Griekenland en Turkije hebben al tientallen jaren een gespannen relatie. Toen Erdogan in 2017 Griekenland bezocht, was dat pas het tweede presidentiële bezoek vanuit Turkije ooit.
Maar de afgelopen maanden stonden weer in het teken van verwijten over en weer. Turkije beschuldigt Griekenland ervan de vele eilandjes in Egeïsche Zee te militariseren, terwijl de Grieken de oorlogstaal van Turkije zat zijn.
Een dag na de aardbeving waren Griekse reddingswerkers al actief in het getroffen gebied. Niet veel later vielen buitenlandministers Nikos Dendias en Mevlüt Çavusoglu elkaar in de armen, voorafgaand aan hun bezoek aan het aardbevingsgebied.
De relatie tussen Turkije en Armenië is nog veel slechter. De grens tussen beide landen zit daardoor al ruim dertig jaar op slot. Het grote twistpunt is al ruim een eeuw lang de zogeheten Armeense kwestie. Daarnaast is Turkije een bondgenoot van Azerbeidzjan, waarnee Armenië de laatste jaren meermaals in oorlog was.
In 2022 kwamen er gesprekken tussen Turkije en Armenië op gang. Vorig jaar werd ook voor het eerst in twee jaar weer gevlogen tussen beide landen. Na de aardbeving werd een grenspost voor het eerst in 35 jaar weer geopend om hulpgoederen Turkije binnen te krijgen. Ook waren Armeense reddingsteams actief in het aardbevingsgebied.
Vorige week werd bovendien afgesproken om een historische brug en andere infrastructuur te herstellen. Dit vormt mogelijk de opmaat tot het heropenen van de grenzen, zei de Armeense minister van Buitenlandse Zaken Ararat Mirzoyan in het bijzijn van zijn Turkse collega Çavusoglu.
Zweden en Turkije liggen overhoop over de toetreding tot de NAVO van het Scandinavische land. Turkije wil dat Zweden eerst mensen uitlevert die het beschouwt als Koerdische terroristen of als betrokkenen bij de couppoging van 2016.
De relatie verslechterde na een koranverbranding bij de Turkse ambassade in Stockholm. Turkije schortte daarop de lopende gesprekken met Zweden (en Finland) over een akkoord voor toetreding op. Dat weerhield Zweden er niet van om 45 reddingswerkers naar Turkije te sturen, samen met speurhonden.
Afgelopen donderdag werd bekend dat de gesprekken halverwege maart hervat worden.
Of de 'aardbevingsdiplomatie' tot een blijvend positief resultaat zal leiden, waagt Selim Koru te betwijfelen. Hij is verbonden aan het Amerikaanse Foreign Policy Research Institute en de Turkse denktank TEPAV. "Of er definitieve oplossingen komen, hangt af van de vraag waarom er in überhaupt problemen waren. Als die het gevolg zijn van een bepaald wereldbeeld dat land A eropna houdt, terwijl land B de zaken heel anders ziet, dan is een probleem niet zomaar opgelost."
Koru wijst als voorbeeld naar de relatie tussen Turkije en Rusland. Die houden wat hem betreft een vergelijkbaar wereldbeeld eropna, waardoor ze ondanks grote meningsverschillen en soms knallende ruzie toch samen kunnen werken.
Dat ligt volgens Koru anders bij de problemen die Turkije met Griekenland en Zweden heeft. "Dat zit echt op het niveau dat de een moet toegeven dat de ander gelijk heeft."
Voor het herstel van de relatie tussen Turkije en Armenië heeft Koru betere hoop. "In tegenstelling tot bij Griekenland en Zweden, is in de gesprekken tussen Turkije en Armenië geen spraken van westerse inmenging. In dit geval in de vorm van de EU. Armenië zit in de invloedssfeer van Rusland en daar kan Turkije mee door een deur."
Berk Esen neemt een ander standpunt in. De adjunct-hoogleraar politieke wetenschappen en internationale betrekkingen aan de Turkse Sabanci-universiteit verwacht dat er met betrekking tot Zweden nog wel handjeklap mogelijk is.
"Het antiwesterse sentiment is na de aardbeving wat minder. Dat kan Erdogan mogelijk in zijn voordeel gebruiken door een akkoord voor toelating van Zweden tot de NAVO te koppelen aan extra westerse hulp voor de wederopbouw."
Dan moeten de partijen overigens wel vaart maken, vult Esen aan. Turkije zit in een verkiezingsjaar en als de regering vasthoudt aan de gesuggereerde datum van 14 mei, dan gaat het parlement al snel met reces.
Hoewel de verschrikkingen van de puinhopen en de tienduizenden doden het nieuws bepaalden, waren er buiten het zicht van de (internationale) camera's overigens meer hoopvolle ontwikkelingen ter plaatse. Zo waren er maar liefst 88 reddingswerkers uit Oekraïne in het aardbevingsgebied aan de slag.
"Er is een oorlog in ons land, maar het was direct duidelijk dat we te hulp moesten schieten", aldus woordvoerder Oleksandr Khorunzhyi van de Oekraïense reddingsdienst.
Ten slotte was er op een heel ander punt verbroedering zichtbaar, namelijk op het voetbalveld en tussen supporters van de grote Turkse voetbalclubs. Wedstrijden in het betaald voetbal waren tot afgelopen weekend opgeschort, maar landskampioen Trabzonspor moest op 16 februari alsnog in actie komen in de Conference League. Op de tribune zaten de voorzitters van Besiktas, Fenerbahçe, Galatasaray en Trabzonspor gebroederlijk naast elkaar, net als de fans.
In politieke arena staan de partijen echter meer dan ooit tegenover elkaar. Waar in andere landen grote rampen soms voor eenheid zorgen, heeft de aardbeving in Turkije de politiek tegenstelling voorlopig alleen maar vergroot. Daar besteedt NU.nl spoedig ook aandacht aan.
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl algemeen