De antihelden in De grote schoonmaak maken iets mee wat onmogelijk is, waarna ze het proberen te verklaren, of op z’n minst te aanvaarden. Zoals al Rob van Essens beste boeken is ook deze grappig én droef, herkenbaar én bevreemdend.
Echt gebeurd is geen excuus, zei Gerard Reve. Rob van Essen lijkt het daarmee eens te zijn en laat in zijn romans – zo ook in zijn nieuwste en eerste sinds zijn overstap naar Das Mag – aan de lopende band dingen gebeuren die niet echt kunnen. Toch is ook zijn nieuwe boek deels op zijn eigen leven gebaseerd. Tijdreizen vermengd met nostalgie naar zijn studentenjaren: autobiografische sciencefiction, muntte hij zijn zelfverzonnen genre.
In De grote schoonmaak blijven zijn hoofdpersonages verbijsterd achter nadat ze iets onmogelijks hebben meemaakt. Niemand zou hen geloven, soms geloven ze zichzelf niet eens. Is het wel echt gebeurd? Maar niet gebeurd is geen verklaring, aldus Van Essen, ‘tenzij je ervan uitging dat we een gemeenschappelijke hallucinatie hadden gehad’.
Wát er precies gebeurde? In Vendriks VéGé Voordeelmarkt waar tiener Thomas werkt – Van Essen was zelf als premature schoolverlater vakkenvuller in Hendriks Voordeelmarkt – is er een promoactie: een levensgrote fles schoonmaakmiddel (een man in flessenpak, dénkt Thomas) demonstreert het nieuwe product Brixo. Maar aan het einde van de dag scheurt het pak en zien Thomas en zijn baas Vendriks de fles leeglopen. Er blijkt nooit een mens in het pak te hebben gezeten.
‘Ons leven was voorbij’, zegt Thomas. ‘Opeens bevonden we ons in een ander stadium, niet meer in het leven zelf maar in een epiloog, waarin we wanhopig op zoek gingen naar een verklaring voor het absurde en onbegrijpelijke wat we hadden meegemaakt.’
En dat terwijl Thomas net had geprobeerd om aan de absurditeit van het bestaan te ontsnappen. Zijn schooldagen leken leeg, hij wilde weg uit ‘het systeem waarin ik mijn rol speelde en dat ervoor zorgde dat ik elke dag heen en weer fietste om in een groot, betonnen gebouw in zes tot acht lokalen zes tot acht lesuren door te brengen’. Dus toen hij besefte dat hij na zijn 18de verjaardag niet meer leerplichtig was, ruilde hij de schoolse zinloosheid in voor een concrete job in Vendriks Voordeelmarkt. ‘De toekomst deed er even niet toe. Ik was beland in het hier en nu, in een hier en nu.’
Maar zo werkt het natuurlijk niet. Je ontsnapt niet aan je lot, zeker niet als je een personage bent in een roman van Rob van Essen. ‘Achteraf is het alsof het leven op dat moment zei: jij dacht dat je het absurde achter je had gelaten? Ik zal je eens laten zien wat absurd eigenlijk inhoudt.’
Thomas moet verder met zijn leven, maar herstelt nooit helemaal van zijn ontmoeting met het ongerijmde. Dit was het probleem: ‘Als ik ervan uitging dat wat ik had gezien echt gebeurd was, dan kon alles gebeuren.’ Het was alsof het lot dacht: ‘Laat ik de bodem even wegtrekken onder de voeten van deze twee mensen, die net als alle andere aardbewoners dachten dat alles zich langs logische lijnen beweegt.’
Dus stuurt Van Essen Thomas op een queeste naar een verklaring voor het onverklaarbare, langs de liefde, filosofie, kunst, wetenschap en godsdienst. Wanneer Thomas in Amsterdam filosofie gaat studeren – ‘de toevlucht voor zoekenden die er niet op gebrand zijn daadwerkelijk iets te vinden’ – duikt hij ook het krakers- en kunstenaarsmilieu in. Net als in Ik kom hier nog op terug laat Van Essen de stad van zijn studentenjaren met sardonisch genoegen tot leven komen. ‘GA TOCH WERKEN’, schilderde iemand op de winkelruit van een voormalige slagerij, intussen het atelier van een groep nixers, die de slogan meteen adopteert als geuzennaam.
Thomas begint, als een soort traumaverwerking, grote plastic flessen Brixo te schilderen met een scheur in de zijkant – een knipoog naar Andy Warhols Brillo-dozen. Zijn collega’s zien er kritiek in op het kapitalisme en fêteren hem als iemand die vraagtekens zet bij de obsessie om alles schoon te boenen. Tot kunstcritici hem wegzetten als een rip-off van Keith Haring en een onetrickpony, en ook zijn vrienden hem de rug toekeren.
Gelukkig heeft Thomas de liefde gevonden in de zachte, naïeve student politicologie Jasmijn – wat is Van Essen goed in tedere, ontwapenende seksscènes. ‘Dat je ooit het lichaam van een ander zo goed zou leren kennen, dat dat kon, dat dat mocht, dat iemand jouw lichaam wilde kennen. (…) De ontzagwekkende ervaringen van de ander die het gevolg waren van iets wat jij bij haar deed maar waarbij je tegelijkertijd een eerbiedige toeschouwer bleef.’
Maar wanneer Thomas haar eindelijk zijn geheim durft toe te vertrouwen, verlaat ze hem. Ze is diep beledigd dat hij haar blijkbaar zo goedgelovig vindt dat hij denkt dat ze zo’n lulverhaal voor waar zou aannemen. Hij raakt volledig geïsoleerd, tot hij Vendriks weer op het spoor komt en het duo antihelden samen verder aanmoddert.
De grote schoonmaak is een zoektocht naar een verklaring, of als dat te veel gevraagd is, dan toch op z’n minst aanvaarding. Wat is de zin van het leven? Daar komen de personages niet achter. Al lijkt de auteur in een metapassage met deus ex machina aan het einde te suggereren dat de literatuur het antwoord is. (En misschien is dat ook wel zo.)
Zoals al zijn beste boeken is ook De grote schoonmaak grappig én droef, herkenbaar én bevreemdend, triviaal én mysterieus. En enkel Rob van Essen weet van het patatuurtje van de politie – dat de hoofdpersoon observeert in een cafetaria aan de overkant van de straat – een elegant ballet van banaliteit te maken. ‘Als het meezat kon je de bestelling zich over het bureau zien verspreiden; achter de ramen zag je steeds meer agenten patat uit een zakje eten (…). Op heldere dagen kon je de kleuren van de plastic vorkjes onderscheiden: rood, geel of blauw.’
Ondanks de vele verbazingwekkende dingen die gebeuren in De grote schoonmaak zou het niet verbijsterend, maar volstrekt logisch zijn als tweevoudig Libris Literatuur Prijs-winnaar Van Essen (in 2019 voor De goede zoon, in 2024 voor Ik kom hier nog op terug) ook voor zijn nieuwste roman de hoofdvogel afschiet.
Rob van Essen: De grote schoonmaak. Das Mag; 280 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant