Home

Zolang er oorlog woedt tegen Iran is het onmogelijk de Straat van Hormuz ‘schoon te vegen’ en lopen olietankers enorme risico’s

Zeemijnen Met goedkope zeemijnen belemmert Iran de scheepvaart in de Straat van Hormuz. Nederland beschikt over een grote ervaring in het bestrijden van zeemijnen. Maar in oorlogstijd is dat in deze nauwe vaarroute bijna onmogelijk.

Een tanker vaart in de Perzische Golf voor de kust van Oman, niet ver van de Straat van Hormuz.

Achteraf kan je de vraag stellen of de timing verstandig was. Maar afgelopen najaar haalde de Amerikaanse marine de helft van zijn mijnenvegers in het Midden-Oosten uit de vaart. De vier mijnenbestrijdingsvaartuigen uit de Avengerklasse, gestationeerd in Bahrein, werden vervangen door littoral combat ships, lichte en wendbare korvetten die gespecialiseerd zijn in operaties in kustgebieden en daarnaast zeemijnen kunnen opsporen en onschadelijk maken. De Avengers mogen meer dan veertig jaar oud zijn geweest, de Amerikanen deden er in eerdere Golfoorlogen een schat aan ervaring mee op. De nieuwe gevechtsschepen zijn niet eerder gebruikt in oorlogstijd. Erger nog: ze vertonen nu al ernstige gebreken, waaronder sonar die ‘niet ziet’.

Vragen over het ruimen van zeemijnen zijn actueler dan ooit, nu Iran de uiterst belangrijke vaarroute voor olie- en gastankers in de Straat van Hormuz blokkeert. Door de geografische omstandigheden – een smalle, ondiepe zeestraat langs een lange kustlijn – volstaat voor Teheran een arsenaal relatief goedkope en eenvoudige wapens: raketten en drones, afgevuurd vanuit het Iraanse binnenland, kleine speedbootjes, zeedrones en zeemijnen. 

De Iraanse strategie lijkt in elk geval de Amerikaanse president Trump te hebben verrast. Hij zou vorige week „gefrustreerd” aan commandant der strijdkrachten Dan Caine hebben gevraagd waarom de Amerikanen de Straat van Hormuz niet „onmiddellijk” konden heropenen, meldde The New York Times maandag. 

Escorteren is lastig

Trump spreekt al twee weken over het begeleiden van olietankers, maar dergelijke militaire escortes door een zee-engte van enkele tientallen kilometers breed, dicht onder vijandige kust, zijn vol risico’s. Iran slaagt er nog dagelijks in doelen in de Golfstaten aan te vallen met drones; een stoet van oorlogs- en koopvaardijschepen is vanaf Iraanse bodem zelfs visueel waarneembaar. Zelfs met intensieve patrouilles vanuit de lucht zou het voor de Amerikanen bijna ondoenlijk zijn elke dreiging vanuit Iran tijdig op te sporen en te elimineren. De Amerikanen gaan ervan uit dat Iran tot nu toe zo’n tien tot enkele tientallen zeemijnen heeft weten te leggen in de Straat van Hormuz.

Op 10 maart gaven de Amerikaanse strijdkrachten beelden vrij waarop te zien zou zijn hoe Iraanse marineschepen in de buurt van de Straat van Hormuz worden bestreden.

Hoe hoog de risico’s voor koopvaardijschepen worden ingeschat blijkt uit een schatting van de Britse scheepvaartsite Lloyd’s List, die berekende dat voor elk konvooi van vijf tot tien tankers onder de huidige omstandigheden een marine-escorte van acht tot tien destroyers (torpedobootjagers) nodig zou zijn. Zelfs dan zou volgens de acht veiligheidsexperts die Lloyd’s List raadpleegde in het beste geval hooguit 10 procent van de normale olietransporten door de Straat kunnen varen. 

In vredestijd passeren dagelijks een kleine vijftig tankers de nauwe zeestraat tussen Iran en de noordkaap van Oman.

Escortes hebben bovendien geen zin zolang de zee onbegaanbaar is. Iran, dat langs de Perzische Golf, de Straat van Hormuz en de Golf van Oman een kustlijn heeft van bijna 2.500 kilometer, heeft zich jarenlang kunnen voorbereiden op deze zeeblokkade. Het beschikt over een heel arsenaal aan zeemijnen, geschat op vijf- tot zesduizend, die gebruikt kunnen worden tegen vijandelijke schepen en onderzeeërs in diepere wateren of tegen landingsvaartuigen en kleinere oorlogsschepen in de ondieptes bij de kust.

‘Het wapen van de armen’

De meest eenvoudige soort zijn contactmijnen, die vrij aan het wateroppervlak drijven of dieper onder water zijn vastgemaakt aan een anker; ze komen tot ontploffing als een schip er tegenaan vaart. Iran beschikt daarnaast over zogenoemde invloedsmijnen met zware explosieve ladingen die op de zeebodem worden gelegd, zoals de Maham-2 en de Maham-3. Die mijnen hebben sensoren die druk, geluid, trillingen of het magnetische veld van schepen en onderzeeërs meten; ze exploderen zodra een vaartuig wordt gedetecteerd. Tenslotte heeft Iran kleinere magnetische mijnen, zoals de Maham-4, die door een duiker kunnen worden vastgeklonken aan de romp van een schip en met een timer worden afgesteld.

Niet voor niets worden zeemijnen wel „het wapen van de armen” genoemd: na ruim twee weken zware Israëlische en Amerikaanse luchtaanvallen is er van de Iraanse luchtverdediging, de marine en de luchtmacht nog maar weinig over. Maar met een guerrilla-oorlog op zee kan Teheran nog behoorlijk veel schade aanrichten, zelfs tegen militair superieure tegenstanders. In de jaren tachtig, tijdens de oorlog tussen Iran en Irak, liepen koopvaardijschepen in de Golf op zeemijnen. Het scheelde in 1988 zelfs maar weinig of het Amerikaanse fregat USS Samuel B. Roberts was gezonken, na een explosie van een zeemijn bij de romp.

Het opruimen van deze mijnen – zeker in oorlogstijd – is een bijzonder ingewikkelde operatie, zegt defensie-expert Patrick Bolder van het The Hague Centre for Stategic Studies (HCSS). „Mijnenbestrijdingsvaartuigen hebben nauwelijks de middelen om zichzelf te beschermen, dus je zult fregatten voor de luchtverdediging moeten meesturen. En bovendien zul je offensieve wapens moeten hebben voor de Iraanse troepen op land.”

De Europeanen passen daar voor. Na een gezamenlijke vergadering in Brussel lieten de EU-ministers van Buitenlandse Zaken weten geen trek te hebben in een maritieme missie in de straat van Hormuz, zolang de Amerikanen en Israëliërs blijven bombarderen. „In de huidige situatie zie ik niet hoe we dat vorm zouden kunnen geven op een veilige manier”, zei minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA).

Mijnenjagen met onderwaterdrones

Dat wordt wellicht anders als de gevechten rond de Golf worden gestaakt. De Franse president Emmanuel Macron liet eerder weten een rol te zien voor de Franse marine bij het escorteren van de koopvaardij in de Golf „als de heetste fase van het conflict voorbij is”.

Nederland zou daar een bijdrage aan kunnen leveren. De Nederlandse marine heeft veel expertise in de mijnenbestrijding, niet in de laatste plaats doordat de Mijnendienst van de marine nog steeds regelmatig mijnen en vliegtuigbommen uit de Tweede Wereldoorlog onschadelijk maakt. 

Vroeger gebeurde dat door het ‘vegen’, waarbij het schip kabels met haken achter zich aan sleepten. Die trokken de ankers van de zeemijnen los, waardoor die naar de oppervlakte kwamen, waarna ze vanaf een afstand tot ontploffing konden worden gebracht. Dat was een gevaarlijke bezigheid, want de mijnenveger moet eerst zelf over of vlak langs de mijn varen. Sinds eind jaren negentig beschikt de marine alleen nog over mijnenjagers. 

Als zo’n mijnenjager een zeemijn heeft gedetecteerd met zijn sonarsysteem wordt een klein onbemand onderwatervaartuig naar het explosief gestuurd. Deze Seafox wordt vanaf het moederschip via glasvezeldraad bestuurd. De mini-onderzeeër beschikt over een camera en eigen sonar, zodat de mijn goed in kaart kan worden gebracht. Eén versie van de Seafox heeft een springlading, waarmee de mijn tot ontploffing kan worden gebracht. Een andere regelmatig gebruikte methode is om duikers met de hand een springlading op de mijn te laten bevestigen. 

De Nederlandse mijnenjagers zijn regelmatig in actie gekomen, ook in de Perzische Golf ten tijde van de Golfoorlog van 1991. Ook waren ze actief voor de kust van Libië. 

Door bezuinigingen van de afgelopen decennia is de Mijnendienst sterk ingekrompen. De marine had in de jaren negentig nog vijftien schepen van de Alkmaarklasse in de vaart, op dit moment zijn nog drie schepen operationeel. Bij de Franse Naval Group in Brest wordt de opvolger gebouwd. Afgelopen maand werd de Vlissingen, het eerste van in totaal vijf mijnenbestrijdingsvaartuigen van de gelijknamige klasse, feestelijk ontvangen in de haven van Den Helder.  

De schepen van de Vlissingenklasse zijn veel groter dan hun voorgangers. De belangrijkste reden daarvoor is dat het deze beschikken over twee onbemande  oppervlaktedrones, die zelfstandig naar de zeemijnen kunnen varen. Het moederschip blijft daardoor op veilige afstand. Zo’n drone, een ‘Inspector 125’, kan op zijn beurt onderwaterdrones lanceren, zoals de Seafox. Omdat het vaartuig geen bemanning heeft, kan het ook weer mijnen ‘vegen’. „Een revolutionair concept”, zei Joris Egberts, commandant van de Vlissingen tegen marineschepen.nl, „maar daardoor zijn er wel kinderziektes. Het gaat nog even duren voor alles klaar is.” Naar verwachting is de nieuwe mijnenjager pas aan het einde van het jaar volledig operationeel.

Intussen wordt er in de VS openlijk gespeculeerd over de inzet van grondtroepen. Als de aanvallen niet ophouden, ontkomen de VS volgens de Amerikaanse veiligheidsanalist Brian Katulis niet aan de inzet van grondtroepen om de Straat van Hormuz te heropenen, zo zei hij eind vorige week tegen The Wall Street Journal. Een amfibische taakgroep met zo’n vijfduizend mariniers is inmiddels onderweg. Of die gewicht in de schaal kunnen leggen echter de vraag. „Het ruimen van mijnen is in een conflictsituatie bijna onmogelijk”, concludeerde de Britse minister van Defensie John Healey vorige week al: „De beste manier om de vaarroute te heropenen is de-escalatie”.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Midden-Oosten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next