Home

Dramatisch jaar voor vlinders, hommels en bijen: 'Planten worden niet bestoven'

Bioloog Kars Veling van de Vlinderstichting is dé vlinderexpert van Nederland. Dus toen hij in mei op Twitter zijn zorgen uitte over de kleine aantallen die hij aantrof in de Nederlandse natuur, was dat een eerste alarmbel.

Maar, zo weet Veling als geen ander: anekdotisch bewijs is flinterdun. Iedereen kan wat roepen. Daarom bestaat sinds 1992 een landelijk meetnetwerk, voor het monitoren van dagvlinders. Jaar in jaar uit lopen tellers in de lente en de zomer elke week dezelfde routes; zevenhonderd in totaal.

Op 30 mei werd de voorjaarstelling afgerond. De maandag gepresenteerde resultaten bevestigen de vrees van Veling: het aantal waargenomen dagvlinders lag in maart, april en mei zo'n 20 tot 30 procent onder het gemiddelde van de laatste jaren.

Daarmee dreigt 2023 een extra slecht jaar te worden. Want de trend is op zichzelf al een dalende lijn: het aantal dagvlinders is de afgelopen dertig jaar bijna gehalveerd. Sinds 1890 is de vlinderstand zelfs met "tenminste 84 procent" afgenomen.

Hoe zit het dan met andere vliegende bestuivers? Er is één andere soortgroep die ook met een vast meetwerk structureel wordt gemeten: hommels.

En ook hommels lijken dit jaar een slechte start te maken, zegt Johan van 't Bosch van kenniscentrum voor insecten EIS. "Eind mei werden er maar half zoveel hommels waargenomen als de afgelopen jaren."

Bestuivingsonderzoeker Constant Swinkels van de Radboud Universiteit heeft nog hoop dat tegenvallende waarnemingen in het vroege voorjaar kwamen doordat insecten zich tijdens regen en kou schuilhielden.

Een natte maart en april kunnen inderdaad een rol gespeeld hebben, zegt hommelexpert Martijn Kos van EIS. Maar hij denkt toch vooral aan een vertraagd effect van de extreem droge zomer van afgelopen jaar. Het aanbod van nectar en stuifmeel nam toen af. "Dus werden er waarschijnlijk minder hommelkoninginnen geproduceerd", zegt Kos. Die moeten in het voorjaar erna een nieuwe kolonie starten.

Ook Veling denkt dat de extra tik de zeer droge zomer was. "De heel vroege soorten, zoals oranjetipje en citroenvlinder, deden het dit jaar juist goed. Maar die waren vorig jaar in juni al klaar met hun levenscyclus." Dus voor de droogte ernstig werd.

Lentevlinders die in de zomer moesten zien te overleven als rups, gingen sterk achteruit. "Zo zien we veel minder klein koolwitje en klein geaderd witje. En ook kleine vos, kleine vuurvlinder en het landkaartje hebben een heel slecht jaar."

Andere waarnemers vrezen dat naast vlinders en hommels nog meer insectengroepen een slecht jaar hebben. Zo lijkt het droevig gesteld met zweefvliegen, zegt Eduard Peter de Boer, van ecologisch bureau Fauna X.

Hij deed onlangs een telling in Natura 2000-gebied de Drents-Friese Wold. "Eind mei is normaal de toptijd voor zweefvliegen. We hadden zon en geen gebrek aan nectarrijke bloemen. Maar de oogst was welgeteld vijf stuks!" Dat is uitzonderlijk weinig, laat De Boer weten aan NU.nl. "Het is dit jaar schrikbarend stil."

Dat beeld wordt bevestigd door Cyril Liebrand van ecologisch bureau Eureco. Hij werkt mee aan plantenonderzoek op bloemrijke rivierdijken. "Ik vraag daar aan mensen: kijk eens om je heen, zie je iets? Nul komma nada. Ik schrik daar echt van."

Hij vroeg op LinkedIn naar de ervaringen van andere waarnemers. De reacties stroomden binnen uit heel Nederland, en ook uit België en Duitsland. "Ik schat tweehonderd à driehonderd mensen, steeds met diezelfde bevestiging: er vliegt dit jaar bijna niks."

Hoe zal dit jaar verder verlopen voor de vliegende bestuivers? "De meeste lentevlinders zijn nu uitgevlogen", zegt Veling. "Een of twee soorten kunnen het nog wat rekken en misschien nog iets toenemen, zoals het icarusblauwtje en het hooibeestje."

Daarna volgt wat vlinderwaarnemers tegenwoordig de 'junidip' noemen. In landen om ons heen bestaat die niet, en ook in Nederland vlogen vroeger in juni specifieke vlindersoorten. Bijvoorbeeld de rode vuurvlinder en de moerasparelmoervlinder. "Maar dat zijn soorten die afhankelijk zijn van bloeiende graslanden, en die zijn in Nederland zo ver achteruitgegaan dat ze hier al zijn uitgestorven", zegt Veling.

Voor de hommels is Van 't Bosch nog niet direct heel bezorgd. Omdat hommels kolonievormende bijen zijn, kunnen ze in de zomermaanden nog herstellen. Maar dan zullen ze een ruim voedselaanbod nodig hebben - en niet weer een wekenlange droogte. Kijkend naar de klimaatverwachtingen voor de toekomst en ook de start van juni dit jaar, bestaan op dat vlak weinig garanties meer.

Liebrand zegt zich toch grote zorgen te maken: "Heel veel planten zijn afhankelijk van bestuiving. Maar ik zie geen bestuiving plaatsvinden. Ik hoop dat er partijen zijn die kijken naar de oorzaken en dit serieus oppakken."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next