Jorien Leendertse
Jorien Leendertse
Wie een tweede kind krijgt, krijgt vanaf 2025 minder uren kraamzorg dan bij een eerste kind, als de omstandigheden in het gezin het toelaten. Dat staat in een plan van werkgeversorganisatie BO Geboortezorg. De beperking moet volgens de organisatie worden ingevoerd vanwege de tekorten op de arbeidsmarkt.
Nederland komt ongeveer 1500 kraamverzorgers tekort. En van de 9500 kraamverzorgers is ook nog eens 10 procent langdurig ziek. Dat voelen de kraamverzorgers die wel kunnen werken. Zeker in grotere steden, waar sommige kraamverzorgers drie gezinnen op een dag helpen. "De situatie is de afgelopen twee jaar nijpend geweest, maar nu loopt het helemaal de spuigaten uit", zegt FNV-bestuurder Feli Escarabajal.
Nu krijgen gezinnen met een baby gemiddeld al jarenlang ongeveer 42 uur kraamzorg. In de regio's waar tekorten zijn, geven kraamverzorgers nu het minimale aantal uren van 24 uur zorg. In sommige gevallen worden tekorten sinds deze zomer aangevuld met kraamzorg op afstand via online gesprekken.
Andere oplossingen zijn meerdere gezinnen per dag draaien of medewerkers die nog in opleiding zijn inzetten, zegt BO Geboortezorg.
Kraamzorg is een Nederlandse vinding. De zuigelingensterfte lag erg hoog in Nederland eind 19de eeuw. Destijds lag de zorg voor kraamvrouwen en zuigelingen in handen van bakers, die daar geen opleiding voor hadden. Halverwege de 20ste eeuw kwam er een opleiding en ontstond het beroep van kraamverzorger.
Er wordt nog gezocht naar een oplossing voor het personeelstekort. "Ik zie het niet rooskleurig in, dat we een nieuw blik kraamverzorgers kunnen opentrekken", zegt Martine de Ridder van verloskundigenpraktijk Westerkade in Utrecht.
De Ridder controleert als verloskundige de kraamverzorgers. Zij komt ook bij mensen thuis, om de administratie van de kraamverzorgers te controleren en is eindverantwoordelijke voor de gezondheid van het kind.
"Het is een trend geworden om mensen zo snel mogelijk uit het ziekenhuis te ontslaan. Maar omdat kraamzorg zo nijpend wordt, gaat het op alle vlakken wringen." En dus komen veel taken op de schouders van de verloskundigen terecht en doen zij soms de administratie, in plaats van de kraamverzorgers. Ook bezoeken verloskundigen de gezinnen nu vaker, om toch de kwaliteit te kunnen waarborgen.
"De kraamverzorger is nu puur aanwezig voor controles, wegen en meten. Er is minder tijd voor het monitoren van borstvoedingen of huishoudelijke taken. En dat gaat ten koste van de slaap en rust van de ouders."
Die problemen ziet brancheorganisatie BO ook. Daarom ligt er een plan om vanaf 2025 zorg op maat te geven. Bij een eerste kind wordt dan meer kraamzorg gegeven dan bij het tweede kind, als er tenminste geen gezondheidsproblemen zijn in het gezin. Bij bijvoorbeeld een postnatale depressie of een verstandelijke beperking kan het aantal uren kraamzorg worden uitgebreid.
Op deze manier moet het aantal uren zorg beter worden verdeeld. Ook wordt er niet meer gekort op het aantal uren kraamzorg als de moeder langer in het ziekenhuis moet blijven, wat nu wel het geval is.
Ook hierbij gaat online kraamzorg een belangrijke rol spelen, zegt Esther van der Ark van de Nederlandse Beroepsvereniging Voor Kraamverzorgenden. "Er is maar één manier om de krapte tegen te gaan en mensen toch te woord te staan, en dat is om er ook een digitale tak aan te bouwen. Dat zou extra moeten zijn."
Verloskundigen, maar ook kraamverzorgers hebben een hard hoofd in de digitalisering van het vak. "Ik kijk daar sceptisch tegenaan", zegt bijvoorbeeld Lieneke van den Brink, verloskundige en voorzitter van de zorggroep Verloskunde Zuidoost Brabant. "Mensen met een derde kindje weten al meer, maar in situaties waar mensen gevlucht zijn, de taal niet spreken, geen familie hebben, of kampen met een verstandelijke beperking, hebben mensen echt ondersteuning nodig. Daarvoor moet je in huis zijn".
Binnenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws