Pal voor het huis van Nel en Wout van Kouwen in Stad aan 't het Haringvliet op het eiland Goeree-Overflakkee staat een bushalte. Makkelijk, zou je denken, want in het dorp van vijftienhonderd inwoners zijn niet zoveel voorzieningen. Dan kunnen ze zo de bus pakken naar grotere plaatsen.
Zou je denken, want de busverbinding met Stad aan 't Haringvliet is de laatste jaren steeds verder verschraald. "Toen we hier in 2006 kwamen wonen, ging de bus nog elk half uur", vertelt de 66-jarige Wout.
Nu is dat nog maar één keer in de anderhalf uur. En dan wordt de bus ook nog eens gereden door vrijwilligers. Dat gebeurde pas nadat het dorp actie had gevoerd vanwege de verdwenen busverbinding.
Als een van de vrijwilligers ziek is, rijdt er helemaal geen bus. Daarnaast kunnen er maar acht mensen in het busje. Het gebeurt geregeld dat een passagier anderhalf uur moet wachten op de volgende bus.
Anderhalf jaar geleden was dat nog anders. Toen ging er nog een reguliere lijnbus door Stad aan 't Haringvliet. Maar begin 2022 zette vervoersbedrijf Connexxion daar een streep doorheen. Er gingen te weinig mensen met de bus en daarmee werd stoppen in Stad aan 't Haringvliet te duur.
Er is ook een bushalte aan de rand van het dorp gekomen. Maar voor veel ouderen is dat te ver lopen, dus zij kunnen daar geen gebruik van maken.
Niet alleen op het eiland Goeree-Overflakkee zijn buslijnen geschrapt. Het gebeurt op veel meer plekken in het land, concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in oktober.
Het streekvervoer, zoals de busverbinding met Stad aan 't Haringvliet, ligt in handen van een vervoersbedrijf. De provincie bepaalt welk bedrijf dat is. Zij bepaalt ook hoe vaak een bus door een bepaalde plaats moet rijden. De vervoerder krijgt daarvoor subsidie.
Als een lijn te weinig oplevert, kan het vervoersbedrijf aan de provincie voorstellen om die te schrappen. Uiteindelijk neemt de provincie dat besluit.
Het schrappen van buslijnen zorgt voor "vervoersarmoede". Dat merken vooral mensen die in landelijk gebied wonen en geen auto hebben. Volgens het PBL lukt het 30 procent van de ouderen die zijn aangewezen op het openbaar vervoer niet om binnen een half uur in een ziekenhuis te zijn. 12 procent lukt dat ook niet in drie kwartier.
"Ouderen gaan weg bij ons uit het dorp en verhuizen naar grotere plaatsen", zegt Piet Diepenhorst, lid van de Dorpsraad van Stad aan 't Haringvliet. "Als je geen auto hebt, wordt het heel lastig."
Dat merkt ook Wout van Kouwen, die zelf wel een auto heeft. Geregeld moet hij zijn vrouw ophalen uit Middelharnis, als de bus voor haar neus is weggereden. Een ritje van nog geen tien minuten, maar wachten op de volgende bus duurt anderhalf uur.
"Het is al een keer of drie, vier gebeurd dat ik verpleegkundigen zag wachten bij de bushalte. Ik stopte en ze zeiden dat de bus niet kwam", vervolgt hij. "Ze moesten naar hun werk, dus toen heb ik ze maar gebracht."
"Op deze manier krijg je maatschappelijke ongelijkheid", vindt Diepenhorst. "Als je geen auto hebt, word je achtergesteld. Ik vind dat elke burger dezelfde rechten moet hebben. Je ziet het verarmen. Nog één stapje en dan is hier niks meer over."
Source: Nu.nl algemeen