Home

Van onzichtbare gemeenteraden krijg je een lage verkiezingsopkomst

Verkiezingen De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is laag omdat kiezers besluiten door de raad niet herkennen als politieke besluiten. Dat moet anders, vindt John Bijl.

Natuurlijk moeten er huizen gebouwd worden, moet de buitenruimte klimaatbestendig worden gemaakt, moeten jeugd- en thuiszorg worden georganiseerd en moeten gemeenten beslissen waar azc’s komen. Maar voor iedereen die zich beroepsmatig met lokale democratie bezighoudt, is er eigenlijk maar één onderwerp dat echt een knoop in de maag legt. De opkomst.

John Bijl is directeur van het Periklesinstituut

Vier jaar geleden was de opkomst met 50,9 procent de laagste ooit, en peilingen wijzen erop dat de dalende trend van de afgelopen decennia doorzet. Meestal krijgt de politiek zelf de schuld van die lage opkomst. Lokale politici zouden ‘niet genoeg luisteren naar de burger’ of ‘onvoldoende uitleggen wat ze doen’. Maar is het niet ook de kiezer die zich te weinig interesseert voor zijn leefomgeving? Heeft de kiezer niet zelf een verantwoordelijkheid?

Na de dramatische opkomst vier jaar geleden verscheen het ene na het andere onderzoek naar de motivatie van niet-stemmers. De meeste niet-stemmers zeggen hetzelfde: ze hebben geen idee waar de gemeente over gaat. Terwijl dat een makkelijk te beantwoorden vraag is. Gemeenten gaan over vrijwel alles waar inwoners dagelijks mee te maken hebben: het aantal parkeerplaatsen per huishouden, straatlantaarns die gezellig warm of juist fel wit – veilig- licht moeten geven, wel of geen fatbikes in het centrum, waar nieuwe wijken komen en hoeveel sociale huurwoningen die tellen, waar een asielopvang komt en hoe groot, steun aan mensen met schulden, hulp aan jongeren met problemen en wel of niet verplicht werk voor uitkeringsgerechtigden.

De vraag is dus niet óf de gemeente over belangrijke dingen gaat, maar waarom kiezers dat zo zelden als politiek herkennen. Het is vermoedelijk geen onwil. Voor de meesten is de leefomgeving zo vanzelfsprekend geworden dat ze haar niet meer zien als de uitkomst van politieke processen. Aan inwoners vragen waar de politiek zit in hun leefomgeving is een beetje als aan een vis vragen hoe het water is.

Besluiten die niet op besluiten lijken

Wat niet helpt, is dat politieke keuzes in gemeenten zelden zichtbaar zijn als echte keuzes. Besluiten over waar woningen komen of hoeveel parkeerdruk acceptabel is en hoeveel groen daarvoor mag wijken, zijn ingewikkelde afwegingen tussen belangen, geld en ruimte. Tegen de tijd dat zo’n besluit in de raadzaal ter stemming komt, lijkt het vaak alsof de uitkomst vanzelf spreekt en is het voor inwoners moeilijk te herkennen waar hun inbreng is gebleven.

Tegelijkertijd kampt de lokale politiek met een probleem van zichtbaarheid. Raadsleden vertegenwoordigen sinds 2002 bijna een derde meer inwoners en kregen er door decentralisaties omvangrijke nieuwe beleidsterreinen bij. Waar het raadslidmaatschap ooit was ingericht als een functie van ongeveer één dag per week, besteden de meeste raadsleden inmiddels bijna het dubbele aan hun ambt — vooral aan vergaderen en stukken lezen. Voor zichtbaarheid buiten het stadhuis blijft nauwelijks tijd over.

Uiteindelijk werkt democratie alleen wanneer de politieke dilemma’s weer zichtbaar worden, en daarvoor moet lokale politiek meer ruimte krijgen. Meer raadsleden, zodat er tijd is om buiten het gemeentehuis aanwezig te zijn. En een fatsoenlijke financiering van gemeenten via het gemeentefonds, omdat de beleidsruimte van een gemeente nu te vaak beperkt is tot het hoogst nodige.

Wat ook helpt, is als gemeenten weer ‘bestuurlijk herkenbaar’ worden: inwoners die hun gemeente als hún gemeenschap ervaren, met een bestuur dat dichtbij staat en waarvan ze de mensen, plaatsen en belangen herkennen. Maar door decennia van herindelingen zijn gemeenten groter geworden, terwijl de afstand tussen inwoners en hun gemeenteraad juist groeide. Dat decennia na een herindeling de opkomst bij verkiezingen nog steeds 10 procentpunt lager kan zijn, is het beste bewijs daarvan.

Misschien moeten we de lage opkomst bij deze verkiezingen voor lief nemen, maar op 19 maart moet het werk beginnen. Dan moeten we de lokale democratie weer zichtbaar en begrijpelijker maken en dichter bij inwoners brengen. Voordat democratie ons door de vingers sijpelt, niet omdat een vreemde mogendheid onze democratie ondermijnt of een despoot de macht grijpt, maar omdat de kiezer zijn interesse heeft verloren.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next