Home

Als landelijke partijen de raadsverkiezingen te veel gedoe vinden, haken ook de kiezers af

Elke vier jaar worden de gemeenteraadsverkiezingen weer wat lokaler van aard. Veel landelijke partijen zijn afgehaakt. Dat gaat ten koste van de belangstelling en betrokkenheid van de kiezer.

is chef van de politieke redactie.

Rob Jetten is terug op de verkiezingsposters in de bushokjes. Dezelfde brede lach, dezelfde opgestroopte hemdsmouwen. Plus een boodschap (‘Stem weer D66’) die weinig ruimte laat voor twijfel over de strategie van het D66-campagneteam: hopen dat het Jetten-effect uit de herfst zijn kracht in dit voorjaar niet heeft verloren.

Of, in de woorden waarmee de Sliedrechtse lijsttrekker René de Munck zijn kiezers mobiliseert: ‘Wie in oktober op D66 stemde, kan nu lokaal hetzelfde vertrouwen uitspreken.’

Dat niemand woensdag op Jetten kan stemmen, is van ondergeschikt belang. In andere partijen gaat het niet anders. Jesse Klaver liep deze week stad en land af om lokale lijsttrekkers van GroenLinks-PvdA een hart onder de riem te steken. VVD-fractieleider Ruben Brekelmans toog naar de Haagse markt op zoek naar ‘hardwerkende mensen’.

En wie zich dit weekend op straat waagt, moet rekening houden met een close encounter met een bekende politicus. PVV-leider Geert Wilders is in Dordrecht en Spijkenisse, Henri Bontenbal namens het CDA in zijn thuisstad Rotterdam, JA21-kopstuk Annabel Nanninga in Amsterdam, waar ze zomaar de flyerende Denk-leider Stephan van Baarle tegen het lijf kan lopen.

Geen graadmeter politieke stemming meer

Toch is de kans klein dat op het Binnenhof na donderdag lang wordt nagepraat over deze raadsverkiezingen. Terwijl de lokale stembusstrijd niet eens zo lang geleden te boek stond als een belangrijke graadmeter voor de politieke stemming in het land.

In 2006 trad Jozias van Aartsen, VVD-fractieleider in de Tweede Kamer, daags na teleurstellende raadsverkiezingen af. In 2010 volgde SP-fractieleider Agnes Kant. Zij konden volhouden dat de uitslag iets vertelde over hun functioneren. Andersom was een goede lokale uitslag, zoals die van de PvdA in 2006, voor veel media de aanleiding om partijleider Wouter Bos alvast uit te roepen tot de volgende minister-president.

Dat gaat nauwelijks meer. De gemiddelde gemeenteraad doet in niets meer denken aan de Tweede Kamer. Slechts vier decennia geleden hadden de toen almachtige bestuurspartijen PvdA, CDA en VVD samen ruim driekwart van de raadszetels in handen. Daar is nu 30 procent van over. De lokale partijen, die in 1986 nauwelijks een rol speelden, kwamen in 2022 uit op 31 procent van de stemmen.

Partijen haken af

Dat komt niet alleen doordat de ‘lokalen’ het zelf zo goed doen. Veel van de in deze eeuw opgerichte landelijke nieuwkomers zijn slechts matig geïnteresseerd in de plaatselijke politiek. Lokale afdelingen oprichten is een tijdrovend proces dat veel interne organisatiekracht en een groot en actief ledenbestand vergt.

Lang niet alle partijen zitten tegenwoordig te wachten op een omvangrijk partijapparaat met kritische afdelingen en zelfbewuste leden die inspraak eisen binnen de eigen organisatie.

Daardoor ligt de landelijke politiek voor veel kiezers komende woensdag niet eens binnen bereik. Wilders is wel druk met zijn lokale ‘azc-tour’, maar in 302 van de 342 gemeenten staat de PVV niet op het stembiljet. JA21 beperkt de deelname tot zeven gemeenten, de BBB komt niet verder dan 28, Volt tot 35, Denk tot 22, de Partij voor de Dieren tot 47. Zelfs de ruim een halve eeuw oude SP laat twee derde van de gemeenten links liggen.

De lokale partijen zijn massaal in het gat gesprongen dat de landelijke partijen laten vallen. Vaak wordt gezegd dat zij dichter bij de mensen staan en ook diegenen aantrekken die een afkeer hebben van de nationale politiek, maar het netto effect op de betrokkenheid van de kiezers is toch negatief. Zij verliezen massaal hun belangstelling.

In 1986 kwam 73 procent van de kiezers op voor de gemeenteraad, in 2022 was daar krap 50 procent van over. De ooit als saai te boek staande provinciale verkiezingen trekken tegenwoordig meer mensen. Daarmee wordt dan ook de samenstelling van de Eerste Kamer bepaald.

Kiezers zoeken houvast

Meer factoren, zoals de vele gemeentelijke herindelingen, speelden een rol bij die afkalving. Maar veel kiezers missen kennelijk ook de mogelijkheid om via het lokale stembiljet hun mening te geven over de gang van zaken in Den Haag. Als partijen niet de moeite nemen plaatselijk aanwezig te zijn, laten veel van hun kiezers het erbij zitten.

De verschillen zijn opvallend. Onder de aanhangers van D66, VVD, CDA en GroenLinks-PvdA, de vier partijen die wel in verreweg de meeste gemeenten meedoen, ligt de opkomstintentie dit jaar op 70 à 80 procent, peilde Ipsos I&O onlangs. Bij de andere kiezers gaat het mis. Zij missen hun landelijke houvast.

Lokale partijen blijken lang niet altijd een alternatief. Voor 55 procent van de mensen die landelijk bijvoorbeeld PVV zouden stemmen, heeft de gang naar het stemlokaal kennelijk geen zin als ze die partij daar niet aantreffen op het biljet, bleek uit hetzelfde kiezersonderzoek.

Zo wordt de impact van de raadsverkiezingen op de landelijke politiek bij elke ronde kleiner. Ook woensdagavond zullen de landelijke aanvoerders in hun eerste reacties weer van alles lezen in de uitslag. Lokale successen worden gevierd, nederlagen gerelativeerd.

Maar niemand treedt af. De meesten zijn diep in hun hart vooral opgelucht dat er nu, mits het kabinet niet valt, een heel jaar volgt zonder verkiezingen en bijbehorende campagneverplichtingen.

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next