Home

Advocaten in beroep tegen terugkeerbesluit derdelanders uit Oekraïne

Rolinde Hoorntje

Redacteur Binnenland

Rolinde Hoorntje

Redacteur Binnenland

Advocaten leggen zich niet neer bij het terugsturen van zogenoemde derdelanders, die op last van de Raad van State over ruim een maand de opvang moeten verlaten.

Het gaat om niet-Oekraïners die in Oekraïne verbleven toen Rusland twee jaar geleden het land binnenviel. Zij studeerden er bijvoorbeeld of werkten op een tijdelijke verblijfsvergunning. Sommigen waren al jaren in het land.

Nog geen half jaar na de inval besloot demissionair staatssecretaris Van der Burg (Justitie) de Europese bescherming voor deze groep ontheemden in te trekken. Er ontstond vrijwel direct discussie over het onderscheid dat werd gemaakt; uiteindelijk besloot de hoogste bestuursrechter in Nederland, de Raad van State, dat hun recht op verblijf eindigt op maandag 4 maart 2024. Vier weken later moeten ze de Europese Unie hebben verlaten.

Een groep advocaten blijft zich er echter tegen verzetten. "Wij denken dat deze groep wel degelijk recht heeft op bescherming tot 5 maart 2025 en dat deze uitspraak is gebaseerd op een verkeerde uitleg van EU-recht", zegt advocaat Marjon Ristra-Peeters. "Dus dat gaan we aanvechten (zie kader)."

Beroepszaken

Er zijn nu nog zo'n 5000 derdelanders in Nederland. Volgens de laatste IND-cijfers vertrokken 760 mensen met een remigratieregeling, vroegen 740 mensen asiel aan en vallen 2400 derdelanders alsnog onder de Europese Tijdelijks Richtlijn Bescherming (RTB) omdat ze een permanente verblijfsvergunning in Oekraïne hebben of familieleden die onder de RTB vallen.

De rest van de 2540 derdelanders is zijn toekomst in Nederland na maandag niet zeker. Voor zeker de helft van hen gaan advocaten in beroep tegen de terugkeerbesluiten die de IND in februari heeft verstuurd, zegt Peeters.

Het COA zegt dat het al een aparte locatie heeft ingericht voor 60 derdelanders die nu al niet meer terechtkunnen in de gemeentelijke opvang.

NOS sprak eerder over de gevolgen met een groep derdelanders:

Hamid Islam (25) uit Pakistan is uitgenodigd door de gemeente Amsterdam om te praten over zijn plannen na 4 maart. Hij antwoordt dat hij nog niet weet wat hij gaat doen. "Ik hoop dat ik alsnog gerechtigheid krijg."

Woensdag 6 maart is de zaak van Hamid een van de eerste drie die voorligt bij de rechtbank Haarlem. Tot die tijd kan Hamid zich op niets anders concentreren. "Omdat mijn verblijfsrecht eindigt mag ik niet meer werken. Ik heb te veel tijd om na te denken", zegt hij somber. Hij studeerde zes jaar werktuigbouwkunde en behaalde zijn bachelor-diploma in China voor hij voor zijn master naar Oekraïne verhuisde. Toen de oorlog uitbrak, was zijn mastertitel al bijna in zicht.

'Deprimerend moment'

Hamid wil zijn studie in Nederland graag afmaken, maar dat kon niet toen zijn verblijfsrecht onzeker werd. Sinds afgelopen september moeten studenten uit Oekraïne 24.500 euro per jaar betalen. Geld dat Hamid, die tot 4 maart nog bij een McDonald's-filiaal in Amsterdam werkt, niet heeft.

"Het is een deprimerend moment voor ons allemaal", zegt hij. "Het voelt alsof we zes jaar opleiding, onze mentale gezondheid, ons geld en onze energie hebben verkwanseld door naar Nederland te komen."

Tegen een uitspraak van de Raad van State is geen beroep mogelijk: het is de hoogste bestuursrechter van het land. Maar advocaten zeggen dat ze nog andere mogelijkheden hebben om zich te verzetten.

De staatssecretaris had niet zomaar een eenmaal verleende bescherming van een groep mogen beëindigen. Dit heeft de Raad van State ook bevestigd, zeggen de advocaten. Tegen de beslissing van de IND waarin de dienst aankondigde dat hun verblijfsrecht op 4 september 2023 eindigt, stelden 1750 derdelanders beroep in bij de rechtbank. Een deel van die procedures loopt nog. Die zetten advocaten nu door.

Ook zijn er informatiebrieven verstuurd in januari aan derdelanders die moeten worden opgevat als 'terugkeerbesluit', zeggen de advocaten en heeft de IND aan sommige derdelanders terugkeerbesluiten gestuurd in februari. Daar gaan zij tegen in beroep.

De IND zegt dat er geen apart besluit voor het beëindigen van de tijdelijke bescherming nodig is, omdat hun recht op opvang van rechtswege eindigt. Om die reden heeft de IND alleen een informatieve brief gestuurd. De IND heeft bovendien eerder al een terugkeerbesluit opgelegd aan de derdelanders, zegt de dienst. "Wij zijn het daarmee niet eens", zegt Ristra-Peeters. "Bij een terugkeerbesluit moet een cliënt eerst in de gelegenheid zijn om iets te zeggen over zijn persoonlijke omstandigheden en hoe hij tegen zijn recht op verblijf aankijkt. Dat is nu niet gebeurd."

Binnenland

Deel artikel:

Source: NOS nieuws

Previous

Next