"Ik snapte meteen dat er een nieuwe tijd was aangebroken", zegt Andriy. "Geen tijd voor praten of nadenken. Tijd voor actie, om ons land te verdedigen."
Als student had hij nooit eerder overwogen in dienst te gaan. Hij deed twee studies, internationale betrekkingen en bestuurskunde, werkte als activist en wilde zijn land vooruithelpen. Maar niet per se met een wapen in zijn handen. "Dan zou ik een paar jaar van mijn leven verliezen."
Na de Russische invasie veranderde dat. Andriy ging toch het leger in en betaalde een hoge prijs voor de verdediging van Oekraïne. Hij verloor zijn rechterarm en -been en zijn ruggengraat brak op twee plekken. "Dat kan nou eenmaal gebeuren als je soldaat bent", zegt hij droogjes.
De jonge officier kwam bijna een jaar geleden terecht in een revalidatiekliniek in Utrecht. Dat gebeurde via een Europees systeem voor gewonde Oekraïense militairen die niet in eigen land behandeld konden worden. Daarna betrok hij een kamer in een opvang voor Oekraïense vluchtelingen in dezelfde stad. Die deelt hij met zijn moeder en zijn achtjarige broertje.
Zijn vader, een oudere broer (26) en een jongere broer (12) en zus (6) zijn nog in Oekraïne. Hun thuisstad, Bila Tserkva, ligt in de provincie Kyiv, 80 kilometer ten zuiden van de hoofdstad, en heeft zo'n 200.000 inwoners.
Andriy komt op 23 februari 2022 thuis na een wetenschappelijke conferentie in Odesa. Hij is doodop, maar een lange nachtrust is hem niet gegund. In de vroege ochtend van de volgende dag schrikt Bila Tserkva wakker door een enorme explosie. De Russische invasie is begonnen.
Een paar uur later staat de dan 21-jarige Andriy in de rij bij een rekruteringsbureau van het leger. Hij is niet de enige: het duurt vijf uur voordat hij aan de beurt is.
Zijn ouders weten van niks. Andriy heeft hen verteld dat hij zijn identiteitspapieren bij een vriend heeft laten liggen en die moet ophalen. "Als ze bellen, zeg je maar dat ik lig te slapen of in de badkamer ben", laat hij zijn vriend weten.
"Ik wist wat er zou gebeuren als ik zou zeggen dat ik het leger in ging." Andriy zet een hoog, huilerig stemmetje op. "'Waarom? Alsjeblieft, alsjeblieft, stop! Ga niet!'" Hij lacht. Dan, bloedserieus: "Hierover had ik geen advies nodig."
Ook niet van oudere mannen in de rij, die proberen Andriy en zijn leeftijdsgenoten weg te sturen. "'Ze zeiden: 'Jullie zijn nog zo jong, ga naar huis! We hebben genoeg mannen om het land te verdedigen. Jullie zijn onze toekomst!'"
Als Andriy eenmaal tegenover het hoofd van het rekruteringsbureau zit, lijkt die dezelfde mening toegedaan. Na een kort gesprek over zijn achtergrond krijgt hij twee opties: kok worden of naar de humanresourcesafdeling, als assistent van de recruiter.
"Niemand moet gedwongen worden iets te eten wat ik heb gekookt", zegt Andriy. Optie twee dus. Hij krijgt de opdracht een dienstwapen te gaan halen en zich weer te melden.
Dat laatste doet hij niet. Hij herkent een aantal mannen uit de rij die bij een gevechtseenheid zijn geplaatst. Andriy loopt simpelweg achter hen aan een bus in.
Matthijs volgt onder meer de oorlog in Oekraïne.
Eenmaal aangekomen bij de eenheid in kwestie is Andriy zich pijnlijk bewust dat hij daar niet thuishoort; hij is immers op een andere plek aangesteld. Maar in de drukke, chaotische omgeving laten zijn doelgerichtheid en organisatietalent zich gelden. Hij verkent het hoofdkwartier, ontdekt wie wat doet en helpt bij het verwerken van kratten met wapens en munitie.
Die nacht doet zich een buitenkans voor. "Iemand die ik kende van het bureau was commandant van een peloton. De bataljonscommandant was naar hem op zoek. Hij was woest. 'Waar is-ie? Waarom heeft hij de pelotons op patrouille niet afgelost?'"
Andriy zoekt zijn kennis op. Die zegt dat hij nieuwe rekruten moet ophalen, maar niets heeft gehoord over wie of waar die precies zijn.
"Als jij me aanwijst als jouw cocommandant, regel ik het voor je", zegt Andriy. Hij weet de ontbrekende rekruten op te sporen. Twee dagen lang voorziet hij hen van instructies en organiseert hij patrouilles.
Op de derde dag krijgt het bataljon het bevel om ten strijde te trekken. Andriy stapt naar de bataljonscommandant en biecht op dat hij bij de administratie hoort te zitten. "Na die drie dagen wist hij wel wie ik was, wat ik had gedaan en wat mijn vaardigheden waren." De commandant draagt hem op andere soldaten te verzamelen die ook bij een gevechtseenheid willen.
"Ik vroeg iedereen of ze bang waren hun leven te geven voor Oekraïne. Uiteindelijk gingen 28 mannen met me mee", zegt Andriy. "De bataljonscommandant zei: 'Vanaf dit moment zijn jullie het derde peloton en deze jongeman' - waarbij hij naar mij wees - 'is jullie leider.'"
Soldaat Siromakha is na drie dagen gepromoveerd en staat aan het hoofd van een veertigkoppig peloton. Dat vecht tegen de Russische opmars in het noorden, als verkenners. Meer details wil Andriy niet kwijt. Hij wil geen geheime informatie prijsgeven.
"Het waren ontzettend dappere mensen", zegt hij over zijn manschappen. "Ze hadden allemaal hun redenen om te vechten. Dingen om voor te leven. Ze hadden een vrouw of een man, kinderen, broers en zussen. We waren gemotiveerd om onze geliefden en ons land te verdedigen."
Een flits en een explosie. Meer weet Andriy er niet meer van. Artillerie, denkt hij nu. Een maand na zijn intrede in het leger, eind maart, raakt hij levensgevaarlijk gewond.
Een paar dagen daarvoor had hij het met een militair verpleegkundige over ehbo-training voor zijn peloton gehad. "Dat zat nog in mijn hoofd. Ik dacht dat die training nu was begonnen en ik de vrijwilliger was die zich liet verbinden."
Hij voelt geen pijn, maar doet net alsof dat wel zo is, om de oefening realistischer te maken. Tot zijn verbazing klinken de geruststellingen van zijn mannen ook levensecht. "'Die kunnen goed acteren', dacht ik."
Uiteindelijk dringt het tot hem door: hij is ernstig gewond. "Onze scherpschutter, een vriend van me, zei: 'Als je blijft leven, beloof ik dat ik voortaan altijd je munitie draag.' Hij liegt nooit en doet altijd wat hij belooft. Ik dacht: 'Wow, dat is een grote belofte! Mijn herinneringen keerden opeens terug en ik snapte wat er was gebeurd."
Andriy wordt in een auto naar een veilige zone gebracht. "Mijn commandant, leider van alle verkenners van de brigade, keek naar me en zei heel droevig: 'O Andriy, ik heb je niet kunnen redden.' Hij huilde zachtjes. Mijn hand was weg en mijn arm zag eruit als een worst, maar ik probeerde toch mijn duim naar hem op te steken. 'Het komt allemaal goed, Sergey', zei ik."
Artsen vechten een maand lang om Andriy's leven te redden. De eerste drie dagen brengt hij in coma door. Zijn rechterarm is niet te redden en nadat hij gangreen heeft gekregen, moet ook zijn rechterbeen worden afgezet. Door de verwondingen aan zijn ruggengraat zal hij nooit meer kunnen lopen, ook niet met een prothese.
Andriy laat zich daar niet door stoppen. Hij heeft altijd een masterplan gehad voor zijn leven, en dat is niet wezenlijk veranderd. "Ik ben heel ambitieus", zegt hij. "Ik wil de geschiedenisboeken ingaan als iemand die veel heeft betekend voor de ontwikkeling van zijn land en de hele wereld."
Een stap op weg naar dat doel: president van Oekraïne worden. "'s Ochtends als ik wakker word, denk ik na over wat ik nog niet kan. Wat voor ervaring moet ik hebben en wat moet ik weten als ik nu president zou worden?"
Hij hoopt deze zomer terug te kunnen naar Oekraïne. Ook vanuit een rolstoel kan hij zich nuttig maken op het hoofdkwartier van zijn eenheid, denkt Andriy.
"Eerst moeten we ons huidige probleem oplossen en zorgen dat ons land veel sterker wordt. Daarna kunnen we die mindset toepassen op elk ander probleem. Misschien klinkt het cynisch, maar ik denk dat de oorlog ook goede dingen brengt. Hij laat zien wat écht belangrijk is: de toekomst van Oekraïne."
Source: Nu.nl algemeen