Hergebruik Afgedankte wieken van windmolens verdwijnen meestal in verbrandingsovens. Architectenbureau Superuse Studios ontdekte echter hoe goed ze het doen als geluidswal langs snelwegen. Bijkomend voordeel: voor de fundering is er „een ruime factor vier minder staal nodig” dan bij de betonnen schermen.
Oude windmolenwieken als geluidscherm langs de A58, bij Oirschot.
Het lijkt te eenvoudig om waar te zijn. Twee windturbinebladen liggen op hun kant in de berm. Voor autobestuurders op de A58 bij het Brabantse Oirschot, die er in seconden voorbij flitsen, lijkt het misschien alsof ze daar spontaan uit de lucht gevallen zijn.
„Dit is dus de Blade Barrier”, zegt Thijs von Barnau Sythoff (27), terwijl hij in de modderige berm wijst naar de twee aaneengeschakelde wieken, samen zestig meter lang. „Een geluidsscherm van hergebruikte windturbinebladen.”
De proefopstelling ligt tussen de snelweg en het dennenbos van de Oirschotse heide, waaruit doffe geweerschoten klinken van oefenende militairen. Von Barnau Sythoff klimt op het heuveltje aarde waar het geluidsscherm in hangt en geeft een klap op de zijkant. Er klinkt een hard, hol geluid. „Onwijs sterk spul is het.”
Windturbinebladen bestaan uit vezelcomposiet, een combinatie van glasvezel of koolstofvezel en hars. De hardheid van de bladen maakt hoogwaardige recycling heel lastig, hoewel er wel mee wordt geëxperimenteerd. Nu worden ze hoogstens aan het einde van hun levensduur vermalen en in bouwmateriaal verwerkt, of verbrand als energiebron voor cementfabrieken. Vaker gaan ze ‘gewoon’ naar afvalverbranders.
In het buitenland belandden de turbinebladen tot voor kort op de vuilstort, wat sinds dit jaar in Europa niet meer mag. Ook elders op de wereld worstelt men met oude bladen, uit ellende werden ze zelfs met meer dan duizend tegelijk begraven in de woestijn van het Amerikaanse Wyoming.
Het initiatief ze een tweede leven te gunnen als geluidswal, komt van de start-up Blade-Made, een spin-off van het Rotterdamse architectenbureau Superuse Studios. Dat kreeg in 2007 de opdracht om een speeltuin te ontwerpen. De architecten besloten de speeltuin te laten bouwen met oude windturbinebladen die nog op een industrieterrein bij Almelo lagen. „Dat ze sterk zijn kun je zien als een obstakel voor het vernietigen ervan, maar ook als kwaliteit.”
Sindsdien klimmen en glijden kinderen in het Oude Noorden in Rotterdam door oude windturbinebladen. Er volgden meer turbinespeeltuinen, bankjes, plantenpotten en zelfs klimmuren van windturbineblad. „Maar er komt vanaf 2030 55.000 ton per jaar aan afval van bladen vrij in Europa”, zegt Von Barnau Sythoff. „Dan moet je bijzonder veel speeltuinen bouwen.”
Het idee windturbinebladen in te zetten als geluidsscherm op de snelweg, lag al jaren op de plank. Vergeet het maar, had een geluidsexpert gezegd toen ze met de pilot begonnen. „Hij zei: jongens, dit is kneiterhard, het absorbeert niet.”
Het geluid zou worden teruggekaatst, wat geldt als nadelig. Bijvoorbeeld voor woonwijken aan de andere kant van de snelweg. Toch werkt de Blade Barrier juist wel, concludeerde Rijkswaterstaat in februari na onderzoek. Zelfs net zo goed als een standaard betonnen geluidsscherm.
„Reflectie heet dat”, zegt Von Barnau Sythoff. „Juist door de dubbelgekromde vorm van het blad verwaaiert het geluid dat ertegenaan kaatst eigenlijk. Het gaat alle kanten op. En het effect daarvan is hetzelfde alsof het zou absorberen.”
Rijkswaterstaat liet een evaluatie uitvoeren met wetenschappelijke modellen en concludeerde dat het scherm, in hoogte variërend van drie tot vier meter, even goed werkt als een regulier geluidsscherm van 3,3 meter hoog. De resultaten waren een „positieve verrassing”, aldus Rijkswaterstaat.
De proef leverde ook andere verrassingen op. „We realiseerden ons tijdens de pilot dat we maar om de 25 meter hoeven te funderen”, zegt Von Barnau Sythoff. „Omdat het blad heel ver kan spannen. Bij een normaal betonnen scherm moet je elke zes meter heien en staal plaatsen. Dus we hebben een ruime factor vier minder staal nodig.”
De twee bladen die nu langs de A58 liggen, werden afgedankt na een blikseminslag. Normaal worden bladen vervangen als ze ongeveer 20 tot 25 jaar oud zijn. Vanaf 2030 komen er volgens branchevereniging WindEurope in Europa jaarlijks 14.000 turbinebladen vrij.
Zo kan het ene probleem mogelijk een oplossing zijn voor het andere. Rijkswaterstaat moet nog ongeveer 40 tot 50 kilometer aan geluidsschermen opleveren in Nederland. Het onderzoekt daarvoor duurzamere alternatieven voor beton, een van de meest vervuilende bouwmaterialen die er zijn.
Thijs von Barnau Sythoff van start-up Blade-Made, een spin-off van architectenbureau Superuse Studios, bij de hergebruikte windmolenwieken langs de A58. „Dat de windmolenwieken sterk zijn kun je zien als een obstakel voor het vernietigen ervan, maar ook als kwaliteit.”
Naast de Blade Barrier wordt bijvoorbeeld ook een biobased geluidsscherm getest, met natuurlijke materialen als hennep en olifantsgras. Ook test Rijkswaterstaat een geluidsscherm dat is opgespoten uit aarde. Een bamboegeluidsscherm dat werd getest langs de N245 boven Alkmaar is al afgeschoten: het hield slechts 2 decibel geluid tegen.
Het windmolenscherm is een van de grootste kanshebbers, omdat het goed uit geluidstesten komt, en omdat het gemaakt is van bestaande materialen. Blade-Made en Rijkswaterstaat werken nog aan een eindrapport over de Blade Barrier, daarvoor wordt nog naar kosten, onderhoud, veiligheid en duurzaamheid gekeken.
In de serie Geen Afval volgt NRC bedrijven en initiatieven die producten een nieuw leven geven, om ze zo te redden van de afvalberg.
Deel 1: Gratis bruidsjurken
Deel 2: Windturbinebladen als geluidswal
Duurzaamheid gaat niet alleen over circulariteit. Er is ook een risico op het vrijkomen van microplastics. Het RIVM publiceerde in 2022 een onderzoek naar de milieurisico’s van windmolens op zee. Daaruit bleek dat nog weinig bekend is over hoeveel plasticdeeltjes er daar vrijkomen. Het RIVM schatte in ieder geval in dat de hoeveelheid flink lager ligt dan wat al via andere bronnen, zoals de Nederlandse scheepvaart, in zee komt.
Het eindrapport moet eind dit jaar verschijnen. Het windmolenscherm wordt in ieder geval door Rijkswaterstaat al trots een wereldwijde primeur genoemd.
Dat terwijl het er eigenlijk doodsimpel uitziet. Von Barnau Sythoff vindt dat geen belediging. „Ik vind dat juist de kracht ervan. Ben je bekend met de circulariteitsladder? Die geeft aan hoe duurzaam hergebruik van afval is.”
Op die ladder staat hergebruik bij de hoogste (dus beste) treden, recycling bij de laagste. „Recycling is harstikke high tech, maar kost veel energie, je moet er dure machines voor ontwikkelen”, zegt hij. „En na zoveel gedoe heb je losse vezels in je handen waar je weer nieuwe spullen van moet maken. Je kunt eigenlijk zeggen: hoe minder techniek, des te beter je bezig bent.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen