Home

Scheveningers jarenlang om tuin geleid met onzinverhaal: 'Is gewoon niet waar' - Omroep West

DEN HAAG - Hoe komt het Belgisch Park op Scheveningen aan zijn naam? Decennialang werd aangenomen dat het te maken had met een Belg die een bijzondere rol zou hebben gespeeld. Maar dat is helemaal niet waar, blijkt uit onderzoek van amateurhistoricus Paul Crefcoeur.

We spreken met hem af op het Belgischeplein, centraal in de buurt vol grote, historische gebouwen. Een omgeving waar de 75-jarige Crefcoeur, gepensioneerd tandarts, in 1976 vanuit Maastricht belandde en waar hij nog steeds woont.

'Ik heb altijd belangstelling gehad voor bouwen en verbouwen, dus dan kijk je anders naar huizen', verklaart hij.

'Ons huis moest destijds worden verbouwd en dan komt de geschiedenis naar boven. Ik merkte dat er details precies hetzelfde waren als bij andere huizen, dus toen dacht ik: dit is in serie gebouwd.'

Zo ontstond zijn interesse voor de geschiedenis van Scheveningen. 'Ik ben ook vrijwilliger geweest bij Muzee Scheveningen, daar deed ik ook veel onderzoek naar de omgeving.'

Hij schreef ook al een boek over de geschiedenis van zijn geliefde wijk. Nu hij met pensioen is, bleek het tijd om een groot raadsel op te lossen: hoe komt het Belgisch Park toch aan die naam?

'Een algemene onderzoeksregel is: follow the money', zegt hij. 'Kijk waar het bouwkapitaal vandaan is gekomen. Dat bleek afkomstig uit België.'

'De stichter van het Belgisch Park is François Paul Louis Pollen, geboren in Rotterdam. Zijn familie had daar een destilleerderij. Pollen had hier stukje bij beetje steeds meer grond gekocht, dat was zijn kapitaal. De rest van het geld was Belgisch kapitaal, want daar waren ze goed in hypotheken.'

Zo werd in 1876 de Hollandsch-Belgische Bouwgrond-Maatschappij opgericht. Maar het bouwen begon pas in 1883, want ook toen al was er een financiële crisis die eerst moest worden afgewacht.

Pollen had goede contacten met Petrus Marinus Mess (1817-1891), die zich bezighield met klimaat-therapie: zeelucht en rust. Zo werd Belgisch Park gebouwd als kuuroord. Niks woonwijk, maar een plek voor zieke en herstellende welgestelden.

Dat verklaart ook waarom er zoveel grote huizen staan, zegt Crefcoeur. Bedoeld om gasten met hun uitgebreide familie en entourage in het badseizoen te huisvesten. Het meeste wat er toentertijd is gebouwd, staat er nu nog. 'Vooral de oudste huizen, met die kenmerkende veranda's.'

De bouw liep trouwens wat vertraging op, toen in 1886 het Kurhaus afbrandde. 'Dat was van dezelfde aannemer, dus die had het toen druk met het herbouwen daarvan. Ook met Belgisch geld, trouwens.'

De huizen in het Belgisch park kostten in die tijd 43.000 gulden, destijds een fortuin. Inmiddels zijn velen ervan meer dan twee miljoen euro waard.

Terug naar 1886. Toen waren de huizen klaar. Maar op dat moment heette de wijk officieus als herstellingsoord naar de beherende maatschappij het Hollandsch-Belgische Park, zegt de historicus.

'Deze maatschappij zou volgens de statuten voor de duur van vijftien jaren gevestigd zijn. Na afloop daarvan, In 1898, ging zij in liquidatie en toen werd het met de bouw van nieuwe huizen een deftige woonwijk voor particulieren.'

Toen begon de naamgevingskwestie ook te spelen, zegt hij. 'Want er moesten huizen worden verkocht. Dus dan heb je straatnamen nodig. De gemeenteraad boog zich erover en nam de ingesleten naam Hollandsch-Belgisch Park over.'

'In de volksmond werd het al Hollands-Belgisch Park genoemd, maar omdat de straatnamen naar Belgische steden werden vernoemd, viel dat Hollands er al gauw af. De initiatiefnemer Pollen raakte zo in vergetelheid.'

Maar hoe zit het dan met die mysterieuze directeur van de paardentram, die uit België kwam en zich met de bouw bemoeid zou hebben?

Deze Cambier was uitvoerend spooringenieur van deze paardentram naar Scheveningen, die zich volledig in Belgische handen bevond. Maar hij heeft absoluut niets van doen met de naamgeving, bezweert Crefcoeur.

'Dat staat in allerlei boekjes, op websites en zelfs de gemeente en hun afdeling monumentenzorg hebben dat jarenlang zonder brononderzoek verspreid, maar het klopt dus niet. Ik heb ze er al eerder over aangeschreven en ze gewezen op archiefstukken.'

Hij vervolgt: 'Ook in de monumentenwijzer staan verkeerde dingen, zoals over de vermeende rol van de Antwerpse architect Théodule Coppieters.'

'Dat vind ik geschiedvervalsing en een beetje frustrerend', zegt hij met een frons. 'Als mensen iets niet onderzoeken, maar klakkeloos dingen kopiëren uit een boekje, dat ook weer overgeschreven is, dan krijg je dus dit soort dingen.'

Maar waarom vindt hij dat zo belangrijk allemaal? 'Omdat de juiste mensen de eer moeten krijgen, het is geen Belgisch ontwerp maar gewoon een Nederlands ontwerp. Alleen het geld kwam deels uit België. Ook de hele doelstelling en opzet was dus oorspronkelijk anders en heeft een unieke badplaatsstijl voortgebracht.'

De gemeente en de afdeling monumentenzorg laten Omroep West het volgende weten: 'De heer Crefcoeur heeft veel tijd en aandacht in dit onderzoek gestoken en is tot interessante bevindingen gekomen die wij graag vermelden op onze website. Belgisch Park is in de jaren 90 door het Rijk aangewezen als beschermd stadgezicht.'

De gemeente schrijft ook: 'De vermeende oorsprong van de naam Belgisch Park staat beschreven in de toelichting van het aanwijzingsbesluit dat destijds door het Rijk is gepubliceerd. Wij kunnen deze tekst niet aanpassen, omdat deze niet door de gemeente is opgesteld en bovendien heeft het document een juridische status.'

Toch wordt er wel iets gedaan met de gegevens van Crefcoeur, laat de gemeente weten: 'We zullen op de pagina waar we naar dit besluit verwijzen een disclaimer toevoegen dat nader onderzoek wijst op een andere ontstaansgeschiedenis van de naam Belgisch Park.'

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verwijst naar de gemeente Den Haag, omdat die destijds het onderzoek heeft gedaan en laat weten hun publicatie uit 1994 niet te zullen aanpassen.

Goed, dit is dus (deels) rechtgezet. Heeft Crefcoeur nog andere zaken die hij wil gaan ontkrachten?' 'Ach, over deze wijk is nog veel meer te vertellen. Sinds mijn laatste boek ben ik nog veel meer te weten gekomen, dus misschien komt er een nieuwe versie uit bij een volgend 150-jarig jubileum van de wijk, in 2033.'

Juist, maar dan is hij 'al' 83. 'Ach, dat moet nog wel kunnen, toch', gniffelt Crefcoeur. 'Tja, ik ben heel gepassioneerd en vind het nu eenmaal leuk om te doen. Ik ben nog lang niet klaar, dit blijft toch echt wel mijn ding.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next