De Europese natuurherstelwet maakt toch een kans om de eindstreep te halen. Oostenrijk maakt een draai en is van plan voor te stemmen, wat betekent dat de wet genoeg steun heeft om te worden aangenomen. Maandag wordt erover gestemd door de Raad van de Europese Unie.
Oostenrijk is intern verdeeld over de wet, dus het land was van plan zich te onthouden van stemming. Maar de Oostenrijkse milieuminister Leonore Gewessler maakte vandaag bekend het plan toch te steunen.
Het wetsvoorstel is al een tijd een heet hangijzer in de Europese politiek. Met de wet wil de Europese Commissie de natuurgebieden in Europa herstellen. Vooral de agrarische sector is een felle tegenstander van de beoogde plannen; zij ervaren de strengere milieuregels als een bedreiging voor hun bedrijven.
In de wet staat dat er in 2030 herstelmaatregelen moeten komen voor 30 procent van de natuurgebieden die in slechte staat zijn. En in 2050 zou er voor 90 procent een herstelplan moeten zijn.
Verder staan in de wet voorstellen om de biodiversiteit op landbouwgrond te vergroten en weidevogels terug te brengen. Ook het verbeteren van de waterkwaliteit en het creëren en in stand houden van groen in steden komen erin voor. Alle lidstaten moeten op basis van de wet een eigen herstelplan maken.
De behandeling van de wet, een initiatief van toenmalig Eurocommissaris Frans Timmermans, duurde lang. En in die periode werd het project al danig afgezwakt.
"Drie maanden lang stond de natuurherstelwet in de Brusselse ijskast. Met de Europese verkiezingen in het vooruitzicht en boerenprotesten in heel Europa was er niet genoeg steun voor de wet. Nu, een week na de verkiezingen, lijkt er toch de benodigde meerderheid te zijn van landen die de slechte staat van de natuur willen proberen tegen te gaan met strengere regels.
De Tweede Kamer gaf de regering de opdracht tegen de wet te stemmen door het aannemen van een motie van BBB en NSC. De partijen vrezen dat Nederland niet aan de stikstof- en waterkwaliteitsdoelen zou kunnen voldoen, en er mogelijk nog meer onhaalbare doelen bij zouden komen. Demissionair minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) maakte eerder bekend dat Nederland "met grote tegenzin" tegen de wet zal stemmen.
Als de wet het morgen tóch haalt, betekent dat slecht nieuws voor de nieuwe regering. Die wil juist ruimte voor boeren en heeft aangekondigd meer uitzonderingen van Brussel te willen in plaats van extra regels. Maar voor een meerderheid van de 27 landen lijkt het nu belangrijker de slechte staat van de natuur aan te pakken.
De stemming is morgenochtend. Er zijn al eerder onverwachte wendingen geweest rond deze wet, het zal tot het laatst spannend blijven of de wet het echt gaat halen."
Om aangenomen te worden moet de wet een zogenoemde gekwalificeerde meerderheid krijgen in de Raad van de EU, waarin ministers van alle lidstaten samenkomen. Dat houdt in dat minstens 55 procent van de EU-lidstaten voorstemt, die samen 65 procent van de Europese bevolking moeten vertegenwoordigen. Normaal gesproken is dat een formaliteit: eerder waren de lidstaten al akkoord gegaan, en ook het Europees Parlement stemde al in met de wet.
Toch kondigde Hongarije afgelopen maart aan tegen te willen stemmen, net als Polen, Italië, Zweden en Nederland. Oostenrijk en België zouden de wet eveneens niet steunen door zich te onthouden van stemming.
Of de wet morgen inderdaad de goedkeuring van de vereiste royale meerderheid krijgt, is nog onzeker. Het is niet uitgesloten dat een andere voorstander toch afhaakt. Maar daarvoor zien EU-diplomaten tot dusver geen aanwijzingen.
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws