De jeugd van Willem Nijholt werd getekend door zijn jeugd op Java, waar hij in 1934 werd geboren als zoon van een KNIL-instructeur. Op zijn achtste, toen de Tweede Wereldoorlog voormalig Nederlands-Indië bereikte, belandde hij in een jappenkamp - in 2011 schreef hij een boek over deze donkere periode. Zijn vader, die van de Japanners aan de Birmaspoorlijn moest werken, zag hij pas terug op zijn veertiende.
Na de oorlog verhuisde het gezin terug naar Nederland. Na de middelbare school meldde Nijholt zich aan voor de marine, maar hier kon hij niet aarden en hij schreef zich in voor de toneelschool in Amsterdam. Een van zijn grote teleurstellingen was dat zijn moeder, die de kamptrauma's nooit te boven kwam, in 1959 overleed - zij zag haar zoon nooit op de planken staan.
Nijholt was een acteur van het grootse gebaar - een van de mooiste films ooit vond hij Gone with the Wind, vertelde hij in 2010: "Dat was de tijd dat acteurs nog de ruimte kregen om te spélen, om voor hun personages te dénken en te vóelen."
Van 1960 tot 1970 speelde Nijholt bij het Rotterdams Toneel en de Nederlandse Comedie. Daarna werd hij benaderd door cabaretier Wim Sonneveld, die voor zijn theatershow jonge talenten zocht om hem te begeleiden. In die periode was de acteur ook te zien als koeienjongen Koen in de jeugdserie Oebele, die vrijwel alle Nederlandse kinderen wekelijks aan de buis gekluisterd hield.
De acteur weigerde zijn hele carrière in een hokje geduwd te worden. Hij speelde in de jaren zeventig in serieuze toneelstukken bij Globe en de Haagse Comedie, maar ook in musicals als Foxtrot van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. In deze baanbrekende voorstelling zong hij in 1977 het bekende nummer Sorry dat ik besta, waarin hij openhartig vertelde hoe het hem stak dat er nooit boeken en liedjes over homoseksuelen werden geschreven.
Op televisie trok Nijholt een miljoenenpubliek met de zwoele Couperus-verfilming De Stille Kracht en het historische drama Willem van Oranje, waarin hij de Spaanse koning Philips II speelde. Ook bij kinderen bleef de acteur populair: hij presenteerde twee van de eerste edities van liedjesprogramma Kinderen voor Kinderen. Voor zijn rol als getraumatiseerde advocaat in Havinck (1987) won hij een van de eerste Gouden Kalveren voor beste acteur.
Zijn vermoedelijk grootste commerciële succes beleefde Nijholt als 'De Regelaar' in musical Miss Saigon, die tussen 1996 en 1999 in het Circustheater in Scheveningen te zien was. Het voor Nederland relatief nieuwe genre was mateloos populair en de musical trok elke avond volle zalen.
Nijholt stal honderden keren de show als opportunistische sjacheraar die tijdens de Vietnam-oorlog van alle walletjes probeert te eten. Ook in deze periode wist hij jong publiek aan zich te binden, met zijn rol als krantenmagnaat Stark in twee Pietje Bell-films.
Het deed Nijholt pijn dat het serieuze toneel kampte met teruglopende bezoekersaantallen. "Soms schaam ik me dat ik Nederlander ben. Een zin van drie regels kan het publiek niet meer aan", mopperde hij ooit. Bovendien worstelde de acteur regelmatig met zijn gezondheid.
De rol van professor Higgins in de nieuwe Nederlandse My Fair Lady moest hij in 2005 vanwege ziekte teruggeven. Wel was hij steeds vaker op televisie te zien als 'scout' voor jong talent. Hij was één van de sleutelfiguren in diverse series Op Zoek naar… van de AVRO en bleef tot op hoge leeftijd adviseur aan zijn eigen Willem Nijholt Academie voor Musical- en Muziektheater.
Nijholt hield van het theater en had het liefste langer doorgewerkt. "Ik ben beschikbaar, mensen! Ik ben wel 75, maar zie er nog prima uit. En wil bijna alles aanpakken dat mij wordt aangeboden!" zei hij in 2010. Maar zijn lichaam was onwillig. De laatste keer dat Nijholt in een grote productie stond, was in 2018 toen de acteur een segment verzorgde van het stuk De Indië Monologen.
Hij vertelde in een aantal voorstellingen een persoonlijk verhaal over zijn herinneringen aan zijn jeugd in Nederlands-Indië. Bij de première kreeg de bejaarde, broze acteur een staande ovatie.
Source: Nu.nl algemeen