Jeugdzorg is een heel uitgebreid begrip. Kort gezegd gaat het over alle hulp voor kinderen tot achttien jaar waar instanties bij betrokken zijn. Het kan gaan om relatief lichte zorg, bijvoorbeeld extra hulp voor iemand met dyslexie. Maar ook heel zware zorg, zoals plaatsing in een pleeggezin.
Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het regelen van jeugdzorg. In de jaren daarvoor regelde Bureau Jeugdzorg dit per provincie. Door het bij gemeenten te leggen dacht het Rijk niet alleen geld te besparen, maar de zorg ook beter te maken. Gemeenten kennen hun (jonge) inwoners immers goed, was het idee.
De eerste stap in het jeugdzorgproces is het sociaal wijkteam van de gemeenten. Bij grotere problemen wordt ook de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) erbij betrokken. Als de RvdK vindt dat de ontwikkeling van een kind in gevaar komt, stapt hij naar de kinderrechter. Die kan het kind koppelen aan een jeugdbeschermer, die het kind begeleidt in meer specialistische zorg of zelfs een uithuisplaatsing.
Omdat de jeugdzorg op bijna al deze stappen vastloopt. De jeugdzorg is nu namelijk zó breed, dat heel veel kinderen onder dit systeem vallen. Ruim twintig jaar geleden maakte nog 1 op de 27 jongeren gebruik van jeugdzorg. Nu is dat 1 op de 7,5.
Daardoor kost de jeugdzorg niet alleen heel veel geld, maar is die zorg ook erg vol. Er zijn enorme wachtlijsten ontstaan. Ondanks het harde werk van alle professionals lijden de kinderen hieronder, bleek al uit meerdere rapporten.
En die problemen zijn al jaren bekend. In november 2022 werd in Den Haag al gesproken over een "crisis" in de jeugdzorg. Een jaar daarvoor had een Commissie van Wijzen al dringend geadviseerd om de jeugdzorg flink aan te pakken. De commissie wilde een agenda waarin wordt benoemd hoe de problemen worden aangepakt, binnen welke tijd en hoe daarbij de kosten niet de pan uit rijzen.
De zogenoemde Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 ligt na lang onderhandelen eindelijk op tafel. Het plan is opgesteld door jongerenorganisaties, professionals, zorgaanbieders, gemeenten en het Rijk.
Dat het zo lang duurde, komt onder meer door het financiële deel van het plan. Dat er flink bezuinigd moest worden was duidelijk, maar tegelijkertijd moet de kwaliteit van de zorg er niet onder lijden. Vorige maand kwamen de gemeenten en het Rijk tot een financieel akkoord.
Nu is ook de rest van de hervormingsagenda zo goed als af. In het 81 pagina's tellende plan staan tien grote opgaven. De belangrijkste punten daaruit zijn dat er beter gekeken moet worden naar wie recht heeft op jeugdzorg. Niet alle problemen hoeven via jeugdzorg opgelost te worden. Soms kunnen gezinnen het ook oplossen met bijvoorbeeld hulp van familie of de juf of meester. Zo blijft er meer tijd over voor kinderen die intensievere hulp nodig hebben.
De partijen willen ook dat er meer wordt ingezet op zorg binnen het gezin. Dat betekent ook dat er minder kinderen uit huis moeten worden geplaatst.
Daarnaast willen ze dat de zorg op grotere, soms zelfs landelijke, schaal wordt ingekocht. Dat verlaagt ook meteen de administratieve lasten voor gemeenten.
Het conceptplan is woensdag voorgelegd aan de achterban van alle partijen. Zij hebben een maand de tijd om te reageren. Daarna wordt het definitieve plan opgesteld.
Pas dan begint het echte werk. De hervormingsagenda is een meerjarenplan waarin de hele tijd wordt gekeken naar wat er beter kan. Het plan kost ook tijd omdat veel veranderingen via de wet geregeld moeten worden. Het aanscherpen van wie er straks nog wel recht heeft op jeugdzorg is daar een voorbeeld van. Het kabinet wil dat wetsvoorstel volgend jaar aan de Tweede Kamer voorleggen.
De betrokken partijen vinden dat het plan een mooie eerste stap is naar het verbeteren van de jeugdzorg. De gezamenlijke branches zeggen in een reactie dat ze nu eindelijk aan de slag kunnen. "Voor ons is het allerbelangrijkst dat de verbeteringen snel merkbaar worden in de dagelijkse praktijk van jongeren", zegt Boris van der Ham namens de branche. "Jongeren en gezinnen verdienen de best passende hulp."