Home

Wereldwijd klimaatbeleid heeft in tien jaar tijd al een graad opwarming voorkomen

En als de verduurzaming in dit tempo doorgaat, kan nog veel meer ellende worden voorkomen.

Kritiek op klimaatbeleid hoor je al gauw. Het zou niet snel genoeg gaan om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Of het zou juist miljarden kosten, en dat voor een druppel op een gloeiende plaat. Die kritiek klonk onlangs op het laatste klimaatpakket van het kabinet, dat de wereldwijde opwarming met slechts 0,000036 graden zou terugdringen.

Die ene druppel blijkt sowieso niet het hele verhaal te zijn: de totale daling van de Nederlandse uitstoot is veel groter. En die miljarden zijn vooral een investering in de energievoorziening.

Maar wat nou als we naar het geheel van klimaatbeleid van alle landen van de wereld kijken? Dan blijkt de optelsom van druppels toch een behoorlijk effectieve methode om de gloeiende plaat een flink stuk af te koelen.

Door de oplopende concentratie broeikasgassen is de aarde nu gemiddeld 1,2 graden warmer dan in 1900. De gevolgen daarvan zijn (sterk) vertraagd. We merken nu pas een deel.

De aarde zal bovendien nog verder opwarmen, zolang de concentratie broeikasgassen blijft stijgen. De wereldwijde CO2-uitstoot als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen bereikte in 2022 met 36,8 miljard ton zelfs een nieuw record.

We liggen momenteel dan ook op koers om de waargenomen opwarming nog ruim te verdubbelen, zegt Victoria Fischdick van het NewClimate Institute tegen NU.nl.

Maar wat is dan het goede nieuws? Het goede nieuws is dat de wereld er tien jaar geleden nog veel slechter voor stond.

Het NewClimate Institute maakt samen met Climate Analytics doorrekeningen van het klimaatbeleid van alle landen. Die doorrekening heet de Climate Action Tracker. Op basis van het huidige beleid zou de aarde deze eeuw ongeveer 2,7 graden opwarmen. De doorrekening van 2013 kwam nog uit op 3,7 graden.

"De prognose is sinds het sluiten van het Parijsakkoord in 2015 met bijna een graad verbeterd", zegt Fischdick. "Maar ze is ook nog ver verwijderd van de limiet van 1,5 graden uit dat akkoord."

We danken de progressie aan beleid en prijsdalingen, zegt klimaatonderzoeker Detlef van Vuuren van de Universiteit Utrecht en het Planbureau voor de Leefomgeving. "De afbuiging van de temperatuurverwachting komt doordat we wat klimaatbeleid voeren en doordat energie uit zon en wind snel goedkoper wordt."

Van Vuuren is expert in uitstootberekeningen, die onder andere aan de basis liggen van het jaarlijkse Emissions Gap-rapport van de VN over de kloof tussen de internationale afspraken uit het Parijsakkoord en de werkelijke uitstoot.

Om de gevaarlijke gevolgen van klimaatverandering te beperken, is in Parijs in 2015 afgesproken dat de opwarming "ruim onder" de 2 graden moet blijven, en bij voorkeur onder de 1,5 graden.

Om onder die 1,5 graden te blijven, moet de wereldwijde uitstoot rond 2030 gehalveerd zijn en rond 2050 op netto nul uitkomen. Dat vraagt een reusachtige tempoversnelling.

Dat het niet hard genoeg gaat, komt misschien niet zozeer door een gebrek aan klimaatbeleid, maar door een overdaad aan het tegenovergestelde: beleid dat de uitstoot van broeikasgassen juist hoog houdt.

Om dat in kaart te brengen, maakt het VN-milieuprogramma sinds 2019 naast de Emissions Gap-rapporten ook een Production Gap-rapport. De geplande productie van olie, kolen en gas maakt de Parijsdoelen onmogelijk.

De mengeling van fossiele en duurzame investeringen plaatst ook de kritiek op de kosten van het Nederlandse klimaatbeleid weer in een ander perspectief. Klimaatbeleid is in de praktijk namelijk vaak energiebeleid. Dat kan zich bijvoorbeeld richten op 'zuinigere brandstofmotoren', CO2-opslag bij kolencentrales of de overstap op waterstof bij zware industrie, terwijl die waterstof nu nog uit aardgas wordt gemaakt.

Fossiel energiebeleid en duurzaam energiebeleid zijn dus vaak nog met elkaar verweven. En de CO2-winst van het ene pakket is kleiner dan het andere, zoals laatst ook in Nederland bleek.

Toch sluimert er ook nog ergens goed nieuws in dat geheel. Uiteindelijk kunnen allerlei elementen van internationaal klimaatbeleid als puzzelstukjes samenvallen. Zo kan Nederland profiteren van investeringen in groene waterstof in landen met veel zon. Verzwaring van het elektriciteitsnet maakt verdere groei van duurzame energie mogelijk.

En we danken de sterke prijsdalingen van zon en wind aan het feit dat landen als Duitsland fors hebben geïnvesteerd. Nu duurzame energie economisch steeds aantrekkelijker wordt, zal die transitie zichzelf versnellen.

Andere doorrekeningen van Climate Action Tracker bieden ook een kleine glimp van zo'n hoopvolle toekomst. Als we kijken naar werkelijk beleid, wordt de aarde 2,7 graden warmer. Maar als landen zich houden aan hun klimaatdoelen voor 2030 (en dus hun beleid aanscherpen) komen we uit op 2,4 graden.

En als ook de doelen voor 2050 of 2060 worden doorgerekend, komen we zelfs uit op 2 graden, zegt Van Vuuren. Zo'n honderd landen hebben al toegezegd dat ze halverwege de eeuw volledig klimaatneutraal willen zijn.

"Dat is niet ruim onder 2 graden zoals we in Parijs hebben beloofd", zegt Van Vuuren. "Maar het helpt zeker. De vraag is wel hoe we dit in de praktijk gaan halen. Op dit moment neemt de uitstoot op veel plekken zelfs nog toe."

Climate Action Tracker heeft zelfs een doorrekening waarbij de opwarming blijkt steken op 1,8 graden. Dat meest optimistische scenario omvat ook langetermijnbeloftes die niet zijn vastgelegd in een wet of beleidsdocument, legt Fischdick het verschil uit.

Hoe realistisch zulke vergezichten zijn, weten we eigenlijk pas over tien jaar. Als de verwachte opwarming dan opnieuw met een hele graad is verlaagd, kunnen we wel spreken van een klinkend succes van het Parijsakkoord. Die kans is niet groot. Maar de mogelijkheid is er blijkbaar wel, afgaande op de stille progressie van de afgelopen tien jaar.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next