Home

Voor de huisfilosoof van Trump II is alles een grap, blijkt op een slot in de Beierse Alpen

Politieke filosofie In Beieren komen zo’n twintig vooraanstaande denkers bijeen, onder wie de uiterst rechtse Amerikaanse blogger Curtis Yarvin. De anti-democraat zuigt alle aandacht naar zich toe.

Curtis Yarvin in Schloss Elmau, een luxehotel in Beieren, tijdens een conferentie voor prominente denkers.

Het is iets na drie uur ’s nachts wanneer Curtis Yarvin (52) plots begint te huilen. We zitten in de loungebar van Schloss Elmau, een vijfsterrenhotel in de Beierse Alpen. De laatste fles riesling is al meer dan een uur op. Het personeel is naar bed. Ik ben alleen achtergebleven met Yarvin en een 24-jarige assistent van een New Yorker-journalist.

„Mijn vrouw is zo goed voor mij”, zegt Yarvin. De tranen rollen over zijn wangen. „Ze zit alleen thuis met onze drie maanden oude baby. Ik ben haar zo dankbaar.”

De extreemrechtse blogger Curtis Yarvin geldt als een van de invloedrijkste denkers tijdens de tweede presidentstermijn van Donald Trump. Hij pleit voor de invoering van een dictatuur geleid door een almachtige ceo, is anti-egalitair en noemt democratie een „mislukt experiment”. De Amerikaanse vicepresident JD Vance put inspiratie uit Yarvins ideeën en noemde Yarvin vorig jaar tijdens een feestje van de Republikeinse megadonor Peter Thiel „jij reactionaire fascist”. Yarvin heeft het oor van heel wat uiterst rechtse medewerkers van het Witte Huis.

En nu zit hij tegenover mij – warrig zwart haar, bruin tweedjasje, neutraal brilletje, gekreukt grijs hemd, jeansbroek en donkere chelseaboots – monologen af te steken over het belang van dictatuur en tranen te laten over zijn vrouw die alleen voor zijn pasgeboren baby moet zorgen.

„Ben je echt emotioneel of doe je alsof?”, vraag ik.

Hij kijkt me verbaasd aan en veegt zijn tranen weg.

„Natuurlijk ben ik echt emotioneel. Ik heb veel aan haar te danken.”

Hitler ‘een genie’

We zijn in Schloss Elmau op uitnodiging van de Bulgaarse politiek filosoof Ivan Krastev, auteur van gevierde boeken als Na Europa en Falend licht. De excentrieke hoteleigenaar Dietmar Müller-Elmau heeft Krastev carte blanche gegeven om een twintigtal denkers uit te nodigen. Die gaan eind februari een week in debat over Amerika, Europa, Rusland en de toekomst.

Krastev is populair in linkse én rechtse milieus. Hij heeft de beroemdste liberalen ter wereld naar het hotel gekregen. Alexander Soros is er, zoon van de bekende filantroop George Soros en directeur van Open Society Foundations. Avril Haines, de voormalige CIA-baas die president Joe Biden elke ochtend briefte over de geheimen van de wereld. Ze delen het podium met gerenommeerde academici, onder wie historicus Yuri Slezkine van Berkeley, historicus en schrijver Timothy Garton Ash van Oxford en de rechtse columnist Walter Russell Mead.

Maar het is Curtis Yarvin die alle aandacht naar zich toe zuigt. In een bericht dat later offline werd gehaald, kondigde het hotel Yarvins komst aan als die van „Amerika’s meest extreemrechtse filosoof”.  NRC volgde het treffen tussen de liberale denkers en de huisfilosoof van Trump II een week lang van dichtbij.

Op zondagavond word ik opgehaald bij het station van het Beierse bergdorp Klais. Het busje draait een bocht om en tussen de dennenwouden, mistslierten en bergtoppen duikt het imposante kasteel op. „U heeft geluk”, zegt de chauffeur. „Er ligt nog een weinig sneeuw en we hebben zon.”

Luxehotel Schloss Elmau in Beieren.

Met negen restaurants, waaronder Ikigai (twee Michelinsterren), en drie verwarmde buitenzwembaden is Schloss Elmau een van de hoogst aangeschreven kuuroorden. Gasten kunnen er genieten van antiverouderingskuren en kamerconcerten van topcomponisten, onder het toeziend oog van 330 personeelsleden. En deze week kunnen de steenrijke toeristen zich dus mengen met wereldvermaarde denkers.

De debatten zijn nog niet begonnen of het eerste relletje breekt uit. Verschillende linkse academici zijn op het allerlaatste moment afgehaakt na berichten op Bluesky waarin Yarvin een „openlijke fascist” wordt genoemd, met een link naar een bericht op X waarin hij Hitler „een genie” noemt. Ook de Indiase essayist Pankaj Mishra blijkt niet te komen. Noch schrijver Giuliano da Empoli, bekend van De Kremlinfluisteraar en Het uur van de wolven – hij heeft koorts, zegt hij, en niet veel zin in een onderonsje met Yarvin, vanwege diens rol in de „Amerikaanse coup”.

Schimmelinsect

Yarvin is vertrouwd met intellectuele milieus. Hij was een uitstekende leerling, de zoon van een diplomaat en de kleinzoon van Joodse communisten. Op de universiteit sloeg hij drie jaar over, hij studeerde op zijn achttiende af aan Brown. Zijn promotietraject in computerwetenschappen brak hij af en hij werd techondernemer. Republikeinse donoren als Peter Thiel en Marc Andreessen investeerden in zijn start-up.

Twee decennia geleden begon Yarvin te bloggen onder het pseudoniem Mencius Moldbug, over waarom Amerika beter gerund zou kunnen worden door een ceo of koning dan door parlementen en een president. Met Mencius verwijst hij naar een Chinese filosoof uit de vierde eeuw voor Christus. Moldbug, of schimmelinsect, staat voor de duistere, kruiperige en besmettelijke aard van zijn ideeën.

„Als Amerikanen van regering willen veranderen, zullen ze van hun dictatorfobie af moeten”, schreef hij in 2012. Hij noemt de liberale democratie „de kathedraal” en de universiteit Harvard en The New York Times haar leidende instituten. Hij is de bedenker van de in internetkringen beroemde term ‘red-pilled’, die verwijst naar de film The Matrix. Wie het systeem ziet voor wat het is – een leugenpaleis van liberale dogma’s – heeft de rode pil genomen en is in zijn ogen „bevrijd”. 

Die ideeën leefden lange tijd uitsluitend in de obscuurste uithoeken van het internet, maar tegenwoordig zit het schimmelinsect in het oor van heel wat jonge, mannelijke medewerkers van het Witte Huis en in dat van vicepresident Vance. „We sturen elkaar soms sms’jes”, geeft Yarvin schoorvoetend toe. Over zijn contacten met de reactionaire techmiljardair Peter Thiel is hij nog vager. „Ik heb hem al anderhalf jaar niet gezien.”

De eerste avond bewegen de gasten zich na het diner naar de concerthal voor een optreden van de Belgisch-Russische pianist Denis Kozhukhin, die een variatie brengt op het linkse protestlied ‘El pueblo unido’. Yarvin valt na tien minuten in slaap. Wanneer aan het einde het applaus losbarst, schiet de Amerikaan wakker en begint hij enthousiast mee te klappen en wild met zijn voeten te trappelen. „Awesome. So cool!”, roept hij tegen zijn buren.

Blogger Curtis Yarvin in de buurt van Schloss Elmau.

De Toverberg

Het is moeilijk om bij deze bijeenkomst in Schloss Elmau niet aan Der Zauberberg van Thomas Mann te denken. Daarin reist hoofdpersoon Hans Castorp, een burgerlijke ingenieur uit Hamburg, naar een sanatorium in de Zwitserse Alpen om zijn zieke neef te bezoeken. De bedoeling is dat hij drie weken zal blijven, maar het worden uiteindelijk zeven jaar. Castorp ontmoet er de humanistische Italiaan Lodovico Settembrini en de tot het katholicisme bekeerde Jood Leo Naphta die een totalitair communisme voorstaat. Samen met de Hollandse zakenman Mynheer Peeperkorn, die staat voor de apolitieke leegte van het koloniale kapitalisme, vormen de gasten een microkosmos van Europa voor de Eerste Wereldoorlog.

Iets meer dan honderd jaar na de publicatie van  De Toverberg lijkt Krastev erop uit een moderne versie van het boek ten tonele te brengen. Zoals de personages uit Manns boek vormen zijn genodigden een microkosmos van de turbulente tijden waarin Europa zich bevindt. De afwezigheid van Krastevs linkse vrienden is daarbij bijna net zo veelzeggend als de dominantie van de uiterst rechtse blogger die zelfverzekerd door de gangen van het kasteel zwerft. De hele week cirkelen hotelgasten en journalisten om hem heen.

Het eerste debat gaat over Amerika en wordt gevoerd door liberaal-democraten. Krastev vertelt bij aanvang dat het onderzoeksbureau Gallup na 88 jaar zal stoppen met het peilen van de steun van Amerikanen voor hun president: de respondenten antwoorden alleen nog volgens de lijn van de partij die ze steunen. „Politieke polarisatie is er niet langer een van meningen, maar een van belonging”, zegt Krastev.

Voormalig CIA-directeur Avril Haines knikt. „Ik moest elke ochtend door de belangrijkste veertig stukken aan wereldwijde inlichtingen gaan en daarna president Biden briefen”, zegt ze. „Het werd al voor Trumps eerste termijn duidelijk dat de wereld aan het veranderen was. Volgens mij is hij meer een symptoom dan een oorzaak. Democratieën zijn minder goed opgewassen dan dictaturen tegen een wereld waarin leugens als wapens worden gebruikt.”

Wat volgt, is een zinderend gesprek met twee conclusies: Amerika zal veranderen, met of zonder Trump. Maar misschien zal Europa onder Trump nog wel meer veranderen, omdat de Europese Unie voor het eerst gedwongen wordt om zich zelfstandig tot de nieuwe wereld te verhouden.

Remmen los

Later, aan het diner, zie ik Alexander Soros met Curtis Yarvin praten. Yarvin is voortdurend aan het woord en Soros lacht om zijn grapjes. Het is een bevreemdend tafereel. In het wereldbeeld van Yarvin en de zijnen geldt de progressieve geldschieter Soros als de baarlijke duivel. In november droeg het Witte Huis het ministerie van Justitie op om Soros te vervolgen voor „brandstichting, terrorisme en andere misdaden”. Vervolging bleef vooralsnog uit, maar de dreiging blijft reëel.

Wanneer ik hem vraag waarom hij zo joviaal met Yarvin omgaat, komt een medewerker van Soros ertussen. „Het is een misverstand dat Open Society Foundations [de stichting van Soros die de liberale democratie wereldwijd promoot, red.] het vrije debat uit de weg zou gaan. Van mening verschillen is een kernwaarde van onze organisatie.”

Naast mij zit de 73-jarige Walter Russell Mead in zijn zalmforel met herb beurre blanc te prikken. Op het podium klonk de columnist van The Wall Street Journal nog constructief, nu gaan de remmen los. „Europa is een lijk”, zegt hij. Het continent is verloren, vernietigd door de eigen regelneverij en pacifistische decadentie. „Wij zullen nog even boven jullie blijven cirkelen, omdat de Chinezen jullie anders aan flarden scheuren in plaats van wij.”

Ik vraag waarom hij denkt dat Europa competitief zou worden als het zijn regulering van tech en privacy zou versoepelen. „Worden we dan niet simpelweg nog meer overspoeld door Chinese en Amerikaanse technologie?”

„Het is te laat voor jullie”, zegt hij. „Europa ligt op zijn rug.”

Bloggers van Babel

Aan het einde van de dag gaat Soros in debat met Peter Sloterdijk (78), de legende van de naoorlogse Duitse filosofie. Soros struikelt over zijn woorden. „Ze zeggen dat je je helden beter nooit kunt ontmoeten”, zegt hij. Sloterdijk citeert Nietzsche, Marx en andere grote filosofen uit de Duits-Europese canon, maar lijkt een levende metafoor voor het tanende Europa. Zijn stem is zacht en hij is bij momenten moeilijk verstaanbaar.

„Irak, is dat al tien jaar geleden?”, vraagt Sloterdijk. „Twintig”, zegt Soros. „Oh, dat is slecht nieuws – ik ben nog veel ouder dan ik dacht. Maar Alex, ik vroeg mij af, iemand die zijn fortuin steekt in het redden van de wereld, die moet toch een kolossaal slecht geweten hebben? Wat zijn je zonden? Toe maar, we zijn hier alleen, je mag alles opbiechten.”

De hele zaal lacht. Soros ook, maar hij weet niet wat te antwoorden. „Waar moet ik beginnen?” De jonge miljardair begint te improviseren. „Je hebt de techno-goden die je dingen proberen te verkopen die je niet nodig hebt, met geld dat je niet hebt. Mijn vader vond dat hij ‘meer’ moest doen dan alleen een succesvolle hedgefundmanager zijn.” Sloterdijk blijft zwijgen. „Het is zoals dat Sovjet-gezegde: vind mij een man en ik toon je de misdaden. We willen niet in ressentiment afglijden, in die zin is het goed om Nietzsche te herlezen.”

Sloterdijk besluit met mediakritiek. „Als iedereen drie dagen zou zwijgen over Trump zou hij in rook opgaan.” Hij verwijst naar Machiavelli, die in het achttiende hoofdstuk van De vorst zegt dat de bevolking alleen de waarheid gevoed moet worden als die nuttig is, maar nu voedt iedereen elkaar waarheden en onwaarheden door elkaar. „Ik zie een Babylonische toren voor mij, met duizend ramen, waar in elk raam een blogger staat die zijn wereldbeeld naar buiten schreeuwt.”

Alexander Soros en filosoof Peter Sloterdijk in gesprek op de conferentie in Schloss Elmau.

„Hans? Würst!”

De volgende dag heb ik afgesproken met de invloedrijkste rechtse blogger van het moment, maar Yarvin blijkt tegelijk een afspraak te hebben gemaakt met een journalist van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. „Ik ben niet Harald”, zeg ik. „Mijn naam is Kasper.”

„Oh? Hans? Würst! (lacht luid) Sorry, ik haalde jullie namen door elkaar!”

’s Avonds komt Yarvin wel bij me zitten, samen met een journalist van Der Spiegel. „Doe mij maar een Macallan van achttien jaar, die op sherryvaten”, zegt hij. Een glas kost 48 euro. Hij bestelt er twee en een paar glazen wijn, die hij behendig door de journalisten laat betalen. „Waarom ik hier ben? Niemand zou een bezoekje aan de Toverberg weigeren, toch? Hiervoor was ik in Wenen, op een academisch bal [op uitnodiging van Martin Sellner, een Oostenrijkse extreemrechtse activist]. Dat was ook een wilde ervaring.”

Yarvin fietst behendig om de scherpe kantjes van zijn eigen ideeën, ontwijkt moeilijke vragen met verwijzingen naar vergeten boeken en historische figuren waar niemand ooit van heeft gehoord. Hij zegt dat zijn ideale dictator, of „nationale CEO”, Napoleon zou zijn, die hij omschrijft als een „startup-guy”. Napoleon zou „perfect passen in Silicon Valley” als hij maar „een beetje zou leren hoe hij AI moet gebruiken”. In de wereld van vandaag zou Vance volgens Yarvin een „grote Caesar” zijn of „een groot president onder alle omstandigheden”. Omdat hij de taal spreekt van „beide Amerika’s” – zowel de elite als de gedesillusioneerde witte arbeidersklasse.

Hij is niet gekomen om te twisten, zegt hij. Hij wil een „productieve diplomaat” zijn. Hij vindt het fijn om te ontdekken dat er ook in deze liberale elite „geen geheime kabbala is” die „aan de touwtjes trekt”. „Natuurlijk wist ik ook wel dat Alexander Soros geen Goebbels is, maar het is toch goed om dat bevestigd te zien.”

Ruim drieënhalf uur gaat ons gesprek door. Yarvin vertelt hoe hij op weg naar het kasteel van de Franse omvolkingstheoreticus Renaud Camus in de gracht belandde met zijn huurauto. „Ik was roekeloos en had kunnen sterven, gelukkig raakte er niemand gewond, de airbags  klapten zelfs niet uit. Niet alle fouten zijn dodelijk.”

Hij lacht, en het had grappig kunnen zijn, maar Yarvin deelt de anekdote als antwoord op een vraag over Alex Pretti, de actievoerder die in Minneapolis werd doodgeschoten door ICE-agenten. „Wie een vuurwapen meeneemt naar een confrontatie met de politie, maakt een fout. Voor mij gedroegen de betogers zich daar als een paramilitaire militie, die zich georganiseerd verzette tegen wettelijke politieoptredens.”

De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 wuift hij weg als „een ontspoorde caféruzie”.

Na een betoog van 45 minuten over wetenschappers die in hun labo’s coronavirussen bekokstoofd zouden hebben, besluit ik te gaan slapen.

„Laat mij m’n punt nog afmaken”, zegt hij.

De bibliotheek van Schloss Elmau.

Een ander Europa

De volgende ochtend zie ik vanuit mijn raam Peter Sloterdijk met zijn vrouw de mist in wandelen. Rond de middag, wanneer de zon schijnt, speelt een groep vrouwen curling op het bevroren binnenplein. ’s Avonds tref ik bij het buitenzwembad een naakte Duitser die snel een plonsduik neemt na een saunasessie. De hotelgasten die ik te spreken krijg, zijn succesvolle techondernemers, rijke cultuurliefhebbers en aristocraten. Een achttienjarige aspirant-journalist, net klaar met de middelbare school, vertelt dat hij het bezoek aan de conferentie van zijn ouders „cadeau kreeg” voor zijn verjaardag.

Het kasteel, waar ’s werelds beste muzikanten kamerconcerten geven, belichaamt de materiële en culturele rijkdom van het naoorlogse Europa. „Als het mijn laatste ogenblikken waren op aarde, zoals in de film Melancholia, dan zou ik die graag hier in Schloss Elmau doorbrengen”, grapt Oxford-professor Timothy Garton Ash tijdens de sessie over Europa. „Ik zou op mijn balkon gaan zitten en naar de bergtoppen kijken, een glas witte wijn bestellen en me niet eens zorgen hoeven te maken over het betalen van de rekening.”  

Maar er is nog een ander Europa, zegt Garton Ash. „Dat van Charkiv [aan het Oekraïense oostfront, red.], waar inwoners te weinig tijd hebben om te schuilen wanneer het luchtalarm afgaat, omdat de raketten hen binnen de dertig seconden bereiken.” De uitgeverij die zijn boeken uitgeeft in Oekraïne, werd gebombardeerd, met meerdere doden en gewonden als gevolg.

„Waarom zou Oekraïne Europa zijn?”, reageert de Russische Berkeley-professor Yuri Slezkine. „Europa en de EU worden hier nogal vrijelijk door elkaar gebruikt. Waar begint en eindigt Europa? In het Oeral-gebergte? En wie bepaalt dat?”

Slezkine verwoordt Russische kritiek die in het Westen nog zelden te horen is. Hij is een Amerikaans-Russische liberaal die zijn teleurstelling over de loop van de geschiedenis niet kan verbergen. „Al mijn vrienden in Rusland houden van het Westen, zoals alleen Russen die nooit in het Westen komen ervan kunnen houden – of die toch zeker nooit een faculteitsvergadering op Berkeley hebben moeten doorstaan.”

Slezkine zegt dat niemand in Rusland, in de oppositie noch de regering, zich kan vinden in een scenario dat eindigt met de toetreding van Oekraïne tot de NAVO en de EU. Mark Leonard van de European Council of Foreign Relations oppert dat men zich in het Westen misschien niet meer kan voorstellen dat het níét zo eindigt. „Dat is waar de oorlog over gaat”, reageert Slezkine prompt. Hij eindigt met een grimmig toekomstbeeld. „Ik zie een fysieke grensmuur voor me, over een jaar of tien, die dwars door Oekraïne loopt zoals die door Berlijn liep. Een muur tussen goed en kwaad.”

‘Just kidding‘

Na het debat over Rusland dineer ik met Slezkine, Yarvin en New York Times-journalist Katrin Bennhold. Slezkine toont zich een meesterlijke verteller – heel even is Yarvin niet het middelpunt. De discussie voert langs de geschiedenis van Joodse revolutionairen tijdens de Russische revolutie naar wokisme in katholieke gemeenschappen versus protestante.

Curtis Yarvin in Schloss Elmau.

Yarvin vertelt dat de zoon van Slezkine hem ooit heeft gezegd dat diens vader „lijkt op Bill Gates op Ozempic”. De gelijkenis is inderdaad treffend. Yarvin zegt dat hij zelf een goedkope Chinese versie van Ozempic neemt. Ondertussen vloeit de witte wijn rijkelijk, en Yarvin lijkt zich geen zorgen te maken over straks, als hij het podium op moet met Krastev. Hij vertelt dat hij bij het begin van de pandemie geld inzette op de opmars van het virus, en dus min of meer gokte op het uitsterven van de mensheid. Jeffrey Epstein noemt hij „een fijne kerel” die hij graag zou hebben ontmoet. „Ik zit nog altijd te wachten op bewijs dat Epstein iets fundamenteel verkeerd heeft gedaan. Wat meisjes die hebben gelogen over hun leeftijd, meer niet.”

Op het podium stelt Yarvin teleur. Hij begint met het grapje dat hij hier alleen naartoe is gekomen om van zijn pasgeboren baby weg te vluchten – „just kidding”.

Krastev doet oprechte pogingen om Yarvin tot een echt debat aan te zetten. Waarom zou de democratie moeten verdwijnen? Welk systeem zou daarop kunnen volgen en hoe? En waarom zou het beter zijn? Vreest hij niet dat de liberale vrijheden waar hij hier zo van kan genieten zouden verdwijnen onder een dictatuur? Yarvin antwoordt met uitvoerige betogen die nergens toe leiden.

Wanneer het eindelijk voorbij is, komt Krastev zichtbaar geërgerd van het podium. „Hij is niet in staat een eenvoudige vraag te beantwoorden”, sist hij terwijl hij zijn jasje uitdoet. „Hij kan het gewoon niet.”

Hondenfluitje

In 2008 schreef Yarvin dat je het liberalisme niet kan verslaan met rationeel debat, maar dat je het systeem wel helemaal kan „de-installeren”. Heel vaak verwijst hij in zijn teksten en ellenlange antwoorden naar de term LARPing, of live action role playing. Hij ziet het democratische systeem als één groot rollenspel, dat voor onze ogen wordt opgevoerd, waarvan de deelnemers zelf nauwelijks doorhebben dat ze er deel van uitmaken.

Yarvin speelt zelf voortdurend rolletjes, die onderling tegenstrijdig zijn, maar die hij wel steeds lijkt te geloven. De ene keer is hij een culturele liberaal die cosplayt als reactionair. Daarna is hij de reactionair die zich op Schloss Elmau opstelt als een „constructieve diplomaat”. Hij is de man die zijn vrouw eerder publiekelijk een „art ho” noemde – een kunsthoertje – en grapjes maakte over dat zij alleen moet zorgen voor hun baby, maar dan wel plots begint te huilen als hij aan haar opofferingen denkt.

Dat gebeurt op de laatste avond, na een concert van Ludovico Einaudi. Honderden liefhebbers zijn uit heel Beieren naar het kasteel gekomen om de Italiaanse componist en pianist te bewonderen. Yarvin duikt om twee uur ’s nachts op in de lounge, waarna de andere gasten zich een voor een uit de voeten maken.

Het wordt nog even interessant, wanneer Yarvin het antisemitisme in de Maga-beweging bespreekt. Na een rechts evenement gooide een groepje groypers muntjes naar Yarvin, die een Joodse vader heeft. Groypers zijn volgelingen van de populaire neonazi Nick Fuentes. Yarvin wuift het incident weg met een eigen antisemitisch grapje. „Ik overwoog om de muntjes op te rapen, maar de meter van de taxi liep al, dus het zou me meer hebben gekost (lacht hard). Het zijn retards”, zegt Yarvin.

Het is een hondenfluitje, subtiel, maar in uiterst rechtse kringen niet te missen. „Groypers noemen zichzelf retards”, zeg ik. „Het is een eretitel. Daarmee veroordeel je hen niet.”

„Klopt”, geeft Yarvin toe. „Die jongens voelen zich diep teleurgesteld in het systeem, het heeft geen zin om met morele verontwaardiging te reageren.”

Kapot internet

Na afloop van het evenement mail ik Krastev om te vragen hoe hij het heeft beleefd. Het gebrek aan ernst van Yarvin maakt het haast onmogelijk om je als liberaal tot hem verhouden. Maar dat maakt hem niet minder invloedrijk of gevaarlijk voor wie de democratie is toegenegen. „Hij lijkt de wereld te willen vernietigen om zichzelf te redden”, schrijf ik.

„Wat me het meest heeft geraakt, is de banaliteit van rechtse denkers in Silicon Valley”, antwoordt Krastev. „Ik heb nooit graag sciencefiction gelezen en luisterend naar Curtis werd ik eraan herinnerd waarom.”

Op de terugweg naar de luchthaven van München passeer ik een afslag naar het concentratiekamp van Dachau. Mijn telefoon licht op. Het is Yarvin, die inmiddels met een „groot glas slap Engels bier” op Heathrow op zijn vlucht naar vrouw en kind wacht.

Hij stuurt een foto van hemzelf met Alexander Soros. De twee ideologische tegenstanders staan erop als innige vrienden. Ze omarmen elkaar lachend, met het majestueuze Wetterstein-gebergte op de achtergrond.

Het lijkt allemaal maar een spelletje. „Als ik dit online zet, gaat het internet kapot”, zegt Yarvin.

Een versie van dit stuk verscheen eerder in de Vlaamse krant De Standaard.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next