Home

Drie decennia bouwellende, maar nu heeft Delft eindelijk een nieuwe, markante stadswijk rond het station

Het gebied rond het station van Delft is lang een hoofdpijndossier geweest, onder meer door de kredietcrisis. Maar kijk nou eens naar Nieuw Delft, toonbeeld van experiment – mede dankzij een gemeente die de plannen durfde om te gooien.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

De ruimte rond station Delft is vol beweging. Fietsers rijden de megafietsenstalling onder de stationshal in en uit, reizigers lopen naar de trein, bus of tram of richting de binnenstad, waar boven de grachtenpanden de scheve kerktoren van de Oude Jan oprijst.

Maar sinds het spoorviaduct dat de stad sinds de jaren zestig doorsneed heeft plaatsgemaakt voor een spoortunnel, zie je er ook mensen stilstaan: boven de tunnel is nu namelijk een park. Voetgangers blikken er verwonderd om zich heen of strijken neer op een bankje.

‘Wij komen hier vaak, om te kijken of een ijsje te eten’, zegt de gepensioneerde mevrouw Kuipers, die met haar echtgenoot in het park wandelt. Vanaf 2005 hebben ze de bouw gevolgd van de spoortunnel en de spectaculaire, met modern Delfts blauw mozaïek afgewerkte stationshal. Daarna volgde de sloop van het oude spoorviaduct.

Op de immense zandvlakte die restte, wordt in etappes het Van Leeuwenhoekpark aangelegd, 40 bij 600 meter groot, met aan weerszijden bebouwing. Het oude stationsgebouw, een rijksmonument, is verbouwd tot een restaurant met een weelderig begroeid terras.

De Hooghe Delft

Nu staat het echtpaar voor de pas opgeleverde toren De Hooghe Delft, met 40 meter het letterlijke hoogtepunt van de wijk Nieuw Delft. Het elegante, uit wit-grijze bakstenen opgetrokken gebouw omvat woningen, kantoren en het nieuwe onderkomen van filmhuis Lumen, dat op 14 maart zijn deuren opende. ‘We hebben kaartjes voor de eerste voorstelling, maar wilden alvast binnen gluren’, zegt mevrouw Kuipers.

In de metershoge foyer pakken medewerkers verhuisdozen uit onder regie van Pieter van Haeften en Michiel Kroese, projectleiders van de nieuwbouw. ‘Voorheen zat het filmhuis in een pand in de binnenstad. Met twee zalen werd dat te krap, en er was geen ruimte om uit te breiden’, zegt Van Haeften.

Kroese: ‘Toen de herontwikkeling van de spoorzone begon, dachten we: misschien is daar iets mogelijk?’ De mannen zijn trots dat het met een stichting (gerund door drie vaste medewerkers en 140 vrijwilligers) is gelukt om de nieuwe huisvesting te ontwikkelen op deze prominente plek aan het park.

De Hooghe Delft is er een in een reeks markante projecten in het – omstreden –spoorzoneproject. Wat in eerste instantie een gouden kans leek om af te komen van het treinlawaai en om woningen bij te bouwen in de stad, werd gaandeweg een hoofdpijndossier. De bouwkosten voor de tunnel liepen op, de woningverkoop viel tegen en toen in 2008 de economische crisis toesloeg, belandde Delft op de rand van een faillissement.

Maar nu de bouw van Nieuw Delft op de helft is, lijkt de voorspelling van toenmalig wethouder Lennart Harpe dat ‘de tunnel uiteindelijk de moeite waard zal zijn’, uit te komen. Hoe kreeg de stad dat voor elkaar?

Delftse schaal

‘Het spoorzoneproject is ook een reparatie; het doel was om de breuk die het spoorviaduct in de stad had geslagen te herstellen’, zegt stedenbouwkundige Jaap van den Bout terwijl hij rondleidt door de wijk. Het masterplan dat de Spaanse architect Joan Busquets al in 1998 had gemaakt, was groots opgezet. Boven op het spoor tekende hij een langgerekt park, met forse bouwblokken in een ruitvormig patroon en een ‘slotgracht’ rondom het gebied, 24 hectare groot.

De bouwblokken zouden worden gerealiseerd door projectontwikkelaars, maar toen door de crisis de vastgoedmarkt instortte, trokken zij zich terug. De enigen die nog geld hadden, waren particulieren. Maar de bouwblokken waren te groot om aan hen te verkopen, en door de onhandige ruitvorm niet opdeelbaar.

Aldus gaf de gemeente opdracht aan bureau Palmboom en van den Bout om het plan aan te passen. ‘De waterpartij rond het terrein hebben we naar het midden verplaatst en de vorm gegeven van een gracht zoals je die ook ziet in de binnenstad’, wijst Van den Bout op de Nieuwe Gracht. In plaats van de bouwblokken tekende hij kleinere panden aan de gracht en de autovrije ‘slenterstraatjes’ die hij haaks daarop ontwierp.

Op de straathoeken aan het park staan grotere gebouwen. De wijk heeft zo een schaal gekregen die voortborduurt op de bestaande volumes en groottes van bebouwing in Delft, wat bij het plan van Busquets niet het geval was. ‘Zo bezien is de crisis een zegen geweest’, zegt Van den Bout.

Zelfbouw

Midden in de crisis was het evenwel lastig om kopers voor de grond aan te trekken. Gemeentelijk projectmanager Marc du Pon, die een ontwikkelstrategie voor Nieuw Delft maakte, bedacht om te beginnen zelfbouw, aangezien er in Delft, met dank aan de TU, veel bouwkundigen zijn.

Het bleek een schot in de roos; er meldden zich zo veel geïnteresseerden dat de kavels verloot moesten worden. Architecten Arie Bergsma en Esther Stevelink van architectenbureau Gaaga wisten samen met een groep particulieren twee kavels aan de Nieuwe Gracht te bemachtigen. Daarop bouwden ze een pand met elf appartementen en op de begane grond hun kantoor.

Het zelfbouwen beviel hun zo goed, dat ze samen met vrienden nog een kleiner appartementengebouw realiseerden aan het Van Leeuwenhoekpark, waarin ze nu zelf wonen.

‘Het is best bijzonder dat de gemeente zo veel ruimte heeft gegeven aan bouwgroepen’, zegt Bergsma. ‘Met veel mensen bouwen maakt het proces ingewikkeld. Maar het levert ook iets op: een buurt waar mensen elkaar meteen kennen, en experimentele projecten.’

Zo construeerden de architecten hun appartementengebouw volledig met hout, inclusief de gevel, die is bekleed met hergebruikte latten. Van den Bout gaf de zelfbouwers enkele regels mee, maar liet hen zelf een materiaal en bouwstijl kiezen. Naast klassieke woningen met trapgevels en erkers staan strakke moderne huizen en een pand met een plantengevel.

Meer dan wonen

Toen de zelfbouwbuurt eenmaal stond, kwam een projectontwikkelaar bij de gemeente met het voorstel om alle resterende bouwgrond te kopen.

Du Pon: ‘Het was verleidelijk, we zouden daarmee in één keer klaar zijn. Maar we wisten ook dat de wijk vervolgens volgebouwd zou worden met woningbouw. Terwijl Nieuw Delft een stuk stad moest worden, wat vraagt om een levendige mix van functies. Gelukkig heeft de gemeente de rug recht gehouden.’

Zo kon The Social Hub zich vestigen op de hoek van het stationsplein: een combinatie van een hotel met flexwerkplekken, fitnessruimte en een restaurant. Even verderop verrees een tweede hotel met een café. Alleen een culturele functie ontbrak nog; de gemeente was blij toen Kroese en Van Haeften aanklopten met hun nieuwbouwplannen voor Lumen. ‘We werden met open armen ontvangen’, lacht Kroese.

Er was nog een grote, driehoekige bouwkavel aan het park over. Du Pon, die van huis uit projectontwikkelaar is, was zo enthousiast over het idee om daar het filmhuis te realiseren, dat hij stopte bij de gemeente en het project op zich nam.

Samen met architect Ronald Janssen puzzelde hij 27 appartementen, kantoren en vier filmzalen in de driehoekige toren. De foyer ligt aan het park, de zalen achter de straatgevels. Die zijn bekleed met geperforeerde metalen panelen, waarin je scènes herkent uit bekende arthousefilms; naast Anita Ekberg in de Trevifontein in La dolce vita staat de wraaklustige Uma Thurman uit Kill Bill.

Janssen heeft veel moeite gedaan om de toren – die volgens het stedenbouwkundig plan een icoon moest worden – hoger te laten ogen dan hij is. Hij vouwde de gevels iets naar binnen, en heeft de bakstenen verticaal vermetseld. Het echtpaar Kuiper vindt het gebouw geslaagd; ze houden van ‘modern en strak’.

Cadeau aan de stad

Aan de andere kant van het station wordt de laatste hand gelegd aan het Huis van Delft, bestaand uit 55 appartementen, met op de begane grond het kantoor van Delft Marketing, de VVV, een (sterren)restaurant en drie publieke ruimtes. Het heeft moderne, blauw betegelde trapgevels en etalageruiten waarachter een gigantisch Delfts blauw kunstwerk te zien is.

Het initiatief voor het project komt van drie Delftse vrienden, die het idee kregen om een rij levensgrote Delfts blauwe KLM-huisjes te bouwen. Toen de gemeente zich geïnteresseerd toonde, klopten ze voor de financiering aan bij de steenrijke Delftse ondernemer Chris Oomen. Die zag het project als een kans om een ‘cadeau aan de stad’ te geven en vroeg het bureau van toenmalig rijksbouwmeester Frits van Dongen en Patrick Koschuch om het plan uit te werken.

De architecten vonden het idee om KLM-huisjes te bouwen te letterlijk, maar haalden wel inspiratie uit de KLM-huisjes die op Delftse panden zijn gebaseerd. De contouren van die panden hebben ze verwerkt in de gevelvorm en de gevelopeningen op de begane grond. ‘Het is een uitgesproken gebouw, dat emoties losmaakt; sommigen vinden het prachtig, anderen niet’, zegt Koschuch over het eclectische ontwerp.

Het verhaal van Delft

De officiële opening van het gebouw is volgend jaar, maar Michiel van der Schaaf, directeur van Delft Marketing, is nu al dolenthousiast. ‘Dit gebouw is een unieke kans om het verhaal te vertellen van een stad waar al eeuwen wordt gepionierd’, zegt hij terwijl hij voorgaat door de publieke ruimtes. ‘Denk aan Johannes Vermeer met zijn baanbrekende gebruik van licht in de schilderkunst, Antonie Van Leeuwenhoek die de microscoop uitvond, en de studenten van de TU Delft met hun zonneauto’s.’

Deze en andere ontdekkers en vondsten die Delft heeft voortgebracht, zie je in de Blue Gallery; een soort Sixtijnse Kapel, bekleed met Delfts blauwe tegels.

De bedoeling is om in deze gratis toegankelijke ruimte groepen scholieren, studenten en toeristen te ontvangen en kennis te laten maken met de rijke geschiedenis van Delft. In de naastgelegen Innovation Gallery kunnen Delftse kennisinstellingen en bedrijven hun nieuwste vindingen tonen.

Op dit moment is er een expositie over robots; blikvanger is een enorme robotarm die trage rondjes draait, een staat van gewichtsloosheid simulerend. In een vitrine liggen twee identieke Delfts blauwe tegels, waarvan er een met de hand en een met AI is beschilderd; de bezoeker mag raden welke welke is. De derde ruimte, die nog in aanbouw is, wordt een auditorium voor klassieke muziekoptredens en lezingen.

Bij Delft Marketing krijgen ze veel aanvragen voor trouwfoto’s en bruiloften in de Blue Gallery. ‘We moeten bedenken of we dat gaan faciliteren; het moet allereerst een plek worden voor ontmoeting en inspiratie’, zegt Van der Schaaf.

Regelmatig zie je passanten halthouden om zich te vergapen aan de imposante binnenruimte, of een foto te maken. ‘Laatst stond er een meneer met zijn neus tegen het glas, in tranen’, vertelt Van der Schaaf. ‘Ik ben naar buiten gegaan, vroeg of het wel goed met hem ging. Hij antwoordde dat hij nog nooit zoiets moois had gezien.’

Blikvangers

Blue Gallery

Het kunstwerk in de drie publieke ruimten van Huis van Delft is gemaakt door Studio Job. Het meest in het oog springt de Blue Gallery, die is bekleed met vijftigduizend handbeschilderde tegels waarop de geschiedenis van Delft is verbeeld. Studio Job werkte hiervoor samen met een team van ontwerpers en historici. Zij maakten een lange lijst met bekende Delftse personen, bedrijven, uitvindingen, producten en markante momenten uit de afgelopen vijfhonderd jaar.

In een reusachtig, Jeroen Bosch-achtig tafereel zie je onder andere Boyan Slat van The Ocean Cleanup, de stormparaplu die TU-studenten ontwierpen, Willem van Oranje, Hugo de Groot en volkszanger Nico Haak. De tegels zijn gemaakt door Koninklijke Tichelaar in Makkum, dat ook de blauw geglazuurde tegels voor de gevels leverde.

Tuin van Delft

Het voorplein bij Huis van Delft, Tuin van Delft geheten, is door bureau Boom Landscape ontworpen als een patchwork van verschillende bakstenen, met grote plantenbakken die dubbelen als zitplekken. De ontwerpers werkten met nieuwe en hergebruikte stenen uit de stad, die in verschillende metselverbanden zijn toegepast. Onder het plein is een waterbuffer aangelegd voor de bewatering van de planten.

Poortmeesters

Voor het woongebouw Poortmeesters ontwikkelde architectenbureau Studio RAP uit Rotterdam 3D-geprinte keramiek. De twee poorten naar de binnentuin zijn beide bekleed met zo’n drieduizend Delfts blauwe tegels, die samen een kunstwerk vormen. Daarin herken je de vorm van bladeren met een nervenpatroon. De tegels zijn met hulp van een algoritme ontworpen en 3D-geprint door Studio Rap, en vervolgens gebakken en geglazuurd door Koninklijke Tichelaar.

TIJDLIJN

1885: Opening station Delft.
1961-1965: Bouw spoorviaduct.
1998: Joan Busquets maakt masterplan voor herontwikkeling spoorzone.
1999: Het rijk stelt 360 miljoen gulden beschikbaar voor aanleg spoortunnel.
2005: Start bouw spoortunnel.
2014: Eerste deel spoortunnel in gebruik, sloop spoorviaduct.
2015: Projectontwikkelaars spoorzone trekken zich terug, Delft bijna failliet.
2017: Oplevering nieuwe stationshal met stadskantoor.
2024: Tweede deel spoortunnel in gebruik.
2026: Oplevering Hooghe Delft, met 40 meter het hoogste gebouw van Nieuw Delft.
2027: Verwachte opening Huis van Delft met kunstwerk van Studio Job.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next