Ruim zes op de tien Nederlanders is voorstander van het afschaffen van rente op studieleningen, blijkt uit een enquête van ANP en Kieskompas, die door een representatieve groep van bijna 5000 Nederlanders werd ingevuld.
De rente zakte eind 2016, na de afschaffing van de basisbeurs, naar 0 procent en werd vastgezet voor vijf jaar. Begin dit jaar verhoogde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de rente op studieleningen.
Voor studenten aan het hbo of de universiteit gaat het om een rente van 0,46 procent, voor mbo geldt een rentetarief van 1,78 procent. Hbo- en universiteitsstudenten die voor 2015 al studeerden moeten ook het hogere tarief betalen.
Het onderzoeksinstituut Kieskompas heeft gebruik gemaakt van het eigen Nederlandse panel om zo een representatieve uitkomst te krijgen. Dit panel bestaat uit 190.000 Nederlanders die na het invullen van een Kieskompas hebben aangegeven mee te willen werken aan wetenschappelijk onderzoek op vrijwillige basis. Zo'n 16.000 van hen zitten in een VIP-panel die zijn gewogen naar provincie, leeftijd, geslacht, opleiding, migratieachtergrond en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021.
De dataverzameling voor dit onderzoek vond eind januari 2023 plaats en leidde tot een gewogen steekproef van 4871 respondenten uit het VIP-panel.
Het is voor het eerst sinds 2016 dat de rente op de studieschuld hoger dan 0 is. De hoogte van de rente is gekoppeld is aan de rente die de overheid betaalt over staatsleningen.
Toen in 2015 het leenstelsel zijn intrede deed, werd er volgens veel studenten beloofd dat de rente 0 zou zijn, het zogenaamde 'gratis lenen'. Hoewel ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dit nooit beloofd hebben, deden zij wel uitspraken die de studieschulden bagatelliseerden.
Zo wilden opeenvolgende ministers niet dat de studieschuld bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) geregistreerd zou worden, omdat dit een afschrikwekkende werking zou hebben. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) was bezorgd over de financiële weerbaarheid van huishoudens, omdat ze hun te hoge hypotheek niet zouden kunnen betalen, doordat hun studieschuld niet ingezien kon worden door de hypotheekverstrekker.
Op 1 september 2015 begonnen de eerste studenten aan hun studie zonder ondersteuning van de basisbeurs. De basisbeurs, ingevoerd in 1986, werd afgeschaft, waardoor de meeste studenten moeten lenen om hun studie te kunnen betalen. De voorwaarden voor het terugbetalen van de studieschuld veranderde wel voor studenten die onder het leenstelsel vielen. Zij mogen de schuld terugbetalen in 35 jaar, waar dat eerst 15 jaar was. Mbo-studenten behielden hun basisbeurs, maar moeten hun lening binnen 15 jaar terugbetalen.
Het geld dat met het afschaffen van de basisbeurs bespaard werd, zou naar investeringen in het onderwijs gaan. Die investeringen zouden volgens toenmalig minister Bussemaker oplopen tot een miljard in 2026. In de praktijk bleek dat door onder andere bezuinigingen in het onderwijs niet zo te zijn. Studentenorganisaties voerden jarenlang actie tegen het leenstelsel, omdat het systeem zou leiden tot kansenongelijkheid, hoge schulden, te hoge prestatiedruk en psychische klachten.
Vanaf studiejaar 2023-2024 komt er opnieuw een basisbeurs voor het hoger onderwijs. Studenten die tijdens het leenstelsel zijn afgestudeerd, kregen na hun studie een studievoucher ter waarde van 2000 euro. Zij krijgen die nu als 1770 euro korting op hun lening of krijgen het bedrag uitgekeerd als de lening inmiddels is afgelost, maar worden verder niet gecompenseerd.
Voor veel (oud-)studenten van het leenstelsel maken zich zorgen over de stijgende rente en voelen zich opnieuw benadeeld. Naast een veel hogere studieschuld, worden zij niet gecompenseerd en moeten ze wel een hoger rentetarief gaan betalen. Het grootste gedeelte van de studenten die geen basisbeurs ontving is onlangs begonnen met terugbetalen of moeten daar binnenkort mee beginnen.
Het is daarom niet verassend dat jongvolwassenen in de enquête van het ANP en Kieskompas het vaakst aangaven van de rente op studieschuld af te willen. Van de jongvolwassenen, in de leeftijd van 18 tot 34 jaar, gaf bijna 8 op de 10 aan terug te willen naar 'gratis lenen.' Ook onder alle andere leeftijdsgroepen is echter sprake van een meerderheid die voor het afschaffen van de rente is.
Binnenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws