Home

Profiel Het podium was voor Paul van Vliet zijn tweede thuis

Van Vliet wordt in 1935 geboren in Den Haag. Hij komt voor het eerst in aanraking met cabaret als hij tijdens zijn studie rechten het Leidsch Studenten Cabaret opricht.

De groep speelt in de jaren vijftig en zestig honderden voorstellingen, die op grote belangstelling kunnen rekenen. Het Leidsch Studenten Cabaret toert zelfs door Noord- en Zuid-Amerika. Van Vliets eerste vrouw, Liselore Gerritsen, maakt ook deel uit van de groep.

In 1964 begint Van Vliet direct na zijn studie een eigen cabaretgezelschap onder de naam Cabaret PePijn. Samen met collega en vriend Ferd Hugas vindt hij in het centrum van Den Haag een leegstaand pakhuis, dat ideaal lijkt om een klein theater in te bouwen. Voor de verbouwing leent hij 64.000 gulden.

PePijn, dat snel een begrip wordt in Den Haag, heeft honderd stoelen. Cabaret PePijn treedt er regelmatig op, maar wordt populairder en gaat de grote Nederlandse zalen in. Van Vliet is populair, zelfs bij het koningshuis. Bij de ondertrouw van prinses Beatrix en prins Claus treedt hij op in de Ridderzaal. De cabaretier kent Beatrix nog uit zijn jongere jaren, toen ze samen studeerden. Sindsdien zijn ze goed bevriend gebleven.

Later geeft Van Vliet regelmatig acte de présence voor het koningshuis. Hij wordt daarom ook wel gekscherend 'De Hofnar' en 'Oranje Paultje' genoemd.

De groep Cabaret PePijn wordt in 1971 opgeheven, maar Van Vliet blijft bij het theater betrokken. Het wordt een kweekvijver voor jong cabarettalent. Onder anderen Youp van 't Hek, Herman Finkers, Jochem Myjer, Theo Maassen en Harrie Jekkers speelden er in hun beginjaren. Van Vliet staat hen, als ze dat willen, bij als mentor. "Paul is een van de weinige collega's die echt hun kennis willen delen", zegt Myjer.

Tijdens de voorstellingen van Cabaret PePijn treedt Van Vliet voor het eerst solo op met Een avond aan zee. Het is het begin van een traditie waarbij Van Vliet elke zomer in Scheveningen optreedt, eerst in het Kurhaus en later in het Circustheater. Hij voert Avond aan zee met Paul van Vliet zo'n dertig jaar lang op.

Na zijn eerste solovoorstelling volgen een twintigtal soloshows waarmee hij langs de Nederlandse theaters reist. Ook op televisie scoren de shows hoge kijkcijfers.

Net als veel van zijn collega-cabaretiers is Van Vliet bekend van een aantal typetjes. Zo geeft hij gestalte aan Majoor Kees, Haagse Benny en De Boer (met de inmiddels befaamde uitdrukking "Dat zijn leuke dingen voor de mensen"). Meerdere bekende uitspraken uit de koker van Van Vliet krijgen een plek in de Dikke Van Dale. Zoals "Te groot voor de poppen, te klein voor de kerels", uit zijn liedje Meisjes van dertien.

Verder vertolkt Van Vliet rollen in diverse toneelstukken en musicals, zoals My Fair Lady en Liefdesbrieven, een voorstelling met Anne-Wil Blankers. De cabaretier ontvangt een groot aantal onderscheidingen en prijzen. Zo wint hij een Gouden Harp, een Edison en de Cultuurprijzen van Den Haag, Rotterdam en Vlaanderen.

Ook is hij rid­der in de Or­de van de Ne­der­land­se Leeuw. In 2015 richt hij zelfs zijn eigen academie op.

Van Vliet is bovendien bekend van zijn werk voor UNICEF. In 1992 huldigt Audrey Hepburn hem in als de eerste Nederlandse ambassadeur voor het goede doel. Van Vliet maakt reportages, schenkt aandacht aan UNICEF tijdens zijn shows en vertegenwoordigt de organisatie bij officiële gelegenheden.

Vanwege zijn werk roept UNICEF de Paul van Vliet Award in het leven. De prijs gaat naar organisaties die zich inzetten voor kinderen in Nederland.

Gezondheidsproblemen zijn niet onbekend voor Van Vliet. Begin jaren negentig wordt er een kwaadaardig gezwel in zijn nier ontdekt. Die nier wordt daarna verwijderd. Ook raakt Van Vliet in 2007 depressief.

"Ik heb heel lang geloofd dat mijn enige bestaansrecht het toneel was. Ik was echt helemaal de weg kwijt", vertelt hij in VARAgids. "Toen bleek dat iedereen eigenlijk veel liever en aardiger was en meer van me hield dan ik ooit had gedacht. Dat is een enorme les geweest voor mij."

In 2017 geeft de dan 81-jarige Van Vliet aan dat hij stopt met spelen. "Ik heb altijd gezegd: ik stop op het hoogtepunt", zegt Van Vliet in het AD. Zijn laatste grote show is een zondagmiddagmatinee die hij zes jaar lang elke week speelt in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Hij staat daarna alleen nog incidenteel op het podium. "Ik stel me zo voor dat ik daarna verhalen ga vertellen. Gezeten in een leunstoel, met een klein publiek om me heen", vertelt hij in het AD. In 2021 brengt hij het boek Heimwee naar morgen uit, waarin hij anekdotes deelt over zijn leven en carrière.

Een biografie ziet hij niet zitten. "Toen ik 75 werd, wilden een paar mensen een biografie over mij schrijven. 'Zo interessant is mijn leven niet', heb ik gezegd. 'Doe maar als ik dood ben.'"

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next