In de zoektocht naar de nationale bloem gaat het om een wilde bloem die bovendien onderscheidend is voor het land. Zo heeft Oostenrijk de edelweiss, die hoog in de Alpen voorkomt, en Duitsland de korenbloem, kenmerkend voor de vele graanvelden in het land.
In de finale zijn in Nederland nog vijf bloemen over: de wilde kievitsbloem, de pinksterbloem, de paardenbloem, het madeliefje en het fluitenkruid. Het zijn stuk voor stuk oer-Nederlandse soorten.
Het fluitenkruid is een typisch Nederlandse bloem, omdat je het in mei op veel plaatsen tegenkomt. Dat komt doordat fluitenkruid een weinig kritische soort is, die graag groeit in (geklepelde) wegbermen met veel stikstof. Met een hoog scherm van piepkleine bloemetjes voegt fluitenkruid de kleur wit toe naast eventueel het geel van koolzaad en scherpe boterbloem.
Waar je plantecologen niet snel zult horen juichen voor deze soort, woont er in ons land een bijensoort die daar anders over denkt: de fluitenkruidbij. Dit kleine donkere bijtje graaft nestgangen in de grond en is vooral afhankelijk van fluitenkruid en zevenblad.
Terwijl fluitenkruid overal voorkomt, geldt dat niet voor de bij. Die bevindt zich vooral in het zuiden en midden van ons land.
Heb jij in je tuin een gazon dat je wel maait, maar niet bemest? Dan is de kans groot dat je ook in eigen tuin maandenlang kunt genieten van de madelief, een kleine bloempje met witte blaadjes en een geel hart.
In natuurlijke graslanden kom je deze laagblijvende bloem een stuk minder vaak tegen, omdat planten daar over het algemeen hoger opgroeien. Daar zie je in mei en juni wel margrieten tussenuit steken. Die bloemen lijken sterk op madeliefjes, maar zijn veel groter. Maar de margriet is al de nationale bloem van Denemarken.
Misschien wel de bekendste van de vijf: de paardenbloem. Ze kunnen in april hele weilanden geel kleuren met bloemen zonder duidelijk te onderscheiden hart. Misschien nog bekender is de uitgebloeide paardenbloem. Die vormt pluisbolletjes die verleidelijk zijn om te plukken en uit te blazen, waarna de zaden meewaaien op de wind.
Paardenbloemen en madeliefjes behoren tot dezelfde familie: composieten. Deze familie biedt doorgaans veel voedsel voor bijen en andere insecten.
Voor ecologen is de paardenbloem weer een wereld op zich. Er bestaan in Nederland namelijk meer dan 250 natuurlijke variaties, microsoorten geheten.
Er zijn later in de lente en in de zomer ook veel bloemen die op paardenbloemen lijken, maar dat niet zijn, zoals havikskruid, muizenoor, leeuwentand en streepzaad. Deze bloemen worden samen gele composieten genoemd.
Als je in april en mei bij (vochtige) weilanden een subtiele waas ziet van wit-lila of lichtroze, heb je met pinksterbloemen te doen.
Deze bloemsluier was een halve eeuw geleden vrijwel overal te zien. Tegenwoordig worden weides met pinksterbloem zeldzamer. Dit komt door toegenomen bemesting en verdroging van het boerenland, waardoor de pinksterbloem vaak naar slootranden is verdreven.
Je kunt ook pinksterbloemen in de eigen tuin hebben, bijvoorbeeld als je een vijver met een moeraszone hebt. Met een beetje geluk kun je dan ook het oranjetipje spotten: een wit vlindertje met (bij het mannetje) opvallend oranje vleugelpunten. Pinksterbloem is een van de waardplanten van deze vlinder - de plant waar de eitjes op worden afgezet.
De wilde kievitsbloem is de enige van de vijf die vrij zeldzaam te noemen is, en is net als de pinksterbloem ook een typisch vochtminnende soort. Deze kwam oorspronkelijk dan ook vooral voor in graslanden die 's winters overstroomden.
De plant is vooral bekend uit graslanden langs de oevers van het Zwarte Water ten noorden van Zwolle en staat daarom ook wel bekend als de 'Zwolse tulp'. Daar staan in april vele duizenden dieproze kievitsbloemen, met zo nu en dan één witte. De tuinversie van dezelfde bloem is vaker wit dan de wilde.
Kievitsbloemen worden door hommels bestoven en hebben onder de grond een bol, die zeer oud kan worden. Net als de pinksterbloem kan ook de kievitsbloem slecht tegen bemesting.
Alhoewel de bloem in heel Europa zeldzaam is, zou verkiezing toch niet helemaal exclusief zijn: de Zweedse landstreek Uppland, ten noorden van Stockholm, heeft de wilde kievitsbloem als regiobloem.
Voor de afweging is uiteindelijk misschien wel de belangrijkste vraag 'hoe je Nederland ziet'. Welke van de vijf bloemen is nou eigenlijk het meest onderscheidend voor Nederland, ten opzichte van de landen om ons heen?
Is Nederland een gazon, een voedselrijke wegberm of toch vooral een waterrijke rivierdelta, met dus planten die van veel vocht houden? Daar kun je op heel verschillende manieren naar kijken. Op 4 juni maakt Vroege Vogels de uitslag bekend. Stemmen kan tot 2 juni.
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl algemeen