Op Eerste Paasdag zag RIVM-onderzoeker Joost Wesseling de fijnstofconcentraties oplopen, met name in het noordoosten. "Daar gingen de concentraties vrij snel omhoog."
Groningen had zaterdag al te maken met een piek door de eerdere paasvuren in Duitsland. Die provincie had een tweede piek op de avond van Eerste Paasdag. Friesland, Overijssel en Drenthe kregen vooral op zondagavond te maken met meer fijnstof in de lucht.
"De concentraties die we gemeten hebben, waren best wel hoog", zegt Wesseling. Het ging om 100 microgram per kubieke meter. Daarmee was de luchtkwaliteit in Noord-Nederland zondag slecht te noemen. Ter vergelijking: op een gemiddelde dag komt dit getal op 15 à 16 microgram per kubieke meter uit.
Vooral mensen met astma en COPD, een verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem, kunnen klachten krijgen als de luchtkwaliteit slecht is. Zij kunnen last krijgen van een piepende ademhaling, hoesten en kortademigheid.
Het RIVM raadde hun eerder aan om binnen te blijven in de periode waarin de paasvuren branden en zich niet te veel in te spannen. Dat zou klachten kunnen voorkomen.
Volgens Wesseling vallen de gezondheidsklachten voor de meeste mensen mee als het fijnstof op 100 microgram per kubieke meter uitkomt. "Mensen ruiken het vaak eerder dan dat ze last krijgen van luchtwegen."
Op maandagmiddag is de hoeveelheid fijnstof in de noordelijke provincies alweer bijna normaal te noemen.
Wesseling verwacht dat de fijnstofcijfers maandagavond mogelijk wel weer iets oplopen. "Als er vanavond nog vuren aangaan in de oostelijke provincies, dan zullen we daar vast nog wat van meten."
Toch verwacht hij dat de hoeveelheid fijnstof in de lucht op Tweede Paasdag al met al meevalt. "Omdat de wind dus gunstig staat." Die draait naar het zuiden en neemt waarschijnlijk aan kracht toe. Wind verspreidt en verdunt het fijnstof.
Source: Nu.nl algemeen