Met de gaswinning in Groningen consumeerden de NAM en de staat ruim een halve eeuw een vruchtbaar verstandshuwelijk. Nu zijn de ex-partners verwikkeld in een vechtscheiding over de nalatenschap van schadeclaims – deze week voor het eerst in het openbaar.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
De toga’s nemen maandagmorgen bezit van de Groningse rechtbank. Zelfs de persplaatsen zijn voor advocaten vrijgemaakt. Als de bezetting van een zittingszaal iets zegt over de aard van een geschil, dan is meteen duidelijk: dit is voer voor juristen, en er staat veel op het spel.
De samenwerking tussen de Nederlandse staat en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) rond de gaswinning in Groningen was zestig jaar lang een vruchtbaar verstandshuwelijk. Sinds het begin van de winning in 1963 werden er honderden miljarden euro’s verdiend – waarbij nog weleens wordt vergeten dat 90 procent daarvan in de schatkist belandde.
De relatie verslechterde toen Groningen vanwege de aardbevingen veranderde van een melkkoe in een kostenpost. Door de teruggeschroefde gaswinning verminderden de baten snel. Tegelijkertijd liepen de schadeclaims, de kosten voor het preventief versterken van huizen en de compensatie voor waardedaling en immateriële schade fors op.
Over zo’n beetje elk onderdeel van de inboedel is onenigheid, waardoor de ex-partners verwikkeld zijn geraakt in een vechtscheiding. Tot nu toe vond die plaats achter gesloten deuren, in arbitragezaken en gesprekken waarin werd geprobeerd tot een vergelijk te komen.
De rechtszaak deze week in Groningen, waarvoor ten minste drie dagen zijn uitgetrokken, is de eerste instantie waarbij het dispuut in de openbaarheid plaatsvindt. En dat zal niet voor het laatst zijn.
De kern van alle geschillen is dezelfde: wie is er aansprakelijk voor de in Groningen gemaakte kosten? Een tolk vertaalt rechtstreeks naar het Engels – ongetwijfeld omdat de aandeelhouders van NAM, Shell en ExxonMobil, elders met veel interesse meeluisteren.
In principe draait een exploitant op voor de negatieve gevolgen van mijnbouwactiviteiten. Opeenvolgende ministers hebben het in diverse bewoordingen vaak geroepen: ‘de NAM moet gewoon betalen.’
Maar zo simpel is het niet. Zeker niet toen in 2018 werd besloten de schadeafhandeling publiek te maken, om te voorkomen dat de slager zijn eigen vlees keurt. Sindsdien vergoedt de overheid eerst de uitgekeerde compensatie, waarna het bonnetje naar de NAM gaat. Vanwege een afgesproken verdeelsleutel draait de overheid alsnog op voor circa tweederde van de kosten.
Maar de NAM voelt er weinig voor blind te betalen. Deze week gaat het specifiek over de kosten voor schadeherstel in de tweede helft van het jaar 2020, en de compensatie voor de waardedaling van huizen uit 2020 en 2021, De kosten voor alleen deze posten en deze periode tikken al aan tot bijna 800 miljoen euro.
En dat is zeker niet alles. Voor latere jaren gaat het alleen al voor fysieke schade volgens de NAM om een bedrag van 2,1 miljard, waarbij de verwachting is dat de kosten verder zullen oplopen. Bij het versterken van huizen gaat het om een veelvoud van dat bedrag – en speelt eenzelfde discussie. ‘Duidelijkheid is voor alle partijen dus van groot belang’, aldus de advocaat van de NAM.
Het bedrijf wil alleen betalen voor schade die ‘aantoonbaar’ het gevolg is van gaswinning. De NAM wil niet opdraaien voor kosten die daar volgens het bedrijf niet direct uit voortvloeien. Als de overheid ruimhartiger wil vergoeden, dan op eigen kosten.
Daarom is de NAM in beroep gegaan tegen de opgelegde heffingen. Volgens het bedrijf worden in Groningen op grote schaal vergoedingen uitgekeerd voor schades die geen mijnbouwschade zijn. De NAM betwist zowel de afbakening van het gebied waarin compensatie is uitgekeerd als de hoogte van de uitgekeerde bedragen.
Volgens door de NAM ingeschakelde deskundigen is er weinig verband tussen de feitelijke trillingen en bodemdaling en de gecompenseerde schade. De opgelegde heffingen gaan de aansprakelijkheid van de NAM daarom ‘ver te boven’, aldus de advocaat van het bedrijf.
De discussie wordt gecompliceerd doordat in Groningen het zogenoemde ‘bewijsvermoeden’ geldt. Dat betekent dat in principe wordt aangenomen dat schade in het gaswinningsgebied door gaswinning komt, tenzij het tegendeel aannemelijk kan worden gemaakt.
Het leidt tot een juridisch steekspel met wetsartikelen en civielrechtelijke leerstukken, paragrafen en procedures. Zoals bij een vechtscheiding blijft moddergooien niet achterwege. Volgens de NAM heeft de minister het bedrijf ‘bij herhaling bewust in een kwaad daglicht gezet’. Volgens een van de vijf advocaten van de staat schermt NAM met ‘een frame’, en geeft een advocaat van de NAM een ‘ontwijkend antwoord’ – waarop hem weer ‘een misleidende weergave van onze positie’ wordt verweten.
De landsadvocaat benadrukt dat de schadeafwikkeling niet voor niets is weggehaald bij de NAM. Dat heeft de NAM volgens haar over zichzelf afgeroepen, door aanvankelijk – toen het bedrijf nog zelf schades afhandelde – veel te terughoudend te zijn. Daarna was het een bewuste keuze het bewijsvermoeden ruim in te vullen, om Groningers gesteggel te besparen.
De modellen en statistieken waar de NAM zich op beroept zijn volgens de landsadvocaat ongeschikt en ontoereikend om vast te stellen of een schade is veroorzaakt door gaswinning. Haar conclusie: de NAM vindt de schadeafhandeling simpelweg te duur. ‘Een benepen opstelling is niet op z’n plaats.’
Beide partijen benadrukken dat de discussie over aansprakelijkheid geen invloed heeft op de compensatie van gedupeerden. Maar hier wordt in de regionale politiek en door belangenorganisaties aan getwijfeld. Als de NAM niet wil betalen, zou dat ertoe kunnen leiden dat de versterkingsoperatie nog meer vertraging oploopt, vanwege dreigend gesteggel over wat wel en wat niet wordt vergoed.
Maar volgens de landsadvocaat staat er meer op het spel dan enorme bedragen. ‘Het gaat om erkenning.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant