Home

Debatcentrum

Bij De Balie denken ze dat de rest van Amsterdam ze nog zien als een debatcentrum of een tempel van het vrije woord, maar das war einmal, ik kom er hooguit een keer per jaar, en dan nog per ongeluk ook, en dan is het een nachtkroeg maar dan met schrijvers en schrijfsters die aan het Boekenbal niet genoeg hebben en met elkaar hebben afgesproken om dan maar collectief te imploderen.

Zaterdag was het Boekenbal, een ingewikkeld feest. Ik was er weer, of eigenlijk stond ik, ik had die avond opgetreden in Blaricum, ook een uitputtingsslag, daarna een biertje gedronken met Eva.  Ik zei dat ik toch even ging, maar beloofde dat ik zeker niet in de geprogrammeerde nachtelijke Sodom en Gomorra van de Balie ging eindigen en daarna liep ik, enigszins wankel al, die Schouwburg binnen, waar ze allemaal tegelijkertijd met hun klappergebitten op me af leken te komen.

Na twee gin-tonics was ik al weg, ik heb gestaan en heb het ondergaan. Ik heb gesprekken gevoerd waarbij ik de ander niet verstond, maar dat maakte ze niets uit. Misschien ben ik wel op mijn leukst als ze tegen me aanpraten en ik niet in staat ben om iets terug te zeggen. Ik klampte me soms letterlijk vast.

Daarna ging ik toch ook weer naar De Balie, ik had schijnbaar nog niet genoeg gehad, ik was als een klein bootje op een te hoge golf. Ik werd aan land gekwakt en ging voor anker in een haven vol drankzucht, omringd door ongeveer dezelfde groep als die ik vorig jaar in een column beschreef. Ik was dat stukje tekst allang vergeten, maar nu kwamen ze me allemaal vertellen dat ze zich er heus wel in herkend hadden. Het treurige was in hun hoofden een legendarisch iets geworden, ze waren er zelfs trots op dat ze er toen bij waren geweest.

Het deed me meer dan ik dacht, maar dat kan ook komen omdat ik zelf meer naar de zelfkant was opgeschoven. Ik was geen nuchtere buitenstaander, maar net zo ver heen als zij. Ik was een alien onder de aliens, ik kende de planeet aarde alleen van veraf.  Net toen ik dacht dat het onderhand tijd was dat ze weer eens op elkaar op de grond zouden gaan liggen of deuren van toiletten gingen intrappen omdat een overspelige partner zich erin had verschanst, of dat het bedienend personeel met elkaar ging tongzoenen zeiden ze dat dat al geweest was. Ze veegden me naar buiten, net voor de grote troep die zich schrijvers noemt, uit.

Ik moet naar huis zijn gelopen, dit was de laatste keer in het debatcentrum, ik hoor het volgend jaar wel weer als iemand zich heeft herkend.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Marcel van Roosmalen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next