N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Deze zondag is Kamagurka te gast bij Zomergasten. De cartoonist is al sinds 1979 verbonden aan NRC. In 2016 interviewde de krant hem samen met Youp van ’t Hek.
Het is even over vijf, het regent in Noordwijk aan Zee. Kamagurka bestelt een biertje. Achterin een auto op de parkeerplaats had hij twee enorme opblaaszwanen zien liggen, en hij vermoedt iets: „Hoe diep moeten we straks de zee in met die dingen?” Dan komt Youp van ’t Hek het overdekte terras op lopen. „Ik heb mijn auto maar goed op slot gedaan,” zegt hij terwijl hij zijn hoed afzet, „want Harry Mens woont hier in de buurt”.
De Nederlandse en de Vlaamse humorist begroeten elkaar. Youp en Kama kennen elkaars werk: Youps columns, Kama’s cartoons, elkaars optredens. Maar ze kennen elkaar niet goed; ze hebben elkaar weleens ontmoet maar nooit lang gesproken. „De laatste keer bij de Nacht van NRC”, zegt Kamagurka. „Toen was ik al behoorlijk slecht, ja”, zegt Youp. Hij doelt op zijn gezondheid. Ruim een half jaar geleden, op kerstavond, onderging hij een zeven uur durende hartoperatie. Het scheelde weinig of hij had het niet overleefd. Inmiddels speelt hij zijn voorstelling Licht weer avond aan avond. „Vooral de dingen er omheen doe ik niet meer,” zegt hij.
Waarover straks meer. Eerst worden er wat logistieke afspraken gemaakt over de avond. Over een paar uur, als het volgens de smartphone droog wordt, gaan we foto’s maken op het strand. Het diner wordt daaromheen gepland. „Peter Vandermeersch betaalt toch?” vraagt Kamagurka terwijl hij de wijnkaart bekijkt. De heren grijnzen. En wisselen wat tips uit over goede restaurants in Nederland en Vlaanderen.
Foto’s Lars van den Brink
Dan vertelt Youp verder over zijn voorstelling. „Die gaat over een psychiater die het eigenlijk een beetje beu is. Hij heeft in 1982 een voorstelling van mij gezien waar geen hond in de zaal zat, maar hij vindt mij wel een vrolijk mannetje. En hij vraagt mij om elke maandagochtend een beetje te komen sparren. Zo worden wij vrienden. Hij woonde op de Keizersgracht, ik woonde toen op het Singel…”
De zomer is er ook om even stil te staan. Dat doen we elke zaterdag met twee aan elkaar gewaagde gasten die elkaar niet kennen maar elkaar veel te zeggen hebben. Een avond lang tafelen zij met twee journalisten, overnachten in een hotel en nemen na het ontbijt afscheid. Vandaag de eerste aflevering.
De komende weken spreken we onder anderen ook: Procureur-generaal Herman Bolhaar & SP-politica Sadet Karabulut. Zangeres Wende Snijders & psychiater Jim van Os. Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbets en kunstenaar Floris Kaayk.
Kamagurka, voorzichtig: „Is dat echt gebeurd? Nee toch?” Youp lacht. Kama: „Dat is jouw allersterkste punt, jij kunt altijd vertellen alsof het echt gebeurd is.” Licht gaat in feite, zoals Youp zelf in de show zegt, over „neuken en de dood, de belangrijkste dingen in het leven”. Hij speelde die voorstelling al voor hij geveld werd; blijkbaar hield de dood hem bezig. „Het rare was: ik was ziek en ik wist niet wat ik had. Daarmee liep ik steeds bij artsen.” En die konden niks vinden. „Op een gegeven moment ben ik na drie minuten van het podium gestapt. Toen zijn ze verder gaan zoeken en kwam die hartoperatie. En toen viel ook alles in die voorstelling veel meer op zijn plek.” Hoe dan? „Het had op teletekst en in alle kranten gestaan, ik kon niet zeggen: het was een griepje. Dus nu begin ik de voorstelling ermee: ik ben de avond voor kerst met spoed geopereerd, ik was de hele kerst onder narcose, ik kan het iedereen aanraden.” Ze lachen. „En dan eindig ik er ook mee: dat ik weer wilde spelen. Het heeft die voorstelling een soort idiote lading gegeven.”
Maar het wás ook serieus. Youp vertelt dat hij zo ziek was dat hij in de scanner in slaap viel. Dat het hem vlak voor de operatie zelfs niet meer kon schelen of hij het overleefde of niet. „Maar na de operatie had ik al vrij snel weer een grote bek. Iemand zei tegen mijn vrouw: nog even en hij is weer helemaal de oude. Waarop Debby zei: dat hoeft nou ook weer niet.”
Hij neemt een slok wijn. „Dit is trouwens godvergeten lekkere wijn.”
Kamagurka: „Ik heb gewoon de duurste gekozen.” Lachend: „Nee hoor, maar deze is biodynamisch. Ik vind: wijn moet je kunnen doordrinken. Van deze wijn wordt je lichaam blij, dat neemt dat op. Bij slechte, scherpe wijn voel je: je maag drijft dat direct naar de uitgang. Als ik veel goede wijn heb gedronken, ga ik thuis altijd meteen naar mijn atelier om te schilderen.”
Youp: „En is het dan wat, de volgende dag? Ik heb weleens redelijk lammig een tekst geschreven en daar was ik heel tevreden over. Maar de volgende dag startte ik mijn computer op… Ik heb hem nooit aan iemand laten lezen.”
Kamagurka: „Tekenen is iets heel anders dan schrijven. Dankzij de evolutie van de kunstgeschiedenis kun je veel meer drinken als kunstenaar. Ik kan me niet voorstellen dat Caravaggio of Michelangelo dronken waren toen ze schilderden. Maar Cobra-artiesten, bijvoorbeeld, die konden wel flink drinken en niemand ging dan zeggen: goh, je begint de zon blauw te schilderen en de lucht geel.”
Ze vertellen hoe ze werken als ze een voorstelling in elkaar steken (Kama toert momenteel met zijn voorstelling Vliegangst op de Pechstrook). „Als ik een nieuw programma ga maken”, zegt Youp, „staat er eerst niets op papier. Dan begin ik kastjes te schilderen, een raam te vervangen… Als ik op een gegeven moment mijn auto ga wassen, roept mijn vrouw: ga naar je computer!”
Kamagurka: „Je bouwt eigenlijk een soort spanning op zodat je iets kunt maken. Bij mij is het ook mijn vrouw die zegt: nu ga je schrijven. En nu mag je stoppen.”
Youp: „Ja, precies. En dan tik ik twintig, dertig pagina’s en heb ik in principe het verhaal. Nog lang niet goed, maar dan begin ik in Theater Pepijn, met een voorleesvoorstelling. Dat is bijgeloof, de negentig mensen die daar zitten waren in de jaren 80 al bij mijn try-outs. En de eerste keer dat ik voorlees, denk ik: dat kan eruit, en dat kan ik veel langer maken en veel leuker…”
„Hoe vaak doe je dat, dat voorlezen?”, vraagt Kamagurka.
Youp: „Een stuk of acht, negen keer. Ik zeg altijd: goed opletten, want het grootste deel van wat u vanavond hoort, hoort u nooit meer terug. Het publiek maakt dat zinnetje vaak ook af. Dat is een soort verbond met de zaal.”
Kamagurka: „Ik schrijf ook alles uit. Ik geniet daar ook van. Maar ik heb wel meer voorleessessies nodig dan acht. En als ik terugkom praat ik er vaak met mijn vrouw over. Ik ben een enorme twijfelaar, ik kan heel moeilijk beslissingen nemen. Wat ik geleerd heb is alleen maar die tekst over te houden waarvan ik het leuk vind om die te brengen.” Hangt dat samen met hoe het valt? „Niet altijd. Soms denk ik: die grap moet ik eigenlijk niet doen; nou, nog één keer dan – hele zaal plat.”
Youp: „Ik heb ook een grap in mijn voorstelling, die is te slecht voor woorden. Over een man met een zus die ervan overtuigd is dat ze nog wat van het leven kan maken. Die gaat de hele tijd op cursus. Hij noemt haar dan ook de cur-zus. Dan zeg ik erbij: dit is de slechtste grap van de hele voorstelling. Maar dan komt er even later een neef langs die homoseksueel is, een neef die nicht is… Die grap is nóg slechter.”
Kamagurka: „Als je ermee speelt, fantastisch. Ik heb ook zo’n grap: dan heb ik een wegrestaurant gezien, ik loop ernaartoe en dat restaurant is weg. Maar het stond erop, het is een wegrestaurant. Iedereen moet daar altijd om lachen. In feite zijn dat een soort ontmijningsgrappen, waardoor het publiek veel meer op zijn gemak komt te zitten. Dat het niet perfect hoeft te zijn, het is ook maar een mens dat daar staat. En als je dan erbij zegt: de volgende grap is nóg slechter… Waardoor werkt humor eigenlijk? Je mag de beste grap geven aan bepaalde mensen, die gaan er nooit een lach mee krijgen. En dan heb je andere mensen die de flauwste grap vertellen en iedereen lacht.”
Youp: „Wim Kan zei daarover: je doet de deuren dicht, het licht gaat uit en je smeedt een complot met de zaal. Het is vaak heel moeilijk na te vertellen voor wie er niet bij was. Daarom is cabaret op tv ook veel ingewikkelder. En het lekkere van véél spelen is dat je je voorstelling helemaal kan bijschaven tot een geoliede machine.”
Kamagurka: „Als je op het podium moet nadenken, ben je eigenlijk al vertraagd bezig. Dat is met schilderen én met spelen: op een bepaald moment verdwijnt de zaal, verdwijnt de omgeving. Ook voor het publiek! Die zitten in die zaal, maar ze zitten eigenlijk gewoon bij jou. Ik denk altijd: speel de zaal weg – als dat kan, heb je een geslaagde avond. Hetzelfde als met voetballen. Een voetbalploeg die goed in vorm is, die denkt niet meer na, die speelt gewoon.”
Youp: „We gaan niet de hele avond over voetbal praten, hoor.” Kamagurka: „Eén keer nog.”
Ze lachen.
Foto Lars van den Brink
Joseph Jacobus Maria (Joep) van ’t Hek (Naarden, 1954) staat sinds 1973 onder de naam Youp op het podium als cabaretier. Aanvankelijk met Cabaretgroep Nar, vanaf 1982 solo. Enkele terugkerende thema’s in zijn shows zijn het vermijden van sleur en alles uit het leven halen wat erin zit.
In 2017 maakt Youp zijn negende oudejaarsconference. In de eerste conference, in 1989, bespotte hij onder meer het alcoholvrije bier Buckler, waarna de verkoop ervan dramatisch daalde (het bestaat nu niet meer). Source: NRC