Er zijn mensen die niet alleen gaan stemmen, maar ook nog op een kandidatenlijst gaan staan. Die hun eigen schaamte opzij zetten ten gunste van een wandelpad, een boom, een bankje in een park.
Het begon met één clipje. Daarna nog één. En voor je het weet zit je twintig minuten later te kijken naar twee mensen in knalgele jacks met ZW14 op de borst, staand op een pad dat de gemeente klaarblijkelijk liever kwijt dan rijk is. Ze leggen met de ernst van een persconferentie uit waarom dit pad niet mag verdwijnen.
Wie Arjan Ederveens mockumentaryreeks 30 minuten kent, herkent het gevoel onmiddellijk. Ederveen speelde gewone mensen met bizarre trekjes, zo levensecht dat kijkers niet wisten of ze naar fictie of werkelijkheid keken. Hier is het precies omgekeerd: dit zijn echte mensen, met een echte boodschap, maar het ziet eruit alsof het gespeeld is. De jacks zijn te geel, het pad te smal, de boodschap te groot voor het decor. En toch menen ze het volledig.
Dan zijn er campagnevoerders van de PvdD Tilburg die in kort geknipte scènes van boom naar boom lopen, duidelijk kwaad, en bij elke stronk aanwijzen wat de stadsvernieuwing heeft aangericht. En dan is er nog het CDA Wijchen, dat op de melodie van Frans Bauers Heb je even voor mij een campagnelied heeft opgenomen met als openingsregel ‘Dag mevrouw, dag meneer, beste mens, beste queer’. De clip werd meer dan 180 duizend keer bekeken. Lijsttrekker Bea Schouten zei achteraf: ‘We hadden dit totaal niet voorzien.’
Over de auteur
Jeroen Panders is strategisch adviseur.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Er bekruipt je iets bij het kijken. Een neiging om te grinniken, misschien zelfs te sneren. Maar waar komt die neiging eigenlijk vandaan? We zijn de afgelopen jaren grootgebracht met een politieke cultuur waarin elkaar belachelijk maken de boventoon voerde. Waarin de snedigste opmerking over een tegenstander meer opleverde dan het beste argument. Dat laat sporen na. Het maakt je reflexmatig sceptisch over iedereen die het zonder dat pantser probeert, die gewoon oprecht ergens voor staat zonder de ironie als uitweg.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau constateerde het al in meerdere kwartaalberichten: politiek cynisme in Nederland groeit structureel, en burgers wantrouwen politici steeds meer, maar participeren tegelijkertijd steeds minder. We zijn toeschouwers geworden die goed zijn geworden in afbranden. En die houding is besmettelijk. Je draagt hem mee als je naar een clip kijkt van iemand die zijn best doet in een clubhuis in Wijchen.
Maar zet die bril even af.
Kijk langs de slechte belichting en de amateuristische edits heen, en je ziet iets anders. Mensen die ’s avonds na het werk een filmpje opnemen omdat er een wandelpad dreigt te verdwijnen. Campagnevoerders die van boom naar boom lopen en bij elke stronk aanwijzen wat de stadsvernieuwing heeft aangericht. Iemand die filmt hoe een stoep te smal is voor een rolstoel, in een straat waar al jaren mensen in een rolstoel wonen. Mensen die denken: als ik het niet doe, doet niemand het. En die vervolgens, wetende dat er mensen zijn die zitten te gniffelen achter hun telefoon, toch die camera aanzetten. Ze nemen die reacties gewoon op de koop toe.
Dat is niet niks. Opkomstcijfers bij gemeenteraadsverkiezingen schommelen al jaren rond de 50 procent, zo blijkt uit cijfers van de Kiesraad. De helft van Nederland vindt blijkbaar dat het er niet toe doet. En toch zijn er mensen die niet alleen gaan stemmen, maar ook nog op de lijst gaan staan. Zonder mediatraining, zonder vangnet, zonder de bescherming van een groot partijapparaat achter ze. Gedreven door iets dat veel elementairder is dan ideologie: de buurt waar ze opgroeiden, de straat waar hun kinderen spelen, de boom die er altijd stond en nu niet meer.
De ergernis hebben we allemaal wel. Maar de stap daarna vraagt iets dat de meeste mensen niet meer gewend zijn: je eigen schaamte opzij zetten ten gunste van een wandelpad, een boom, een bankje in een park.
Ederveen maakte fictie die eruitzag als werkelijkheid. Deze mensen maken werkelijkheid die eruitziet als fictie. En in die omkering klopt iets dat ik lang niet heb gevoeld als ik naar politiek keek. Ik weet niet precies wat het is. Maar het lijkt verdacht veel op hoop.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant