N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Opnieuw relevant (10 juli 2023)
Mark Rutte stapt uit de politiek. Dat zei hij in een verklaring aan het begin van het debat over de val van het kabinet. Het besluit om een punt te zetten achter dertien jaar premierschap kwam dit weekend. „Er is de afgelopen dagen gespeculeerd over wat mij zou motiveren. Het enige antwoord is: Nederland”, zei Rutte.
Hoe Mark Rutte werd wie hij is: door het gezin waarin hij opgroeide, zijn middelbare school, zijn vrienden.
Op de dag dat in Parijs twaalf mensen werden doodgeschoten op de redactie van het weekblad Charlie Hebdo, woensdag 7 januari 2015, kwam Mark Rutte net terug van Terschelling, in zijn Saab. Hij was een paar dagen in het huis van journalist Jort Kelder geweest, een vriend uit zijn tijd bij de liberale jongerenorganisatie JOVD. Samen met een andere vriend, ook nog van de JOVD, was hij daar altijd na de jaarwisseling. Ze keken naar films en documentaires over politiek.
Die vriend had hij net afgezet in de binnenstad van Amsterdam, rond twaalf uur ’s middags, toen Rutte over de aanslag hoorde. Maar zijn moeder verhuisde naar een verzorgingsflat en Rutte zou haar komen helpen, samen met zijn broer en zus. Het was de bedoeling dat dat gewoon doorging. Rutte vond zelf ook dat het moest. De hele middag stond hij dozen in te pakken.
In het VPRO-programma Zomergasten, in 2016, noemde Mark Rutte zijn moeder „heel nuchter” en „buitengewoon zakelijk”. Eerder had hij al eens verteld wat hij van zijn vader had geleerd: dat je voor iedereen respect moest hebben en van jezelf niet moest denken dat je veel voorstelde. Dan zei zijn vader: „Blijf jij maar op de kleine steentjes lopen.”
Ze woonden in Den Haag, zijn vader was daar directeur bij een autodealer. Een Nederlands-hervormd gezin, ze lazen De Telegraaf en de AVRO-bode. Rutte zei in een lezing in Sociëteit De Witte in Den Haag een keer dat hij was opgevoed met de „waarden en normen” die aan het christelijk geloof waren „ontleend”. Hij had het ook over „bezoekjes” aan de Nieuwe Badkapel in Scheveningen, waar zijn opa ouderling was. Zijn vrienden hadden niet het idee dat het geloof en de kerk verder heel belangrijk waren voor de familie Rutte.
In vakanties gingen ze naar hun stacaravan op een boerderij in Putten. Op zaterdagavond aten ze nasi goreng, ook met broers en zussen – Rutte had er zes – die het huis al uit waren, en keken televisie. In Zomergasten vertelde Rutte over hun zwart-wittelevisie die steeds maar weer werd gerepareerd. „Dat was ook die tijd, hè. We gooiden niets weg in Nederland als het niet stuk was.”
In de zomer van 2017 ging Ruttes eigen televisie stuk. Dacht hij. Het was een kleurentelevisie, maar nog een ouderwetse dikke, geen flatscreen. Een van zijn beste vrienden, nog van de middelbare school, zei tegen hem dat hij eerst maar eens nieuwe batterijen in de afstandsbediening moest doen. Hij kon ook altijd nog opstaan en een paar stappen zetten. Op de televisie zat een aan- en uitknop.
Rutte, opgelucht, vertelde het aan een VVD’er die hem die zomer hielp bij de onderhandelingen met het CDA, D66 en de ChristenUnie over zijn derde kabinet. In een overleg over het regeerakkoord vertelde deze VVD’er het weer door aan collega’s van die drie partijen, als een goeie grap. Nog weer later moest Rutte zijn oude toestel toch wegdoen. Kabelexploitant Ziggo stopte in het voorjaar van 2019 met analoge televisie in de regio Den Haag.
Er waren oud-klasgenoten van Rutte, van het Maerlant-Lyceum in Den Haag, die hem in 2002 als staatssecretaris op televisie zagen en helemaal niet verbaasd waren. Het was hem dus gelukt. In een interview bij Schooltv vertelde Rutte, in de tijd dat hij premier was, dat hij „gewoon brandweerman” had willen worden, of concertpianist. Zijn vrienden op het Maerlant zagen het heel anders. Al in de brugklas, op zijn elfde omdat hij een kleuterklas had overgeslagen, volgde hij wat er in de politiek gebeurde. Daar wilde hij aan meedoen.
Op de middelbare school ging Rutte vooral om met Anthony Dekker, die later zijn voornaam veranderde in Lodewijk. Ze noemden elkaar meestal bij hun achternaam, soms met ‘meneer’ ervoor. ‘Burgerlijk’ vonden ze het allerergste wat je kon zijn. Toen Anthony Dekker hem een keer zo had genoemd omdat ze bij hem thuis altijd om zes uur aten, was Rutte er met zijn ouders over gaan praten. Het werd half zeven.
Mark Rutte en Anthony Dekker deden vaak politieke interviews na. Dan was Dekker de journalist, Rutte de premier. Zij hadden met zijn tweeën ook heftige discussies over klassieke muziek. Ze hielden allebei van Chopin en moesten allebei niets hebben van Wagner. Rutte vond ook The West Side Story van Leonard Bernstein uit 1957 mooi, Dekker noemde dat rotzooi. En ze waren het bijna nooit met elkaar eens over uitvoeringen. Dekker luisterde graag naar pianisten als Svjatoslav Richter en Nikita Magaloff, Rutte het liefst naar Vladimir Horowitz. Hij was een keer samen met zijn moeder bij een optreden van Horowitz in Londen geweest. In 2005 zei hij in het Radio 4-programma Een goedemorgen met… dat zijn moeder de grootste invloed had gehad op zijn muzikale ontwikkeling.
Ze liepen samen hard, met vuilniszakken over hun bovenlichaam om extra te zweten
Rutte vond ook Krystian Zimerman geweldig, die had in 1975 het Chopin-concours in Warschau gewonnen. Dekker vond Zimerman helemaal niks. Hij plaagde Rutte omdat die met zijn familie ook een keer bij een optreden van Diana Ross was, in de Houtrusthallen: hij had het steeds over Chopin en Mozart, maar stiekem hield hij van andere muziek. Rutte zei dat het voor de gezelligheid was.
Na hun eindexamen waren de gespeelde grote ruzies voorbij en maakten Dekker en hij in Parijs lange ‘Chopinwandelingen’ die eindigden op begraafplaats Père-Lachaise. Ze konden elkaar ook ontroerd vertellen dat je, al stortte je hele wereld in, altijd nog de muziek had.
Illustratie Mikko Kuiper
Dekker en Rutte gingen in die tijd ook naar de Noorse stad Bodø omdat Dekker graag de poolcirkel over wilde. In een platenwinkel vergeleken ze uitvoeringen van de Sonate voor twee piano’s in d majeur van Mozart. Maar ’s nachts werd het niet donker en Rutte kon niet slapen. Ze namen de trein naar Florence om een ijsje te eten. In die trein kwamen ze meisjes tegen. Eerst de Noorse Leila, die naar Parijs ging om model te worden en meer belangstelling leek te hebben voor Rutte dan voor Dekker. Wat volgens Dekker vreemd was, want híj werd gezien als de mooie jongen. En later twee Duitse meisjes die de opleiding tot verpleegkundige volgden. Toen na Florence hun geld op was en ze nergens konden overnachten, gingen ze nog bij die meisjes langs in Hamburg.
In Bodø hadden ze legerbroeken gekocht omdat ze hun eigen kleren te keurig waren gaan vinden. Ze vonden zichzelf in die tijd te slap en hadden bedacht dat ze mee wilden doen aan de Olympische Spelen. Op vier onderdelen: hoogspringen, verspringen, roeien, de 200 meter. Ze liepen samen hard, met vuilniszakken over hun bovenlichaam om extra te zweten.
Maar hun conditie werd er niet veel beter op. Misschien omdat ze na elke training taartjes gingen eten bij Berkenbosch aan het Noordeinde. Of omdat ze sigaren waren gaan roken, zo’n vier tot acht per dag.
Al als staatssecretaris van Onderwijs, in 2006 – net voordat hij VVD-lijsttrekker werd, was Rutte gaan lesgeven. En toen noemden ze hem al ‘Teflon-Mark’, omdat hij door niets geraakt leek te kunnen worden.
In het kerstreces van 2012, Rutte was ruim een jaar minister-president, gaf hij een week lang geschiedenisles op het internaat voor hoogbegaafden dat zijn oude schoolvriend Lodewijk Dekker had opgericht, de Burton Academie. Hij had eerst, zoals bijna elk jaar, oud en nieuw gevierd samen met Dekker. Deze keer ook met studenten erbij van Dekkers school. Ze hadden pianogespeeld en liedjes gezongen.
In het gastenboek schreef Rutte die week wat hem was opgevallen: de studenten kwamen „zelfstandig en autonoom” over, maar ze vonden „het oordeel van anderen” het allerbelangrijkste. En: „Verbazing als ik vertel wat kritiek met me doet, nl. dat ik het niet persoonlijk neem, maar er altijd mijn voordeel mee probeer te doen.”
Ruttes vrienden wisten dat hij zich minder aantrok van kritiek dan veel andere mensen. Hij vond dat je moest voldoen aan je eigen normen. Als mensen steeds maar hun best deden om te zijn zoals anderen vonden dat ze moesten zijn, werd het volgens hem helemaal niets met de evolutie. In het gastenboek schreef hij over „het spiegelpaleis” dat je kreeg van „groepsdwang” op sociale media waardoor „talent, uniciteit en persoonlijkheid” verloren gingen.
Op de Burton Academie zei een van de leerlingen na een paar dagen dat ze „ontzettend teleurgesteld” was in Rutte. „Ik dacht dat politici bijzonder waren. Maar wat jij kan, Mark, dat kan ik ook.”
Rutte zei dat dat zo was. Maar waarom zou je, vond hij, van koningen, politieagenten of politici iets anders verwachten dan van anderen? Wat hij deed was „mensenwerk”. Dat kon je teleurstellend noemen. Híj vond het mooi.
Vóór de coronacrisis noemde Mark Rutte het de grootste crisis uit zijn carrière: de MH17 die werd neergehaald in oorlogsgebied. Zijn naaste medewerkers vonden dat hij zijn werk daarna geen ‘baantje’ meer mocht noemen.
Op donderdag 17 juli 2014 begon Mark Ruttes zomervakantie. Hij kwam ’s middags aan in Hotel Bergkristall in Oberstaufen, in Zuid-Duitsland. Zoals elk jaar zou hij daar bedrijven gaan bezoeken samen met tran Source: NRC