Home

Iraans regime viert 44-jarige islamitische revolutie, protesten gaan door

Iran heeft met onder meer een militaire parade en veel vlagvertoon de 44ste verjaardag van de islamitische revolutie in het land gevierd, tegen de achtergrond van de aanhoudende protesten tegen het Iraanse regime.

President Raisi hield op het Azadi-plein in Teheran een toespraak, waarin hij de protesten "door het buitenland gesteunde opstanden" noemde. De demonstraties, die vanaf september onafgebroken gaande zijn, zijn volgens Raisi vruchteloos. Hij zei dat buitenlandse machten er niet in geslaagd zijn Iran te destabiliseren.

De toespraak van Raisi en de viering in Teheran werden op de staatstelevisie uitgezonden. Hackers wisten de uitzending een korte 20 seconden te onderbreken.

Sinds de uitbraak van de protesten heeft het Iraanse regime al vaker met de beschuldigende vinger naar het Westen gewezen. Het gaat daarbij met name om de Verenigde Staten, die zware sancties tegen Iran hebben ingesteld.

Maar waar het regime de islamitische ommekeer in 1979 vierde, strijden veel (overwegend jonge) Iraniërs juist voor het eind van het streng-religieuze regime. Zij trokken de voorbije maanden met gevaar voor eigen leven de straat op.

Nog altijd protesten

De golf van protesten kwam in september op gang als reactie op de dood van de Iraans-Koerdische Mahsa Amini. Aanvankelijk waren de demonstraties gericht tegen alle beperkingen die vrouwen in Iran worden opgelegd, maar al snel uitten demonstraten hun algehele onvrede over het dictatoriale regime. Met name in de Koerdische steden werd hevig gedemonstreerd.

De demonstraties bleken voor het regime moeilijk te beteugelen. Uiteindelijk werden de protesten met harde hand neergeslagen. Hoeveel doden bij de bloedige protesten zijn gevallen is onduidelijk - volgens activisten buiten Iran gaat het om zeker 528 slachtoffers. Zo'n 20.000 mensen zouden bovendien zijn vastgezet door de Revolutionaire Garde.

Het einde van de protesten lijkt niet in zicht. Zo circuleerden op sociale media filmpjes van Iraniërs die aan de vooravond van de viering van de revolutie vanuit hun huizen "dood aan Khamenei" en "dood aan de Islamitische Republiek" schreeuwden. Ayatollah Ali Khamenei is de hoogste geestelijke leider en de facto de machtigste man van het land.

In een online video riep hackerscollectief The Justice of Ali Iraniërs vandaag via Twitter op om hun geld van de bank te halen en volgende week weer te demonstreren.

De revolutie in Iran begon in 1977 toen studenten in opstand kwamen tegen het dictatoriale en pro-westerse regime van de sjah Reza Pahlavi. Hij werd gesteund door de Verenigde Staten en de studenten eisten een staat met een sterker Perzisch en islamitisch karakter. Er volgden demonstraties die hardhandig werden neergeslagen. De weerstand tegen het regime groeide ondertussen.

Op 16 januari 1979 ontvluchtte de sjah het land, waarop de gevluchte geestelijk leider ayatollah Khomeini direct terugkeerde, na vijftien jaar in het buitenland in ballingschap te hebben geleefd. Hij hield felle toespraken voor de vrijheid, tegen de dictatuur en tegen de Amerikaanse invloed.

In april 1979 was de Islamitische Republiek Iran een feit. Khomeini benoemde een regering, herschreef de grondwet en werd zelf de machtige leider die Iran bestuurde langs de lijnen van de streng-islamitische sharia.

Buitenland

Deel artikel:

Source: NOS nieuws

Previous

Next