Servië heeft de etnisch Servische politicus Milan Radoicic uit Kosovo gearresteerd vanwege zijn betrokkenheid bij gevechten in Kosovo twee weken geleden. Dat heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken bekendgemaakt.
Radoicic was de vicepresident van de Servische politieke partij Srpska Lista in Kosovo. De partij heeft banden heeft met de partij van de Servische president Vucic.
Twee weken geleden bezette een groep van ongeveer dertig zwaargewapende mannen een kloostercomplex in Kovoso. Bij de vuurgevechten tussen de Kosovaarse politie en de groep vielen vier doden en meerdere gewonden.
Onder de doden waren drie schutters en een Kosovaarse politieagent. Volgens de Kosovaarse autoriteiten lag er een grote hoeveelheid wapens en explosieven in het klooster.
De Kosovaarse minister van Binnenlandse Zaken plaatste op Facebook dronebeelden van het klooster waarop Radoicic te zien zou zijn.
Enkele dagen na de bezetting bevestigde Radoicic in een verklaring via zijn advocaat dat hij bij de aanval betrokken was "om het Servische volk aan te moedigen zich te verzetten tegen het terroristische regime van Kurti". Kurti is de premier van Kosovo.
Radoicic zei dat de Servische autoriteiten niet op de hoogte waren van zijn handelen en dat hij zijn functie bij de partij had neergelegd.
De etnisch Servische politicus en zakenman werd al gezocht omdat hij verdacht wordt van betrokkenheid bij de moord op de gematigde Kosovaarse Servische leider Oliver Ivanovic in 2018. De Servische president Vucic heeft Radoicic meerdere keren verdedigd. Ook na de recente aanval noemde Vucic hem lovend een "echte patriot" die de Kosovaarse Serviërs verdedigt.
De Europese Unie en de Verenigde Staten hadden Servië opgeroepen om iedereen die betrokken was bij de bezetting van het klooster te berechten.
Kosovo en Servië liggen al lang met elkaar overhoop. Kosovo is een voormalige provincie van Servië, die zich in 2008 eenzijdig onafhankelijk verklaarde. Zo'n honderd landen, waaronder Nederland, erkennen de onafhankelijkheid, maar Servië beschouwt Kosovo nog steeds als een Servische provincie. Eind jaren 90 voerden Servië en een Kosovaarse guerrilla-organistatie een oorlog uit, die werd beëindigd na bombardementen van de NAVO op Servische doelen.
In Kosovo wonen bijna twee miljoen mensen. Ongeveer 90 procent is van Albanese afkomst. In het noorden wonen ook zo'n 50.000 etnische Serviërs die bij Servië willen horen. Zij erkennen de regering van Kosovo en Kosovaarse overheidsinstellingen niet.
Kosovo wil lid worden van de Europese Unie, maar heeft nog geen uitzicht op het lidmaatschap, onder meer omdat niet alle EU-landen de onafhankelijkheid erkennen.
Gewelddadige confrontaties tussen etnische Serviërs en de Kosovaarse politie komen vaker voor, maar de recente aanval was de grootste in jaren. Dit voorjaar leken de leiders van beide landen toe te werken naar een samenwerking. Onder leiding van de EU-buitenlandchef Borrell bereikten ze een akkoord over het "normaliseren van de relaties."
Enkele weken later liepen de spanningen tussen beide landen weer op, na lokale verkiezingen. Etnische Serviërs probeerden te voorkomen dat in een aantal noordelijke gemeenten etnisch Albanese burgemeesters werden geïnstalleerd. De Serviërs hadden de verkiezingen geboycot, waardoor de opkomst slechts 4 procent was. Bij ongeregeldheden daarna raakten tientallen NAVO-militairen gewond.
De NAVO maakte na de gewelddadigheden vorige week bekend extra troepen te sturen naar Kosovo. De VN-vredesmacht KFOR is al sinds 1999 aanwezig in Kosovo. Tegenwoordig zijn er ongeveer 4500 NAVO-militairen in het gebied. Hoeveel daar bij komen is onduidelijk.
De Amerikaanse regering heeft er daarnaast bij Servië op aangedrongen om zich terug te trekken uit het grensgebied met Kosovo. Het Witte Huis zei een grote militaire inzet te zien langs de grens met Kosovo met een "ongekende hoeveelheid" geavanceerde Servische artillerie en tanks.
Servië zei daarna de troepenmacht met de helft te hebben verminderd, maar de VS liet weten dit nog niet te kunnen bevestigen.
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws