Minco werd geboren als Sara Voeten-Menco, dochter uit een Joods gezin uit de omgeving van Breda. Die achternaam was eigenlijk een foutje: een ambtenaar had de familienaam Minco ooit verkeerd overgenomen.
De jonge Sara schreef op school al eigen verhalen en ging in 1938 aan de slag als journalist. Na de capitulatie van Nederland in 1940 en het begin van de Duitse bezetting werd ze vanwege haar Joodse afkomst ontslagen.
Toch stopte Minco niet met schrijven. Ook niet toen haar buurt in 1942 werd overvallen door een razzia. Sara wist via de achtertuin te ontsnappen, maar haar ouders, broer en zus werden gedeporteerd. Ze dook onder als Marga Faes en besloot die voornaam later te houden. Haar familie zag ze nooit meer terug.
Die snijdende oorlogservaringen balde Minco samen in Het bittere kruid, een verzameling van 22 korte verhalen en een epiloog. "Jarenlang heb ik met dat boek rondgelopen", vertelde ze later in een interview met de Haagse Post. "Ik wilde afstand nemen. Toen ik er eenmaal aan begonnen was, ging het vrij snel. Ik heb het in enkele maanden geschreven."
Minco schreef versie na versie, want ze wilde geen woord te veel gebruiken. Ze wilde haar belevenissen terugbrengen tot de absolute essentie. "Over een dramatische gebeurtenis moet je sober schrijven", zei ze. "Anders wordt het melodrama."
Het bittere kruid werd direct goed verkocht en bleef populair, met ruim 400.000 verkochte exemplaren. Na het succesvolle debuut publiceerde Minco verschillende verhalen en bundels. Soms waren die humoristisch, soms sober. "Vaak vol toevalligheden die een leven zomaar kunnen veranderen", schreef de Volkskrant in 2015. "Vluchtige herinneringen die moeten worden geconserveerd omdat ze anders vervliegen, als een mensenleven zelf."
Het verzamelde werk van de auteur verscheen in 2019 als Achter de muur, een boek dat slechts 344 pagina's telt. Tekenend voor de schrijfstijl van Minco, die zo veel mogelijk wilde vertellen met zo min mogelijk woorden. "Per verhaal flikker ik soms een volle Albert Heijn-tas met eerdere versies weg", zei ze tegen de Volkskrant.
Daar komt nog bij dat Minco veel meer verhalen schreef dan ze publiceerde. Ze trok zich vaak terug op haar werkkamer. "In mijn dagelijkse schriften noteer ik dingen die mij frapperen, soms beschrijf ik een hele dag. Het is verbazingwekkend hoeveel dingen er op een dag kunnen gebeuren, hoeveel er door je hoofd gaat."
In haar werk bleef Minco terugkeren naar de oorlog. "Ik wil het vaak niet", zei ze in 1978, "maar die jaren hebben mij het hevigst aangegrepen, en daarom schrijf ik erover."
Minco won uiteenlopende prijzen voor haar werk, zoals de Constantijn Huygens-prijs in 2005. Die kreeg ze voor haar gehele oeuvre. Ook de P.C. Hooft-prijs was bedoeld om al haar werk in het zonnetje te zetten, maar die onderscheiding zorgde in 2019 voor een onaangename verrassing.
De Stichting P.C. Hooft-prijs werd geleid door Gillis Dorleijn, kleinzoon van 'bewariërs' uit de Tweede Wereldoorlog. Zijn familie ontfermde zich over de kostbare spullen van Minco's familie. Maar ze gaven die spullen nooit meer terug, ondanks verwoede pogingen van de auteur.
"Zij en ik zijn er bijzonder door ontsteld en zullen er alles aan doen na te gaan wat er nog aan eigendommen aanwezig is", reageerde Dorleijn. "We beseffen ook dat we daarmee niets goed kunnen maken."
Minco schrok van het toeval, maar liet ook weten dat Dorleijn er zelf niks aan kon doen. Uiteindelijk kwam er een feestelijke uitreiking bij de auteur thuis, samen met haar twee dochters en een kleine delegatie van de stichting. Het juryrapport vatte de kracht van Minco's werk samen, dat ervaringen als angst, schuld en eenzaamheid glashelder naar voren bracht.
"En een diep maar nauwelijks te verwoorden verlangen naar geborgenheid. Zonder te psychologiseren, zonder pathetiek of pretentie, maakt Minco een ondoorgrondelijke werkelijkheid invoelbaar en voorstelbaar", stond in het rapport over het werk van de toen 99-jarige auteur, die met Het bittere kruid op plek 37 staat in de canon van de Nederlandse literatuur.
Source: Nu.nl algemeen