Laten we maar bij de recentste beginnen: Rutte IV. De aanloop hiernaar verliep al enorm stroef: ze hadden de langste kabinetsformatie ooit nodig.
Uiteindelijk stonden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie opnieuw samen op het bordes. Een kopie van Rutte III dus. De problemen waar dit kabinet mee te maken kreeg, waren ook niet veel anders. Rutte IV worstelde met het stikstofdossier, de schadeafhandeling in Groningen en woningnood. Ook kreeg het te maken met torenhoge inflatie.
De boel klapte uiteindelijk op 7 juli over een maatregelenpakket om migratie naar Nederland in te dammen.
Het derde kabinet onder leiding van VVD-leider Rutte. Hierin was PvdA ingeruild voor een coalitie met CDA, D66 en ChristenUnie.
Deze coalitie kreeg met onder meer de coronapandemie te maken en besloot in de strijd tegen het virus het land meerdere keren op slot te gooien.
Het doek viel in januari 2021, nadat een Kamercommissie had geconcludeerd dat Rutte III grote fouten had gemaakt in het toeslagenschandaal. Hoewel het kabinet het einde van de regeerperiode niet haalde, bleef het nog wel lang zitten. Dat kwam door de lange kabinetsformatie die erop volgde, de langste ooit.
De eerste regeringsploeg van Rutte was een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV van Geert Wilders.
Nadat onderhandelingen over nieuwe bezuinigingen waren mislukt, viel het kabinet. VVD en CDA voeren deze Catshuiscrisis nog steeds als argument aan om niet met Wilders samen te werken.
In het laatste kabinet van Balkenende was er vanaf het begin al sprake van een verstandshuwelijk tussen CDA, PvdA en ChristenUnie. In de campagne hadden PvdA-leider Wouter Bos en Balkenende elkaar fel bestreden. Ruim een jaar na de start bereikte de kredietcrisis Nederland.
In deze zware storm stak het kabinet tientallen miljarden euro's belastinggeld in banken om ze overeind te houden. Uiteindelijk viel het kabinet over de militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. De coalitiepartijen konden het niet eens worden over een verlenging van de missie.
Na een mislukt avontuur met de LPF traden CDA en VVD opnieuw toe tot het kabinet, dit keer samen met D66. Na het opstappen van D66-minister Thom de Graaf leek het kabinet in 2005 te wankelen. Zijn poging om tot gekozen burgemeesters te komen, strandde in de Eerste Kamer.
Uiteindelijk kostte een conflict rond minister Rita Verdonk en Ayaan Hirsi Ali de tweede regeringsploeg van Balkenende de kop. D66 stapte uit het kabinet. CDA en VVD bestuurden het land nog ruim een half jaar samen. Dat deden de partijen in het kabinet-Balkenende III.
Balkenende begon zijn minister-presidentschap in een samenwerking met VVD en LPF van de toen net vermoorde Pim Fortuyn. Het kabinet hield het nog geen drie maanden vol. In de 26 zetels tellende fractie van LPF, die als nieuwkomer de tweede partij van het land was geworden, was het vaak hommeles.
Bewindslieden van de nieuwe partij vochten elkaar geregeld de tent uit. Herman Heinsbroek en Eduard Bomhoff waren de voornaamste kemphanen. Na slechts 87 dagen viel het doek.
Het tweede paarse kabinet van Wim Kok - PvdA, VVD en D66 - strandde ook met de finish in zicht. PvdA'er Kok diende zijn ontslag in bij de koningin naar aanleiding van het NIOD-rapport over Srebrenica. De Bosnische enclave, die Nederlandse blauwhelmen moesten beschermen, was in 1995 onder de voet gelopen door Servische troepen. De Serviërs vermoordden daarop circa achtduizend islamitische mannen.
Koks kabinet kreeg het in de eindfase sowieso flink te verduren door de plotselinge opkomst van Fortuyn in de peilingen en zijn gewelddadige dood. Fortuyn richtte zijn pijlen vooral op de PvdA.
Source: Nu.nl algemeen