Home

April-meistakingen na tachtig jaar herdacht: waarom werd het werk neergelegd?

De april-meistakingen begonnen op 29 april bij machinefabriek Stork in Hengelo. Zo'n drieduizend medewerkers van het bedrijf staakten, zonder zich echt goed te hebben voorbereid.

De staking ontstond toen Duitsland 300.000 Nederlandse oud-militairen wilde afvoeren om te laten werken in hun fabrieken. Duitsland leed namelijk flinke verliezen aan het oostfront en stuurde daarom het fabriekspersoneel richting het slagveld. De Nederlanders moesten de Duitse fabrieken draaiende houden.

Het grootste deel van de opgeroepen oud-militairen weigerde dit. Ook onder de rest van de Nederlandse bevolking ontstond nog meer weerstand tegen de bezetters.

De stakingen verspreidden zich als een olievlek over het land. Twee belangrijke namen daarbij zijn Jan Berend Vlam en Femy Efftink. Vlam wordt gezien als stakingsleider omdat de bijeenkomsten die hij in zijn huis in Hengelo organiseerde, leidden tot de stakingen. Efftink werkte als telefoniste bij de fabriek in Hengelo en belde zo veel mogelijk mensen met de vraag om mee te doen.

Eerst sloten andere bedrijven in Twente zich aan. Uiteindelijk waaide de stakingsgolf over naar onder meer Brabant, Friesland en Groningen. Terwijl het werk tot in de mijnen in Limburg werd stilgelegd, werd er in grotere steden zoals Amsterdam, Den Haag en Rotterdam wel doorgewerkt.

In de volksmond staan de april-meistakingen ook bekend als de 'Melkstaking'. Op meerdere plekken werd namelijk ook de levering van melk aan zuivelfabrieken stilgelegd. De boeren lieten de melk wegstromen, gaven het weg of verkochten het aan anderen. In het Friese dorpje Suameer doet een monument van een melkbus herinneren aan deze opstand.

De Duitsers sloegen de opstand hard neer; er vielen zo'n 175 doden en honderden mensen raakten gewond. Sommige stakers kregen een doodvonnis met behulp van het zogenoemde Politiestandrecht. Tussen de arrestatie van een staker en het doodvonnis zat soms maar een paar uur.

Andere slachtoffers vielen door beschietingen door het Duitse leger of omdat ze naar strafkampen werden gestuurd.

De stakingen zijn een van de grootste uit de Nederlandse geschiedenis. Hoeveel deelnemers er precies waren is lastig te zeggen, de schattingen lopen uiteen van 200.000 tot 500.000 stakers.

Toch is de april-meistaking veel minder bekend dan bijvoorbeeld de Februaristaking. Bij die staking werd op 25 en 26 februari 1941 geprotesteerd tegen de Jodenvervolging. Tienduizenden mensen legden het werk neer. Negen mensen kwamen om het leven door schiet- en vechtpartijen.

Hoe kan het dat deze grotere staking toch zo onbekend is? Experts wijzen erop dat de staking vooral op het platteland plaatsvond en daardoor minder aandacht kreeg. Ook was er niet één partij die de stakingen opeiste, zoals de communistische partij bij de Februaristaking deed.

In 2019 werd de Stichting Herdenking April-meistakingen opgericht. Inmiddels is er ook een boek en een driedelige serie op BNNVARA over de gebeurtenissen tachtig jaar geleden. Bij de herdenking in Hengelo waren een paar honderd mensen aanwezig, onder wie nabestaanden van de slachtoffers.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next