Er wordt met smacht op een akkoord gewacht. Boeren hebben dan eindelijk perspectief dat hen kan helpen een keuze te maken voor de toekomst.
Vorige week maakte het kabinet bijvoorbeeld de regeling voor de uitkoop van piekbelasters bekend. Als een ondernemer daarvan gebruikmaakt, moet diegene wel weten wat de alternatieven zijn. Ook enkele klimaatafspraken zijn hiervan afhankelijk.
Het landbouwakkoord is inmiddels omgeven met niet-gehaalde deadlines. In de oorspronkelijke planning had er begin april een conceptakkoord moeten liggen.
LTO Nederland-voorman Sjaak van der Tak dreigde onlangs weg te lopen als er op 21 juni, morgen, geen akkoord is waar de boerenorganisatie zich in kan vinden.
Het gaat nu vooral over duidelijkheid. Die moet er vooral komen van het kabinet, in de persoon van landbouwminister Piet Adema, en van Van der Tak. De twee worden het maar moeilijk eens over een aantal ingewikkelde punten uit het nog te sluiten landbouwakkoord.
Daarom overleggen zij vanavond eerst alleen. Dus zonder de andere leden van de zogenoemde 'hoofdtafel'. Daar zitten bijvoorbeeld ook vertegenwoordigers van natuurorganisaties, provincies en de levensmiddelenindustrie bij.
De volledige club komt woensdag bij elkaar. Dat lijkt nu echt de laatste kans om nog gezamenlijk tot een akkoord te komen.
Een belangrijk en ingewikkeld onderwerp is hoeveel koeien melkveehouders in de toekomst op een hectare grond mogen houden. Het kabinet wil dit aantal in de komende jaren steeds iets afbouwen. Dat wil het kabinet omdat de veehouderij is verantwoordelijk voor een groot deel van de stikstofneerslag.
Maar LTO wil niets weten van normen of andere voorschriften "waarin boeren de les gelezen wordt over hoeveel koeien zij maximaal mogen houden per vierkante meter".
Adema en Van der Tak gingen vorige week woensdag na nachtelijk beraad uit elkaar met de belofte plannen uit te werken die beide standpunten dichter bij elkaar brengen. "Als het goed is, hebben beide partijen hun huiswerk gedaan", zegt een betrokkene.
Een andere steen des aanstoots is hoe boeren in de toekomst moeten omgaan met regels uit Den Haag en Brussel. Of beter gezegd: hoe zij daarmee mógen omgaan. Die regels zijn vrij specifiek, waardoor boeren nauwelijks de vrijheid hebben om hier zelf invulling aan te geven.
Dat komt ook doordat de opgelegde doelen lang niet altijd worden gehaald. Daardoor worden de normen steeds specifieker en dwingender.
Om de waterkwaliteit in stand te houden of in ieder geval niet te laten verslechteren, mogen boeren de laatste 3 meter tot de slootrand (de bufferstrook) niet meer bemesten. Daarnaast moeten boeren planten inzaaien die overtollige meststoffen opnemen voordat die in het grondwater of sloot terechtkomen (de vanggewassen).
Idealiter wordt er in de toekomst niet meer specifiek naar deze regels gekeken, maar naar de waterkwaliteit waar het uiteindelijk om te doen is. Boeren zijn daar dan zelf verantwoordelijk voor.
Als de onderhandelaars het woensdag eens zijn, moet de tekst nog naar de achterban van de organisaties voor definitieve goedkeuring. Daarna moeten de plannen worden doorgerekend om zeker te weten dat klimaat- en stikstofdoelen ook worden gehaald.
Adema wilde dan ook nog niet spreken van 'D-day'. "Bij D-day begon het pas", zei de bewindsman vorige week tegen De Telegraaf.
Als er geen akkoord komt, dan gaat het kabinet zelf aan de slag met maatregelen. De gevoerde gesprekken gelden dan als belangrijke input. Maar het gewenste draagvlak kalft dan verder af in een sector waar al bijzonder weinig vertrouwen is in de overheid.
Source: Nu.nl algemeen