De kiem van het bloederige conflict wordt gezaaid in 1921. Dan komt er een eind aan de Ierse onafhankelijkheidsoorlog tussen het Ierse Republikeinse Leger (IRA) en het Britse leger. Het Ierse eiland wordt in twee delen gesplitst: een onafhankelijk zuidelijk deel, met een katholieke meerderheid, en een noordelijk deel, waar protestanten de grootste bevolkingsgroep vormen. Het noordelijke deel, Noord-Ierland, blijft onderdeel van het Verenigd Koninkrijk.
De splitsing leidt tot botsingen: een groot deel van de Noord-Ierse bevolking is nog katholiek, terwijl de protestanten de dienst uitmaken. Noord-Ierse katholieken worden jarenlang gediscrimineerd en komen eind jaren zestig in opstand.
De situatie loopt dan volledig uit de hand: paramilitaire groepen van beide kanten voeren bombardementen en beschietingen uit. Het Britse leger stuurt in 1969 zelfs troepen naar Noord-Ierland, maar zij kunnen het geweld niet in de kiem smoren.
Na de Britse ingreep wordt het geweld juist heviger. Vooral tussen de eerdergenoemde IRA - de paramilitaire groep die Noord-Ierland los wil trekken van het VK en een verenigd Ierland nastreeft - en tegenhanger Ulster Defence Association (UDA). De UDA vecht dan voor de protestanten die onderdeel van het VK wilden blijven.
1972 wordt gezien als het ergste jaar van 'The Troubles'. Op 30 januari van dat jaar, beter bekend als 'Bloody Sunday', schiet het Britse leger 28 ongewapende demonstranten neer. Veertien van hen overlijden. Een half jaar later komen nog eens negen mensen om het leven, toen vanwege een reeks IRA-bombardementen.
Vanaf de jaren tachtig wordt steeds vaker over vrede gesproken. In 1994 leidt dat zelfs tot een staakt-het-vuren van de IRA en zijn loyalistische tegenhangers UDA en UVF. Maar met weinig succes: de besprekingen leiden nergens toe en het staakt-het-vuren wordt snel geschonden.
Dat verandert wanneer Tony Blair het in 1997 voor het zeggen krijgt in het VK. Onder leiding van premier Blair belanden de vredesonderhandelingen in een stroomversnelling. Aan tafel zitten de Britse en Ierse regering, maar ook acht Noord-Ierse politieke partijen. Onder hen Sinn Féin, toen de politieke tak van de IRA.
Op 10 april 1998, Goede Vrijdag, komt het na enkele spannende dagen toch tot een akkoord. Het Goedevrijdagakkoord (of het akkoord van Belfast) wordt ondertekend. Met het akkoord komen 'The Troubles' ten einde.
Het Goedevrijdagakkoord verandert een hoop. In de deal wordt vastgelegd dat Noord-Ierland onderdeel blijft van het VK, maar zich via een referendum bij Ierland kan voegen. Ook wordt afgesproken dat er nooit meer een harde grens komt tussen Ierland en Noord-Ierland.
Verder wordt de Noord-Ierse regering opnieuw ingericht: het bestuur moet uit zowel unionisten (die bij het VK willen blijven) als republikeinen (die één Ierse republiek nastreven) bestaan. Zo worden beide groeperingen vertegenwoordigd, wat eventuele conflicten moet voorkomen.
De Brexit bracht het Goedevrijdagakkoord weer naar de voorgrond. De Britse wens om uit de Europese Unie te stappen zorgt voor flink wat hoofdbrekens in 2016. Met een vertrek uit de EU horen er weer douaneposten te komen tussen Ierland en het stukje VK waar de Ieren een eiland mee delen. Maar volgens het akkoord mag dit niet.
Dus wordt er, na jaren van onderhandelingen, een compromis gesloten in 2020: Noord-Ierland blijft in de Europese interne markt, terwijl de rest van het VK daar afscheid van neemt. Hoewel de gevreesde harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland hiermee wordt vermeden, zorgt dit voor nieuwe problemen.
Britten spreken van een nieuwe grens in de Ierse Zee: tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Britse spullen vervoeren naar Noord-Ierland gaat lastig, wat in Londen tot frustratie leidt.
Na maanden van gekissebis tussen de EU en het VK wordt in februari van dit jaar een deal gesloten, die de grootste kopzorgen moet wegnemen.
Source: Nu.nl algemeen