Het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof heeft geoordeeld dat twee grote Japanse bedrijven, Mitsubishi Heavy Industries en Nippon Steel, schadevergoedingen moeten betalen aan nabestaanden van dwangarbeiders die tijdens de koloniale heerschappij moesten werken in hun fabrieken. Korea werd tussen 1910 en 1945 bezet door Japan.
Het Hooggerechtshof oordeelde dat Mitsubishi Heavy Industries ongeveer 100.000 euro moet betalen aan elk van de vier nabestaanden die compensatie eisten. Ongeveer hetzelfde bedrag geldt voor de zeven eisers van Nippon Steel.
Zowel Nippon Steel als Mitsubishi Heavy Industries noemt de uitspraak "betreurenswaardig". Volgens de bedrijven was de kwestie van de Zuid-Koreaanse dwangarbeiders al opgelost door de overeenkomst uit 1965 tussen de twee landen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden naar schatting 700.000 Koreanen gedwongen om onder erbarmelijke omstandigheden voor Japanse bedrijven te werken. Dit ligt in beide landen nog altijd gevoelig, net als de seksuele slavernij die ermee gepaard ging. Japan vindt dat deze kwesties zijn afgehandeld in verdragen uit 1965 en 2015, maar veel Koreanen zien dit anders.
Het verdrag uit 1965 diende om de relaties te normaliseren, en werd destijds ondertekend door de Zuid-Koreaanse dictator Park Chung-hee. Rond de 500 miljoen euro aan goedkope leningen en financiƫle steun was hiermee gemoeid, maar dit verdrag wordt door veel politici in Zuid-Korea niet erkend. Een groot deel van het geld is nooit terechtgekomen bij de slachtoffers. Ook is het verdrag niet ondertekend door een democratische Koreaanse regering.
In 2018 deed een Zuid-Koreaanse rechter een vergelijkbare uitspraak voor vijftien andere nabestaanden van werknemers die dwangarbeid moesten verrichten voor Japan. Het vonnis bracht een flinke knauw toe aan de banden tussen Zuid-Korea en Japan.
Nationalistische politici van de regerende Liberaal Democratische Partij van Japan reageerden destijds fel. Veel van hen weigerden schulderkenning. Handelsrestricties en officiƫle boycots volgden snel.
De afgelopen maanden proberen de Zuid-Koreaanse president Yoon Suk-yeol en de Japanse premier Fumio Kishida de betrekkingen juist te verbeteren. Eerder dit jaar lanceerde Zuid-Korea een plan voor een compensatiefonds voor mensen die tijdens de Japanse bezetting gedwongen werden te werken, dat voor het grootste deel werd bekostigd door de Zuid-Koreaanse overheid en Zuid-Koreaanse bedrijven. Japanse bedrijven hoefden volgens dit plan geen bijdrage te leveren.
Dat werd door veel Zuid-Koreanen niet enthousiast ontvangen. Slachtoffers vinden dat compensatie direct vanuit de schuldige organisaties moet komen. Volgens de grootste Koreaanse oppositiepartij is de Zuid-Koreaanse regering met het plan gecapituleerd voor Japan.
"In Japan wordt er fel gereageerd op de uitspraak. De relatie tussen de twee landen heeft wel vaker op scherp gestaan vanwege de oorlogsgeschiedenis, maar deze uitspraak komt juist op een moment dat de leiders van beide landen weer toenadering zoeken.
Met de groeiende assertiviteit van China, de gespannen relatie met Rusland en de ontwikkeling van kernwapens in Noord-Korea is voor beide regeringen duidelijk geworden dat het afkoelen van de relatie niet houdbaar is. Daarbij hebben steeds meer Japanners een positief beeld van Zuid-Korea.
De activisten en de Koreaanse rechter hebben hier geen boodschap aan: die zien Japan nog steeds als de oude koloniale macht die weigert het verleden te accepteren. Japan zegt daarentegen in 1965 herstelbetalingen te hebben gedaan en dat daarmee de zaak opgelost is. Elke poging om het verleden weer op te rakelen wordt daarom ook, vooral onder de rechts-conservatieve regering, gezien als een onnodige provocatie."
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws