Dierecoloog Marcel Visser van het Nederlands Instituut voor Ecologie NIOO-KNAW heeft jaren onderzoek gedaan naar koolmezen in Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Hij wilde weten hoe snel diersoorten zich kunnen aanpassen aan een ander klimaat. Zijn conclusie: niet snel genoeg.
Jonge koolmezen eten veel zogenoemde winterrupsen. Deze rupsen komen tegenwoordig weken eerder uit het ei, omdat de eikenbomen waarop ze leven vanwege het warmere klimaat vroeger bladeren krijgen.
"Koolmezen zouden in de komende tien jaar eerder eieren moeten gaan leggen om op tijd te zijn voor de voor hun jongen noodzakelijke winterrupsen", zegt Visser.
De dierecoloog deed een experiment waarbij hij zelf vier jaar lang 'vroege vogels' ging kweken. Vervolgens plaatste hij eieren van deze koolmezen in de nesten van wilde soortgenoten, maar de gekweekte eieren kwamen alsnog niet vroeg genoeg uit. Daarom concludeert Visser dat de vogelsoort zich niet snel genoeg kan aanpassen.
"Je ziet nu al dat de veranderingen in plantengroei twee keer zo hard gaan als de aanpassing van dieren die ze opeten." Daarom ziet de dierecoloog eigenlijk maar één oplossing. "Deze effecten zijn alleen tegen te houden door klimaatverandering zo goed mogelijk tegen te gaan."
Source: Nu.nl algemeen