Minister Wiersma van Landbouw (BBB) heeft de Tweede Kamer niet gerust kunnen stellen over haar aanpak van het mestprobleem waar veel boeren mee zitten. Veehouders hebben meer mest dan zij over het land mogen uitrijden, vanwege EU-regels over schoon oppervlakte- en grondwater. Daardoor loopt de mestopslag dag na dag vol.
De Kamer maakt zich grote zorgen omdat het er nog dit jaar op neer kan komen dat boeren gedwongen worden de milieuregels te overtreden of zo veel geld kwijt zijn aan mestafvoer dat zij failliet gaan. De Kamer had voor het aantreden van het nieuwe kabinet al aangegeven zo snel mogelijk een debat te willen. Daarbij is het uitgangspunt van een Kamermeerderheid dat minder vee de enige oplossing voor Nederland is.
Gisteren deed BBB-leider Van der Plas een poging om het debat uit te stellen omdat ze "haar" onervaren minister wilde "beschermen". Na een hoop heen en weer gepraat tot laat in de avond tussen de coalitiepartijen werd het debat toch vandaag ingepland.
Wiersma wilde het gedoe graag achter zich laten. "We zijn gisteren niet helemaal goed van start gegaan. Ik hoop dat we een nieuw begin kunnen maken." Ze waarschuwde wel dat zij nog maar een uurtje op haar ministerie was geweest en vooral zelf vragen aan ambtenaren had gesteld.
Nederlandse veebedrijven mogen tot 2026 meer mest uitrijden dan andere landen, met 2025 als afbouwjaar. In ruil daarvoor moet het grondwater wel van een bepaalde kwaliteit blijven. Dat lukt net. De waterkwaliteit wordt gemeten aan de hand van nitraat. Mest trekt de grond in en wordt daar nitraat.
De nitraatconcentratie in het grondwater onder de veebedrijven daalt sinds 2021 in alle grondsoorten (klei, zand, etc.). Dat komt vooral omdat het veel geregend heeft. In 2023 bleef het nitraat gemiddeld onder de Europese norm. In het zuiden en midden van de zandregio zat het precies op de grens. (Met de zandregio wordt bedoeld de landbouwgrond op zandgrond, waar mest sneller en dieper in het grondwater terechtkomt.)
Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Toch wilden de Kamerleden van haar weten of zij de mestplannen van oud-minister Adema gaat uitvoeren, omdat die op korte en lange termijn de boeren wat ruimte geeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vrijwillige uitkoopregeling en het onderling verhandelen van mestrechten tussen dier- en veehouderijen.
Wiersma deed daar geen toezeggingen over. "Komende weken gaan we werken aan de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord", zei Wiersma. "Ik kan er nu nog niet op vooruitlopen. Ik heb te weinig voorbereidingstijd gehad."
Wel zei ze dat er "goede dingen" in de plannen van Adema staan. Ze wilde ook niet toezeggen of de vier miljard euro die het vorige kabinet hiervoor had gereserveerd nog beschikbaar is.
De Kamerleden van oppositiepartijen GL-PvdA, D66, CDA en Partij voor de Dieren, maar ook van coalitiepartijen NSC en VVD wezen haar op de urgentie en zeiden dat er eigenlijk niet veel tijd meer is om na te denken. De Kamer was hier met oud-minister Adema al gedetailleerd over in gesprek en kon zijn plannen grotendeels steunen.
Wiersma herhaalde dat zij met het kabinet het coalitieakkoord gaat uitwerken tot een regeerprogramma, en dat zij daar niet op vooruit kan lopen. Wel heeft zij haar ambtenaren diverse adviezen gevraagd over het opslaan van mest in silo's, het aantal beschermde watergebieden te verkleinen en sommige ongunstige mestberekeningen aan te passen.
Vanaf 2025 gelden er strengere stikstof- en fosfaatgrenzen. Zoals het er nu naar uitziet haalt Nederland het niet om binnen die grenzen te blijven. De uitstoot van stikstof en fosfaat lag in 2023 nog wel onder de door de EU vastgestelde grens.
De uitscheiding van stikstof in dierlijke mest bedroeg 464 miljoen kilogram in 2023. Dat is 26 miljoen kilogram onder het stikstofplafond van dat jaar. Opvallend: de stikstofuitscheiding door melkvee en het bijbehorende jongvee is in 2023 juist toegenomen met 1,7 procent.
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
Politiek
Deel artikel:
Source: NOS nieuws