Steeds meer mensen kijken op hun eigen moment naar een televisieprogramma. Volgens het Nationaal Media Onderzoek (NMO), verantwoordelijk voor de tv-meting, is het kijkgedrag daardoor versplinterd en niet meer goed te meten op basis van één dag.
"We meten in het vernieuwde onderzoek live én uitgesteld kijken. Na het moment van uitzending kunnen er nog veel kijkers bij komen die het programma uitgesteld kijken, soms wel meer dan 30 procent", legt NMO-directeur Patricia Sonius uit. "NMO publiceert daarom alleen nog de complete cijfers, een week later."
Partijen die meebetalen aan het onderzoek, zoals NPO, RTL Nederland en Talpa Network mogen wel de volgende dag een persbericht uitsturen over de cijfers van hun eigen programma's, maar geen informatie over andere zenders geven. Voor journalisten en andere liefhebbers van kijkcijfers, is het niet meer mogelijk zelf mee te kijken.
Dat betekent dat tv-zenders zelf mogen kiezen: wachten ze een week af, of sturen ze bij hoge cijfers meteen een persbericht uit? Tina Nijkamp, die dagelijks de kijkcijfers analyseert, verwacht dat laatste. Zij is dan ook teleurgesteld in de beslissing van de NMO, zo liet ze dit weekend weten via sociale media. "Mag de NPO dit ook doen? Die is van ons allemaal en dus ook openbaar?"
NU.nl heeft de publieke omroep gevraagd naar de twijfels van Nijkamp, maar de NPO wil niet inhoudelijk reageren. "Wij hebben kennis genomen van het besluit van de NMO", zegt een woordvoerder slechts.
In het nieuwe onderzoek worden niet meer alleen kijkcijfers van lineaire (geprogrammeerde) televisie gemeten, maar bijvoorbeeld ook Netflix en andere streamingdiensten. Daarnaast worden in het onderzoek ook de streams meegenomen van programma's en content die mensen op hun laptop of smartphone bekijken. Het onderzoek neemt alle schermen in een huishouden mee.
Bij het meten maakt NMO gebruik van de totaalmetingen uit videoplayers, sites en apps van bijvoorbeeld Ziggo en KPN. Verder ook NPO Start, RTL.nl en de apps die je thuis op je tv-toestel hebt, plus randapparatuur die daarop is aangesloten.
Het onderzoek is dus uitgebreider, al is het de vraag hoe interessant het nog voor journalisten en mediakenners is om een week later de kijkcijfers te krijgen van bijvoorbeeld actualiteitenprogramma's. Die uitzendingen worden doorgaans niet later in de week nog door vele duizenden extra mensen bekeken.
Het traditionele kijkkastje verdwijnt in de nieuwe opzet. De panelleden blijven. En er komen meer huishoudens bij: waren het er voorheen 1.250 huishoudens, moet dat nu groeien tot 1.850. Sonius noemt het 'een verbetering'. "Dit panel is representatief voor de Nederlandse bevolking.” Deelnemers worden of zijn uitgenodigd.
Het grotere aantal deelnemers zou moeten zorgen voor stabielere kijkcijfers, maar vooral de techniek die er achter zit moet het verschil maken. Het onderzoek gaat gebruikmaken van een nieuwe meter van onderzoeksbureau Kantar die registreert bij deelnemers wat er op het tv-toestel gebeurt. Via audiomatchingstechniek krijgt de op het tv-toestel aangesloten meter alle audiosignalen binnen.
Ook is er een Focal Meter, een router die via het wifinetwerk al het mediaverkeer in huis meet. Dat is handig voor bijvoorbeeld het meten van wie er in een huishouden naar Netflix kijkt. Uiteindelijk is het de bedoeling meer data uit andere onderzoeken toe te voegen, zoals het radio-onderzoek dat in januari in nieuwe vorm begon. Uiteindelijk wil NMO ook het kijkgedrag buitenshuis gaan meten.
Netflix, Disney+ en Amazon Prime lopen nog niet officieel mee in het kijkonderzoek, al is de techniek daar al wel klaar voor. De streamingdiensten kunnen ieder moment instappen, ze moeten het alleen wel willen.
Source: Nu.nl algemeen