Vandaag zijn opnieuw de ogen gericht op Den Haag, waar het Internationaal Gerechtshof (ICJ) zich buigt over de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Een definitieve uitspraak kan nog jaren op zich laten wachten, maar voorlopige maatregelen kunnen vandaag al worden opgelegd. En wat die ook zijn, voor Israël en zeker ook zijn bondgenoten kunnen de gevolgen van de tussenuitspraak van vandaag groot zijn.
Zo zou het hof, in theorie, Israël kunnen opleggen om een staakt-het-vuren aan te kondigen en meer VN-steun toe te laten in Gaza. Ook zou het ICJ kunnen eisen dat Israël alle bewijzen van mogelijke misstanden veiligstelt voor de toekomst.
Juridisch gezien is het voor partijen onmogelijk om de uitspraak van het hof naast zich neer te leggen, al heeft premier Netanyahu al gezegd dat hij zich niets zal aantrekken van een opgelegde staking van de strijd. Maar zelfs als de partijen zich alsnog niets zouden aantrekken van de tussenuitspraak van het ICJ, is het voor andere landen wel zeer van belang, legt hoogleraar publiekrecht André Nollkaemper van de Universiteit van Amsterdam uit.
"Het hof van Den Haag zal dit bijvoorbeeld ook mee moeten nemen bij de uitspraak over de Nederlandse leveringen van F-35-onderdelen aan Israël, op 12 februari", legt Nollkaemper uit. "Wat het hof ook zegt, zelfs al is het alleen 'het is heel erg, maar we zien geen aanwijzing van genocide', dan zal dit doorklinken in die Nederlandse uitspraak."
Over de kansen van de zaak van Zuid-Afrika bij het ICJ valt weinig te zeggen. Een oproep van het hof om de burgerbevolking van Gaza te ontzien, valt te verwachten, zegt Nollkaemper.
Hij denkt dat vooral de vraag of er een plausibele grond is voor de beschuldiging van genocide relevant wordt. In de voorlopige voorziening zal het hof niet toekomen aan de vraag of Israël de intentie heeft om genocide te plegen in Gaza. Maar het hof zal wel overtuigd moeten zijn dat de feiten die Zuid-Afrika heeft aangedragen binnen de reikwijdte van het Genocideverdrag vallen. Ik schat in dat het hof wel verdeeld zal zijn over de vraag of er sprake is van intentie. Een aantal rechters zal zeggen dat daar sprake van is, anderen zullen zeggen van niet", denkt Nollkaemper.
In totaal zijn er zeventien rechters die zich over deze vraag buigen, en er zijn dus negen rechters nodig voor een meerderheid. Mocht een meerderheid van de rechters inderdaad een plausibele grond zien, is het volgens Nollkaemper de vraag welke maatregelen dan worden uitgevaardigd. "Dat kan gaan van het stoppen van de militaire activiteiten, tot de eis om oproepen tot genocide te bestraffen of bijvoorbeeld te eisen dat er geen bewijzen verloren mogen gaan."
Verder zal de grote hoeveelheid desinformatie rond de strijd in Gaza vandaag een rol spelen in de zaak. Die maakt het aantonen van intentie bij Israël moeilijk. Nollkaemper wijst in dat kader op een vergelijkbare genocidezaak die Gambia enkele jaren geleden begon tegen Myanmar. "Toen was er een onafhankelijk VN-onderzoek waar het hof zich op kon baseren. Dat is er nu niet en juist die feiten zijn bij een normale procedure heel belangrijk."
Toch denkt de hoogleraar dat ook zonder die feiten vandaag al stappen gemaakt kunnen worden door de rechters. "Ik schat zelf in dat ze zeggen: 'niet alles staat vast, maar op grond van wat we hebben is er genoeg duidelijk om te zeggen dat er sprake is van grootschalige doden'. Zeker een deel van de rechters zal dat vinden."
Daarom is een oproep van het hof te verwachten. Nollkaemper: "Ook als het hof zegt dat de intentie niet kan worden aangetoond, valt het te verwachten dat ze een oproep gaan doen aan partijen om de aard van de militaire activiteiten te matigen of in ieder geval meer rekening te houden met de burgerbevolking. Het zou me verbazen als er geen oproep komt om de burgers van Gaza te ontzien."
Juist bij het afgeven van zo'n signaal verwacht Nollkaemper dat de rechters elkaar vandaag zullen vinden. Wat namelijk ook nog speelt is de vraag of er een aannemelijk risico bestaat op genocide, en of Israël dus genoeg doet om te voorkomen dat dit plaatsvindt. "Het hof kan zeggen: 'die intentie is niet vast te stellen op basis van de feiten, maar gezien de aard van de burgerslachtoffers en de uitspraken van Israëlische politici is er wel een risico op genocide'. Zo'n waarschuwing over het risico op genocide is een tussenvorm waar alle rechters het over eens zouden kunnen zijn."
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws