Het lichaam van de geëxecuteerde communist werd half februari opgegraven zodat patholoog-anatomen konden onderzoeken of Van der Lubbe tijdens zijn proces, waar hij een bekentenis aflegde, onder invloed van drugs was.
Ooggetuigen, en later historici, hebben herhaaldelijk gesteld dat hij een apathische indruk maakte in de rechtszaal. Mogelijk kwam dat omdat hij gedrogeerd was. Ook bestaat er twijfel of hij de daadwerkelijke brandstichter is.
De Rijksdag in Berlijn werd op 27 februari 1933 in brand gestoken, toen Adolf Hitler net een maand aan de macht was. Het gebouw van het Duitse parlement brandde daarbij af. De nazi's gaven de communisten de schuld en riepen de noodtoestand uit, waardoor de vrijheden en rechten van burgers werden beperkt. Politieke tegenstanders werden massaal aangehouden.
Van der Lubbe (24) werd in Leipzig ter dood veroordeeld voor de verwoestende brand. Uit het toxicologisch onderzoek is dus niet gebleken dat hij zijn bekentenis onder invloed heeft gedaan. Toch valt volgens de onderzoekers niet volledig uit te sluiten dat Van der Lubbe was gedrogeerd. Volgens het rapport is het mogelijk dat hier geen bewijs voor is gevonden door ontbindingsprocessen "wegens de lange periode tussen het overlijden en de opgraving".
De onderzoekers hebben wel kunnen aantonen dat de botten in het graf daadwerkelijk de overblijfselen van Van der Lubbe zijn. DNA-monsters van een tand werden vergeleken met een speekselmonster van een kleinzoon van de broer van Van der Lubbe.
Ook werd een historisch gerucht ontkracht. Volgens sommige bronnen was Van der Lubbe "op dubbele diepte" begraven om opgraving te voorkomen, maar uit de opgraving bleek dat het lichaam op de reguliere diepte van 2 meter was begraven.
Marinus van der Lubbe werd in 1909 geboren in Leiden. Op 10 januari 1934 werd hij op 24-jarige leeftijd onthoofd.
Source: Nu.nl algemeen