Rens de Ruiter (66) komt uit een Rotterdams gezin, maar woont het grootste gedeelte van zijn leven in Amsterdam. "Mijn ouders en grootouders hebben de bombardementen in mei 1940 nog meegemaakt", vertelt hij. "Dat verhaal maakt altijd heel veel indruk op mij." Daarom vindt hij het belangrijk dat oorlogsverhalen verteld blijven worden.
De Ruiter woont al 27 jaar in de Den Texstraat in het centrum van de stad, maar is niet bekend met de oorlogsgeschiedenis van zijn woning. "Ik heb wel een boek dat de geschiedenis van deze straat en de Joodse bewoners beschrijft. Daar staat een bevolkingsregister uit 1944 in. Daarin wordt ook de familie Van Win genoemd."
De familie Van Win bewoonde De Ruiters woning tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vandaag bezoeken Ernst (64) en Sandra (58) van Win de woning om te vertellen over de oorlogsgeschiedenis van hun familie, en vooral over hun vader Robert, oom Hugo en tante Mieke.
Tijdens de oorlog woonden er veel Joodse gezinnen in de Den Texstraat. "Maar het bijzondere is dat mijn familie waarschijnlijk het enige Joodse gezin in de straat was waarvan iedereen de oorlog heeft overleefd", zegt Ernst van Win.
Toen in het begin van de oorlog paniek uitbrak, maakten veel Joodse buurtbewoners een einde aan hun leven, weet Ernst. "Mijn grootvader zag aankomen dat het verkeerd zou gaan en heeft voor zichzelf en veel oudere familieleden tijdig een onderduikadres geregeld."
Maar zijn zoons besloten alsnog naar het buitenland te gaan. Ernsts oom Hugo wist onder een valse naam onder te duiken in Berlijn. "Hij zei altijd: 'Ik was veiliger in het hol van de leeuw, omdat ik vloeiend Duits sprak en niemand dacht dat een Nederlandse Jood dat zou doen'", vertelt Ernst.
Robert, de vader van Ernst, ontsnapte uit de door de Duitsers als gevangenis gebruikte Hollandse Schouwburg en vertrok met een vals persoonsbewijs naar Parijs. Daar streed hij in het ondergronds verzet, tot hij na een vlucht door de Pyreneeën werd opgepakt en in het Spaanse concentratiekamp Miranda de Ebro (onder het regime van dictator Francisco Franco) terechtkwam. Hij werd na drie maanden bevrijd, met met hulp van de Nederlandse regering. Vervolgens reisde hij via Marokko naar Engeland om daar als Engelandvaarder verder te vechten tegen de Duitsers in de marine.
In de tussentijd was de woning in de Den Texstraat gevorderd door de Duitsers. "Na de oorlog is mijn grootvader teruggegaan. Toen zaten er NSB'ers in", zegt Ernst. Zijn grootvader dreigde de Binnenlandse Strijdkrachten (samenwerking van verzetsorganisaties) in te schakelen als zij het huis niet verlieten. "De volgende dag hebben ze het huis verlaten, maar niet voordat ze alles hadden leeggeroofd."
Ernst heeft zelf ook herinneringen aan de woning in de Amsterdamse binnenstad. Tot zijn zesde woonde zijn oma er nog en kwam hij regelmatig op bezoek. Zijn jongere zus Sandra, die hem vandaag vergezelt, heeft de woning nog nooit vanbinnen gezien.
"Dit is voor mijn zusje en mij heel bijzonder", zegt Ernst. "We hebben ons eigenlijk nooit zo in het verleden verdiept, omdat onze vader altijd naar de toekomst keek en niet graag over de oorlog sprak."
Ernst vindt de moed van zijn familie bijzonder. "Zowel mijn vader als mijn oom is niet passief gebleven in de oorlog", zegt hij. De Dodenherdenking speelt dan ook een belangrijke rol in zijn familie, en dat geeft hij door aan zijn kinderen.
Dit jaar heeft de herdenking een extra lading door de oorlog in Oekraïne, erkent Ernst. Hij vindt dat Nederlanders moeten stilstaan bij het feit dat oorlog "iets verschrikkelijks" is. "Ik ben van de naoorlogse generatie voor wie het leven in het teken stond van lol en plezier en voor wie alles kon. Met lede ogen ziet mijn generatie de enorme ellende in de wereld aan."
De Ruiter, die nu in het huis in de Den Texstraat woont, zegt dat hij de impact van de oorlog op het Europese vasteland ook voelt. "Het oorlogsverhaal blijft relevant, nu meer dan ooit. We moeten stilstaan bij het feit dat oorlog iets verschrikkelijks is."
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei bevestigt dat het gevoel van Ernst en Rens breder leeft. Zo blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek dat meer Nederlanders vrezen voor oorlog en dat meer Nederlanders willen dat er "meer aandacht" komt voor andere oorlogen dan de Tweede Wereldoorlog.
"Wij weten niet precies wat de oorzaak daarvan is, maar we vermoeden zeker dat er een verband met de oorlog in Oekraïne is", zegt het Nationaal Comité tegen NU.nl. "Je ziet dat het voor mensen dichterbij komt. Dat het begrip 'oorlog' realistischer wordt."
Hoewel tijdens de landelijke herdenking niet speciaal wordt stilgestaan bij de oorlog in Oekraïne, benadrukt het comité dat Dodenherdenking voor iedereen een persoonlijke betekenis heeft.
"De herdenking richt zich op de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar iedereen is twee minuten stil met zijn eigen gedachten. Dus iedereen is vrij om die twee minuten zelf in te vullen. Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat mensen stilstaan bij de oorlog in Oekraïne."
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl algemeen