Antisemitisme
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het zijn zwarte dagen voor de Joodse gemeenschap in Nederland. In de nacht van donderdag op vrijdag werd brand gesticht bij een synagoge in Rotterdam, gevolgd door een explosie. Een nacht later was een orthodox-joodse school in Amsterdam-Buitenveldert doelwit. In de nacht van zondag op maandag ging een explosief af bij het kantorencomplex Atrium op de Amsterdamse Zuidas.
Hoewel het precieze mikpunt van die laatste aanval nog onzeker is, is de Joodse gemeenschap hier overduidelijk doelwit. Net als een week eerder de Joodse gemeenschap in België, die werd opgeschikt door een aanslag op een synagoge in Luik. De veroordeling van dit geweld kan dan ook niet krachtig genoeg zijn.
Dat mensen, ook in Nederland, sterke gevoelens hebben over de verwoestingen die Israël en de Verenigde Staten nu aanrichten in het Midden-Oosten, over de weerzinwekkende genocide in Gaza en over de vele doden die nu vallen in Iran en Libanon, is begrijpelijk. Volgens veel deskundigen druisen al die optredens ook in tegen het humanitair en internationaal recht.
Alleen mogen die gevoelens nooit tot uiting komen in geweld, wat de motieven van de daders nu ook zijn. De Joodse gemeenschap is in principe geen verlengstuk van de Israëlische regering van premier Benjamin Netanyahu – Joodse gemeenschappen elders in de wereld evenmin.
Het in brand steken van synagogen of aanvallen van Joodse scholen, door wie dan ook gepleegd, is geen politiek protest, maar antisemitisch geweld. Dat is geen nieuw verschijnsel, maar een hardnekkige onderstroom die ook in Nederland telkens weer de kop opsteekt, zeker wanneer spanningen in het Midden-Oosten oplaaien. Dan verschuift de woede over gebeurtenissen duizenden kilometers verderop naar Joodse instellingen en Joodse Nederlanders hier.
Juist daarom is het van belang het principiële onderscheid helder te houden. Kritiek op de Israëlische regering, haar militaire optreden of schendingen van het internationaal recht is legitiem. Sterker nog: in een vrije samenleving moet die kritiek vrij en scherp kunnen klinken. Maar zij verliest elke morele grond wanneer zij omslaat in vijandigheid tegen Joden als groep.
De afgelopen jaren vonden internationale conflicten meermaals hun weg naar Nederlandse straten. En de gevoelens daarover verhuizen mee: demonstraties verharden, retoriek radicaliseert en de grens tussen politieke verontwaardiging en vijanddenken vervaagt. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Het verplaatsen van het conflict van het Midden-Oosten draagt niet bij aan rechtvaardigheid daar, maar zaait verdeeldheid en angst hier.
Het is daarom de taak van overheid en samenleving om helder en consequent op te treden. Joodse instellingen moeten worden beschermd, daders opgespoord en vervolgd, en politieke leiders moeten ondubbelzinnig duidelijk maken dat voor antisemitisme geen plek is in Nederland, net zomin als voor moslimhaat of haat tegenover welke groep dan ook. Woorden doen ertoe, zeker wanneer emoties hoog oplopen.
In een liberale democratie moet ruimte bestaan voor scherpe kritiek op staten, regeringen en oorlogen. Maar diezelfde democratie heeft ook de verantwoordelijkheid om minderheden te beschermen. Mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen daden, nooit collectief voor hun afkomst of religie.