Het gaat goed met de bever in Nederland. Zelfs zo goed dat we de aanwezigheid van het knaagdier soms lastig vinden. Bevers bouwen burchten en dat doet het dier - net als de das - soms op plekken waar dat voor mensen niet handig is.
Tientallen jaren geleden was de bever verdwenen uit Nederland, maar sinds ze in 1988 in de Biesbosch werden uitgezet gaat het goed. Het verbinden van natuurgebieden heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld, zegt Ellen van Norren van de Zoogdiervereniging. "En het niet meer bejagen ook."
Voor de otter was het lastiger om het leefgebied weer geschikt te maken. Ook deze soort was uit Nederland verdwenen en is in 2002 weer uitgezet in de Weerribben-Wieden.
"Een otter heeft echt goede waterkwaliteit nodig", zegt Van Norren. "In de jaren tachtig leek veel water op rioolwater. Er dreven dode vissen in en het stonk."
De waterkwaliteit is enorm verbeterd al is dat vaak nog niet op het gewenste niveau. Overigens wordt een kwart van de otters doodgereden. Daar ligt dus ook nog wel een verbeterpunt.
Soorten die ook geprofiteerd hebben van de verbeterde waterkwaliteit zijn zeehonden. In de Noordzee leven grijze en gewone zeehonden.
Ze profiteren vooral van het verbod op niet afbreekbare verontreinigingen. "Dat slaan ze op in hun vetlaag en daarmee vergiftigden ze zichzelf als het ware", zegt Van Norren. "Dat is nu een stuk beter geworden."
We gaan weer terug naar land. Daar gaat het ook goed met de franjestaart, een vleermuizensoort. Het gaat met lang niet alle vleermuizen goed. Windmolens en isolatie van spouwmuren doen ze vaak de das om.
Maar met de franjestaart gaat het wel goed. Dat komt doordat bossen steeds ouder worden. "Tot in de jaren zeventig en tachtig ruimden we oude bossen op", vertelt Van Norren. "Maar sinds de jaren tachtig laten we oude bomen staan."
Daar profiteert de franjestaart dus van, die holen in de zomer gebruikt om in te verblijven. Ook met de bosvleermuis gaat het steeds beter.
Ook sommige vlinders profiteren van de steeds ouder wordende bossen. Neem bijvoorbeeld de grote weerschijnvlinder. Dertig jaar geleden kwam die nauwelijks voor in Nederland, maar inmiddels is deze vlinder in het hele land te vinden.
"Je ziet ook dat bos veel meer is gericht op variatie. Het is niet meer een grote donkere massa", legt Kars Veling van de Vlinderstichting uit. "Neem bijvoorbeeld het Kuinderbos", zegt hij. "Daar heeft Staatsbosbeheer paden open gekapt. Dan zie je dat vlindersoorten daar direct op reageren."
Niet alleen de grote weerschijnvlinder komt in dat soort gebieden meer voor. Ook de kleine ijsvogelvlinder is de laatste jaren succesvol.
Veel insecten zuchten onder de grote hoeveelheid stikstof in de Nederlandse natuur. Maar een vlindersoort die daar minder last van heeft is het oranjetipje.
"Het is een soort die niet zo zeldzaam is en die mensen in deze periode kunnen zien vliegen", zegt Veling. Met name de laatste twintig jaar gaat het oranjetipje in aantallen sterk vooruit. "Het is een soort die wat minder gevoelig is voor stikstof."
"In de jaren zeventig ging het heel slecht met roofvogels", vertelt Marc Scheurkogel van de Vogelbescherming. De oorzaak was het gebruik van de giftige insectenverdelger DDT.
Roofvogels kregen dat via hun prooien veel binnen en stierven. Nadat er een verbod op kwam, ging het steeds beter met roofvogels.
Doordat ook steeds meer natuurgebieden actief beschermd werden, kon bijvoorbeeld de zeearend terugkeren. De 'vliegende deur' (vanwege zijn spanwijdte van ruim 2 meter) broedt sinds 2006 in de Oostvaardersplassen en vliegt inmiddels op veel meer plekken in het land.
Net als de otter en de bever is ook de terugkeer van de visarend een voorbeeld van wat er kan gebeuren als de waterkwaliteit omhoog gaat.
Sinds de visarend in 2016 een nest maakte in de Biesbosch broedt de roofvogel weer in Nederland. "Je ziet dat het beschermen van Natura 2000-gebieden als gevolg hebben dat sommige soorten het heel goed doen", vertelt Scheurkogel.
Een niet zo bekende vogel, maar de cetti's zanger laat zich steeds vaker luid en duidelijk horen vanuit het riet. De vogel doet het goed als winters warmer zijn en de vraag is dan ook of we dit in het kader van klimaatverandering wel echt als positief moeten bestempelen.
Tot een aantal jaar geleden werd de cetti's zanger niet zo veel in Nederland gezien, maar de soort is enorm toegenomen. Vooral in de Biesbosch hoor je hun vrolijke gezang veel.
Met de boomkikker ging het heel slecht in ons land. Vroeger - laten we zeggen tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw - kwam de soort veel voor. De boomkikker leeft in bomen en struiken en het "kleinschalig agrarisch landschap" was erg geschikt voor het dier, vertelt Jelger Herder van RAVON.
"Er waren veedrinkpoelen en heggen. Maar door intensivering en ruilverkaveling was de soort bijna helemaal teruggedrongen tot in natuurgebieden", legt Herder uit.
Door beschermingsprojecten is de boomkikker de laatste 25 jaar met sprongen vooruit gegaan.
Als we weer onder water kijken, zien we dat het met de snoek best goed gaat. Ook hier is de oorzaak weer verbeterde waterkwaliteit.
"De snoek jaagt met zijn grote ogen op zicht. Hij houdt van helder water met veel planten", zegt Herder. "Door maatregelen is het water de afgelopen decennia helderder geworden en daar profiteert de snoek van."
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl algemeen