Geopolitieke concurrentie Terwijl rond Iran een oorlog woedt, raakt ook de Rode Zee steeds meer gemilitariseerd. Dat is goed te zien in de haven van Berbera in Somaliland, waar onder meer de Emiraten bouwen aan hun economische invloed en militaire aanwezigheid. Ook andere landen laten hun oog er nu op vallen.
De haven van Berbera ontwikkelt zich snel tot geopolitiek knooppunt in de regio rond de Rode Zee.
Alleen wanneer Ayante Sakal in zijn kraan zit, 75 meter boven de kades van de haven van Berbera in Somaliland, kan hij de militaire basis van de Verenigde Arabische Emiraten zien. Wat daar gebeurt, weet niemand precies. „Het is verboden gebied”, vertelt de werknemer van de haven, aangelegd en uitgebaat door het Emiratische havenbedrijf Dubai Ports World (DP World).
Terwijl aan de andere kant van het Arabische schiereiland een gevecht woedt rond Iran, raakt ook de Rode Zee steeds meer gemilitariseerd. Nergens op het Afrikaanse continent bevinden zich zoveel buitenlandse militaire steunpunten als in de Hoorn van Afrika, de strategische regio rond de zuidelijke toegang tot de Rode Zee. De Emiraten hebben zich daarbij ontpopt tot een van de invloedrijkste spelers langs de ruim 3.300 kilometer lange Somalische kust, maar ook grootmachten als de Verenigde Staten en China, en de middelgrote mogendheden Turkije, Egypte en Saoedi-Arabië proberen er hun positie te versterken.
De drie gigantische scheepskranen die boven de kust van Somaliland uittorenen betekenen meer dan alleen een enorme capaciteitsuitbreiding voor havenbedrijf DP World. Voor de Hoorn van Afrika symboliseren ze ook een verschuiving op de geopolitieke kaart.
In de nauwe straten van Berbera ruikt het naar vee en vis. De stad aan de Golf van Aden is al eeuwenlang een strategisch handelscentrum, dat het binnenland van Afrika verbond met Arabië, India en het Romeinse rijk. Handelaren uit het Midden- en Verre-Oosten arriveerden in de havenstad met de moessonwind in hun zeilen. Bekend om de export van vee, wierook en mirre, was Berbera een middeleeuws centrum van een sultanaat, dat later werd bezet door de Ottomanen, Egyptenaren en Britten. Overblijfselen van dat verleden zijn er nog: een Turkse moskee uit 1840, (de resten van) een synagoge van begin 1900, de in Indiase stijl gebouwde voormalige Britse gouverneurswoning en talrijke pittoreske Arabische handelshuizen.
De keten van diepzeehavens langs de kust van de Rode Zee is nu een gewilde troef in een wereldorde die zichtbaar verschuift. Het verderop gelegen ministaatje Djibouti wordt al schertsend de ‘internationale republiek Djibouti’ genoemd. Op korte afstand van elkaar onderhouden de Verenigde Staten en China er militaire bases, met daartussen faciliteiten van Japan en Frankrijk. Vanuit Djibouti opereert bovendien een Europese marinemissie tegen piraterij in de Rode Zee en de Indische Oceaan, wateren waar smokkel van wapens, drugs en mensen al jaren hoogtij viert. Rusland onderhandelt intussen met Soedan over de bouw van een marinebasis in Port Sudan, aan de westkust van de Rode Zee.
Israël verscheen eind vorig jaar eveneens op het toneel toen het als eerste land Somaliland erkende, de regio die zich in 1991 afscheidde van Somalië maar internationaal onerkend bleef. Met die erkenning kan Israël mogelijk een strategisch bruggenhoofd vestigen aan de Rode Zee. Door deze zeestraat passeert naar schatting tot 12 procent van de wereldhandel. Vanaf de Afrikaanse kust is bovendien het Arabisch schiereiland zichtbaar. In Djibouti, waar de afstand tot Jemen slechts enkele tientallen kilometers bedraagt, zijn de bombardementen in de Jemenitische oorlog soms zelfs te horen.
„Er bestond altijd al rivaliteit langs deze wateren”, zegt Ali Dirie Ahmed, algemeen directeur van de haven van Berbera. „De wedijver komt opnieuw sterk naar voren door de komst van Israël.” In dat krachtenveld schaart Somaliland zich steeds nadrukkelijker bij de as van Israël en de Emiraten, tegenover een blok waarin onder meer Turkije, Egypte, Saoedi-Arabië, Somalië en Qatar een rol spelen. Daarmee dreigt het land onderdeel te worden van een bredere geopolitieke strijd.
De Emiraten gelden in de regio als een controversiële militaire macht. Vooral hun steun aan de Rapid Support Forces (RSF) in Soedan ligt onder vuur. Deze paramilitaire militie wordt door de Verenigde Naties beschuldigd van grootschalige mensenrechtenschendingen en van genocidale strijdmethoden rond de belegerde stad Al Fashar in Darfur.
Ook hun rol bij de erkenning van Somaliland door Israël riep kritiek op. Somalië, dat de onafhankelijkheid van Somaliland fel afwijst, sloot daarop de Emiratische basis in de havenstad Bosasso. Volgens oogetuigen werden vanuit die basis wapens en buitenlandse huurlingen, onder meer uit Colombia, naar de RSF gestuurd. Na het verlies van Bosasso bouwen de Emiraten inmiddels aan een nieuwe militaire faciliteit in het westen van Ethiopië, dicht bij de grens met Soedan, waar volgens regionale bronnen RSF-milities training krijgen.
„Somaliland zal niet toestaan dat er wapens van de basis van de Emiraten in Berbera naar de RSF gaan”, verzekert Abdirahman Mohamed Abdullahi, de president van Somaliland, tijdens een gesprek in hoofdstad Hargeisa. Minister van Buitenlandse Zaken Abdirahman Dahir Adam voegt eraan toe: „Wat de Emiraten in Bosasso deden zal hier in Berbera niet gebeuren. Wij zullen niets doen dat problemen met onze buren veroorzaakt.” Overheden in Mogadishu en Djibouti, en ook verder weg in Ankara, zullen weinig waarde hechten aan die verzekering.
De haven van Berbera wordt gezien als een belangrijk bruggenhoofd aan de Rode Zee, waar 12 procent van de wereldhandel doorheen gaat.
Voor alle spelers in de Hoorn geldt bij dit stratego uiteindelijk hetzelfde uitgangspunt: eigenbelang. Allianties verschuiven voortdurend. Conflicten lopen door elkaar heen, waardoor de regio verandert in een gelaagd conflictgebied waar interne verdeeldheid samenkomt met rivaliteit tussen landen uit het Midden-Oosten en met de bredere geopolitieke spanning tussen Washington en Beijing. Afrikaanse regeringen moeten daardoor op meerdere borden tegelijk schaken.
Saad Ali Shire diende veertien jaar als minister in Somaliland, tussen 2018 en 2024 was hij minister van Buitenlandse Zaken. In die jaren reisde hij de wereld rond om steun te zoeken voor internationale erkenning van Somaliland, een diplomatieke campagne die volgens hem vaak vernederend aanvoelde. „Soms voelde ik me een bedelaar.”
Oud-minister Saad Ali Shire is bezorgd over de geopolitieke krachtmeting waarin Somaliland terecht kan komen.
Volgens Shire wordt de geopolitiek in de regio nog altijd bepaald door een eenvoudige logica. „De vijand van je vijand is je vriend.” Tegelijk waarschuwt hij voor de risico’s van die strategie. „We moeten voorzichtig zijn. De Emiraten hebben de gewoonte om beide partijen in een bokswedstrijd te steunen.”
Ook Guleid Ahmed, advocaat en voorheen verbonden aan Human Rights Centre, een mensenrechtenorganisatie in Somaliland, uit zijn bedenkingen bij de koers van de regering. „Onze regering speelt met vuur. De vraag is of zij de wedstrijd nog controleert, of dat ze een willoos slachtoffer is geworden.”
Bij de nieuwe wedloop om invloed in Afrika gaat het niet alleen om militaire aanwezigheid. De Emiraten zetten ook hun financiële slagkracht in. In het afgelopen decennium groeiden zij uit tot een belangrijk handelscentrum in het Midden-Oosten en tot de op drie na grootste buitenlandse investeerder op het Afrikaanse continent, na China, de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Met miljardeninvesteringen ondersteunen ze regeringen van financieel kwetsbare landen als Kenia, Oeganda, Tsjaad en Zuid-Soedan. Tegelijk bereikt een groot deel van het uit Afrika gesmokkelde goud Dubai. Een aanzienlijk deel daarvan komt via gebieden in Soedan die onder controle staan van de RSF. Tussen 2012 en 2022 investeerden de Emiraten naar schatting zo’n 60 miljard dollar in sectoren als infrastructuur, energie, landbouw, telecommunicatie en transport op het Afrikaanse continent.
Het netwerk van Emiratische staatsbedrijven speelt daarin een centrale rol. DP World, een van de grootste havenexploitanten ter wereld, beheert 87 havens in veertig landen. Voor de bouw en exploitatie van de haven in Berbera investeerde de in Dubai gevestigde havenreus sinds 2016 ongeveer een half miljard dollar. DP World beheert inmiddels havens langs de Indische Oceaan, de Middellandse Zee en de Atlantische kust. Samen vormen ze een netwerk dat het Afrikaanse continent vrijwel volledig omsluit. Daarnaast breidt ook de Abu Dhabi Ports Group haar aanwezigheid op het continent snel uit, met projecten in onder meer Oost-Afrika, Rwanda, Congo, Angola, Senegal, Guinee, Zuid-Afrika, Algerije en Egypte.
In die strategie speelt één land een sleutelrol: Ethiopië. Veel landen, binnen en buiten Afrika, dingen in de Hoorn naar de gunst van het land dat zich heeft ontwikkeld tot een opkomende regionale macht met een markt van ruim 120 miljoen inwoners. Premier Abiy Ahmed ontving vorige maand hoog bezoek. Zowel de Turkse president Recep Tayyip Erdogan als de Israëlische president Isaac Herzog kwam naar Addis Abeba. Ook de Emiraten hebben er belangen, met omvangrijke investeringen en leveringen van militaire drones.
Abiy Ahmed zoekt actief bondgenoten om opnieuw toegang tot de Rode Zee te krijgen. Ethiopië verloor zijn kusthavens Assab en Massawa toen Eritrea zich in 1993 afscheidde. Zonder eigen zeehaven is het land sindsdien vrijwel volledig afhankelijk van de kleine buurstaat Djibouti voor de import van goederen, vaak tegen hoge tarieven. „Andere havensteden in de regio vrezen onze concurrentie omdat wij efficiënter en goedkoper zijn dan Djibouti”, zegt Joseph Ogutu, hoofd van de economische zone bij de haven van Berbera, eveneens ontwikkeld door DP World. „Wij zijn het best gepositioneerd om de enorme Ethiopische markt te bedienen.”
De belangrijkste rivaal van de Emiraten in de Hoorn is Turkije. Ankara ziet het continent als een belangrijk terrein om zijn invloed uit te breiden, vooral in gebieden die historisch banden hadden met het Ottomaanse Rijk. Voor de Somalische kust zoekt Turkije naar olie en gas en het beheert de haven van Mogadishu. Vanaf een Turkse militaire basis nabij de Somalische hoofdstad vliegen regelmatig F-16-gevechtsvliegtuigen over de stad. Vanuit die basis levert Turkije ook Bayraktar-drones en ander militair materieel aan Ethiopië, wapens die een belangrijke rol speelden tijdens de oorlog tussen het Ethiopische leger en de opstandige regio Tigray (2020-2022). Tegelijk ondersteunt Turkije het Soedanese leger in zijn strijd tegen de RSF, die op hun beurt steun krijgen van de Emiraten.
Het Emiratische havenbedrijf Dubai Ports World (DP World) legde de haven van Berbera aan.
De scheepskraan in de haven van Berbera geeft in de verte zicht op een van de langste landingsbanen ter wereld in de Emiraten. Dit is een kroonjuweel in de internationale competitie rond de Rode Zee, een wedloop waarin zelfs ruimteschepen een rol spelen. De baan werd in de jaren zeventig aangelegd door de Sovjet-Unie om de Amerikaanse invloed tegen te gaan. Na een onderlinge uitwisseling van hun bondgenoten Somalië en Ethiopië in de jaren tachtig, namen de Amerikanen de landingstrip van de Sovjet-Unie over en gebruikte deze voor een eventuele noodlanding van hun Space Shuttle. De Amerikanen vertrokken begin jaren negentig weer na het uitbreken van een burgeroorlog in Somalië.
Een actuele vraag is of de Verenigde Staten zich ook nadrukkelijk in de competitie rond Berbera zullen mengen, of het beheer overlaten aan hun bondgenoot de Emiraten. Een naaste medewerker van president Abdirahman Mohamed Abdullahi liet vorige maand al doorschemeren dat Somaliland bereid is Amerikaanse militaire faciliteiten toe te staan.
Voor Washington ligt daar een dilemma. Openlijke samenwerking met Somaliland kan de relatie met Somalië onder druk zetten, waar de Verenigde Staten vanuit hun basis in Djibouti luchtaanvallen uitvoeren tegen de jihadistische beweging Al-Shabaab. Toch kwam onlangs al een hoge commandant van het Amerikaanse Afrika-commando de kust bij Berbera verkennen.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.