Home

'Hollands zomerweer' is goed tegen de droogte, maar juich niet te vroeg

Het weer in Nederland is al een tijdlang wisselvallig: het is zonnig, niet heel warm en er valt regelmatig een bui. Goed nieuws voor de droogte, zou je denken. Maar het neerslagtekort neemt nog altijd toe.

Langdurige droogte is slecht voor natuur en mens. Zo kunnen er watertekorten ontstaan, wat slecht is voor landbouw en kan leiden tot een tekort aan drinkwater.

Op dit moment is er sinds het begin van het droogteseizoen (dat op 1 april begint) meer water verdampt dan er weer op de bodem is gevallen. Per saldo hebben we dus te weinig neerslag. "Het neerslagtekort is nog steeds hoog", zegt klimaatexpert Peter Siegmund van het KNMI. "Tussen begin mei en half juni is er gewoon te weinig regen geweest."

Het goede nieuws: neerslagtekort in de zomer is niet ongewoon. In de zomer schijnt de zon nu eenmaal vaker dan dat het regent. "Sinds halverwege juni is het neerslagtekort in normaal tempo gestegen." Maar door de hete weken ervoor zitten we al met al nog steeds rond het niveau van de 5 procent droogste jaren.

Neerslagtekort is de simpele rekensom van de gevallen neerslag min het water dat weer verdampt. Als er meer water verdampt dan dat er via neerslag bijkomt, neemt het neerslagtekort toe. Vooral neerslag en zonlicht zijn belangrijke factoren. Een bewolkte dag helpt dus tegen het neerslagtekort. Hitte (temperatuur) speelt juist een relatief kleine rol.

De 'Hollandse zomer' (met af en toe een bui) houdt naar verwachting nog wel even aan. Voor de komende twee weken blijft de weersverwachting wisselvallig, en mogen we voorzichtig rekenen op voldoende neerslag om het neerslagtekort zelfs wat te doen dalen.

De neerslag die voorspeld wordt voor de komende weken gaat wel degelijk een impact hebben, verwacht Siegmund. "Het gaat de komende weken echt flink regenen, elke dag wel wat. Dan is er meer regen dan verdamping."

Het is heel moeilijk te voorspellen of dat gunstige weer nog langer aanhoudt. Het KNMI bekijkt de weersverwachting twee weken vooruit en anticipeert daarop. "Seizoensverwachtingen over meerdere maanden zijn gewoon heel lastig", zegt Weerplaza-meteoroloog Roosmarijn Knol. Ook zij zegt dat de betrouwbaarste weersvoorspelling niet verder dan twee weken gaat.

"Er zijn sterke signalen voor de komende drie weken dat we te maken krijgen met westenwinden, die lucht over de oceaan aanvoert." Dat betekent dat Nederland waarschijnlijk nog enige tijd te maken krijgt met "gematigd zomerweer", verwacht Knol.

Daarmee is volgens Knol de kans klein dat het extreme weer op veel andere plekken in Europa onze kant op komt. Maar het valt niet uit te sluiten. "Die hitte is zich daar heel erg aan het opbouwen. Er hoeft maar een kleine verandering in de windrichting te komen waardoor de 'bubbel' barst en de hitte wel deze kant op komt."

Bij droogte is het belangrijk om onderscheid te maken tussen oppervlaktewater en grondwater. Beiden bepalen namelijk hoe droog of nat een bepaald gebied is.

Bij oppervlaktewater moet je denken aan sloten en beken. Het water dat dieper in de bodem zit en kan worden opgepompt (bijvoorbeeld voor landbouw, bouwwerkzaamheden en drinkwater), noemen we grondwater.

In principe is het zo dat het grondwaterpeil stijgt wanneer er meer regen valt. Maar wanneer er meer water wordt opgepompt, daalt het grondwaterpeil harder. Dit gebeurt bijvoorbeeld in tijden van droogte, wanneer boeren extra water nodig hebben voor de landbouw.

Ook wordt het grondwaterpeil beïnvloed door regulering van waterschappen. Die voeren oppervlaktewater weg. In de winter wordt er vaak te snel water afgevoerd, waardoor er te weinig overblijft in de zomer en het grondwaterpeil te laag is.

Het is momenteel beter met het grondwater gesteld dan voorgaande jaren. Dat komt deels door de terugkeer van de regen in juni, maar ook doordat het voorjaar nat begon. Ook wordt er minder water in de winter afgevoerd dan in voorgaande jaren.

Maar het is belangrijk om te benadrukken dat het grondwaterpeil per regio verschilt. In de ene regio wordt meer water opgepompt dan in de andere. Momenteel hebben vooral Drenthe en het noorden van Overijssel te maken met een te laag grondwaterpeil.

Bovendien krijgt niet elke regio te maken met evenveel regen. "De buien in de zomer zijn vrij lokaal van karakter", zegt Weerplaza-meteoroloog Knol. Daardoor kan een bui makkelijk tot een daling in het neerslagtekort op de ene plek leiden, terwijl het een paar kilometer verderop droog blijft.

Ook is niet elke bodem even droogtegevoelig. Dat geldt vooral voor de zandgronden in het oosten en zuiden van het land, van Drenthe tot Noord-Brabant. Kleigronden in het westen, midden en noorden van het land kunnen vocht beter vasthouden.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next