemen", zegt Karam. "Dan moet ook daar hulp voor komen."
Maar vandaag leven Syriërs met de angst dat ook hun huis instort. Daarom slaapt bijna niemand meer thuis. Mensen vinden onderdak in kerken, moskeeën en scholen. Afessa en zijn gezin slapen net als Al Saegh in hun auto. "We staan op een plein, ver van hoge gebouwen met zo'n tweeduizend auto's die worden gebruikt om de koude nachten door te komen.
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws