Rolf Schuttenhelm
redacteur Klimaat
Rolf Schuttenhelm
redacteur Klimaat
Het KNMI verwacht vanaf juni een actief orkaanseizoen op de Atlantische Oceaan, als gevolg van opvallend hoge zeewatertemperaturen en het wegtrekken van het natuurlijke klimaatfenomeen El Niño. Daardoor kunnen tropische stormen in het zuidelijk deel van de Noord-Atlantische Oceaan makkelijker uitgroeien tot (krachtige) orkanen.
Deze Atlantische orkanen trekken vervolgens in westelijke en noordwestelijke richting. Welke gebieden ze precies zullen treffen is niet op voorhand te zeggen. "Veel orkanen ontstaan in de buurt van de Kaapverdische Eilanden en trekken richting de Cariben of de Amerikaanse oostkust", zegt Iris Keizer, KNMI-klimaatspecialist voor het Caribisch gebied.
Zeven jaar geleden kreeg Sint-Maarten de volle laag, toen orkaan Irma overtrok en 91 procent van de gebouwen beschadigde. "Bovendien trok twee weken na orkaan Irma nog een categorie 5-orkaan, Maria, zuidelijk langs Saba en Sint-Eustatius. Ook die orkanen ontstonden in een orkaanseizoen met vergelijkbare condities zoals we ze dit jaar verwachten", zegt Keizer.
Het hangt samen met de sterk bovengemiddelde watertemperaturen die het gebied al een jaar in de greep hebben. Dat warme water vormt de motor voor orkaanontwikkeling, vertelt orkaanexpert Nadia Bloemendaal van het KNMI. "Een orkaan heeft zeewater van ten minste 27 graden nodig. Alles daarboven betekent meer energie voor het weersysteem en dus ook potentieel zwaardere orkanen."
Dan is er nog een tweede factor, zegt Bloemendaal: weinig verschil tussen de wind aan het oppervlak en die op grote hoogte. Tijdens El Niño is dat verschil vaak wel groot. Door krachtige zijwinden wordt de top dan van de tropische stormen afgeblazen, nog voor ze tot orkanen kunnen uitgroeien. Vorig jaar zorgde dat voor een rem op de Atlantische orkanen, ondanks de hoge watertemperaturen.
"Maar het lijkt nu zeker dat El Niño aan het begin van het orkaanseizoen verdwenen is. Er is bovendien een grote kans dat we dan te maken krijgen met de tegenhanger: La Niña", zegt Bloemendaal. Dat betekent doorgaans dat tropische stormen meer tijd krijgen om uit te groeien tot orkanen.
Het KNMI is niet de enige die een actief orkaanseizoen verwacht. De Colorado State University kwam donderdag met de jaarlijkse orkaanverwachting. Volgens het Amerikaanse instituut zullen het komende seizoen maar liefst elf orkanen de regio treffen, en nog eens 23 tropische stormen.
"Dit is hun hoogste aantal voorspelde orkanen ooit", zegt orkaanexpert Bloemendaal van het KNMI. "Het geeft een indicatie dat ook deze onderzoekers echt een heel actief seizoen verwachten."
Het Atlantische orkaanseizoen begint officieel op 1 juni en eindigt op 1 november. De meest intensieve periode ligt doorgaans tussen half augustus en half oktober.
El Niño is een natuurlijk klimaatfenomeen dat om de paar jaar de kop opsteekt. Het water in het oostelijk deel van de Grote Oceaan is dan warmer dan normaal. Dit gebeurde in 2023 en bereikte afgelopen december het hoogtepunt. De gevolgen van El Niño zijn uiteenlopend: van modderstromen in Peru tot bosbranden in Indonesië en koraalverbleking in Australië.
El Niño werkt juist temperend op Atlantische orkanen - door een tijdelijk groter verschil in windkracht en windrichting aan het aardoppervlak en op grotere hoogte in de atmosfeer. Tropische stormen kunnen hierdoor niet goed verticaal uitgroeien, met als gevolg minder orkanen.
Naar verwachting is El Niño verdwenen bij het begin van het orkaanseizoen. Het water in de Atlantische Oceaan zal wel nog lange tijd extra warm zijn. Dit warme water veroorzaakt de stijgende luchtstromen waar tropische stormen en orkanen uit ontstaan.
Binnenland
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws