Het Openbaar Ministerie concludeert nu dat de oud-topambtenaar wel had gehoord over de zogenoemde memo-Palmen, maar niet bewust loog dat hij die niet heeft gelezen.
"Uit onderzoek is gebleken dat de memo wel ter sprake is gekomen in overleggen waaraan hij deelnam en dat er in mails wel naar de memo is verwezen, maar niet onder de titel 'Palmen'", schrijft het OM donderdag.
De memo is in 2017 opgesteld door Sandra Palmen, destijds een hoge jurist bij de Belastingdienst. Zij waarschuwde toen al dat ouders onterecht in de knel kwamen door de harde fraudejacht bij de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.
Palmen noemde het optreden van de fiscus richting de ouders "laakbaar". Ze adviseerde "met klem" de werkwijze aan te passen, de klachten van ouders gegrond te verklaren en hen een vorm van compensatie aan te bieden.
Als er toen iets met de waarschuwingen van Palmen was gedaan, had dat veel leed voor gedupeerde ouders kunnen voorkomen. De memo werd alleen pas in het najaar van 2020 openbaar gemaakt. De ambtelijke en politieke top van de Belastingdienst beweerden dat zij er tot die tijd niets over hadden gehoord.
Uijlenbroek verklaarde eind 2020 dat hij via de media kennis had genomen van de memo en het document hem niet op een andere wijze had bereikt. Maar uit een reconstructie van RTL Nieuws en Trouw bleek dat de memo in 2019 al bij het ministerie was beland.
Dat wierp de vraag op of Uijlenbroek écht niets wist van de memo. Tijdens de verhoren stond hij onder ede en dan is liegen meineed. Een strafbaar feit.
"Via de media heb ik kennis kunnen nemen van dit memo", zei Uijlenbroek op 20 november 2020 tegen de enquêtecommissie. En iets later in het verhoor: "Op geen enkele manier heeft dat memo mij ooit eerder bereikt dan via deze media-uitingen."
Met "kennisnemen" en "'bereiken" bedoelde Uijlenbroek dat hij de memo nooit eerder zelf had ontvangen, gelezen of bestudeerd, verklaarde hij tegenover de Rijksrecherche.
Het OM laat nu weten dat er geen sprake is van meineed. Die conclusie wordt getrokken op basis van Uijlenbroeks verklaring tegenover de Rijksrecherche en de afstand die de topambtenaar had tot de inhoud. Ook speelt mee dat de memo in die periode "niet de betekenis had die het document later kreeg", aldus het OM.
Source: Nu.nl algemeen