is tv-recensent van de Volkskrant.
Enkele eenvoudige brandweerwagens hebben in 2011 een catastrofale kernramp voorkomen in het Japanse Fukushima. Met opgepompt zeewater werden de reactoren gekoeld en werd een meltdown van de radioactieve kernstaven ternauwernood voorkomen.
Gelukkig bleven de brandweerpompen intact en was er voldoende diesel. Zonder mazzel en improvisatietalent waren de gloeiende kernen door de betonnen beschermlaag in de aardbodem gesmolten. Als gevolg van dat ‘China syndrome’ zou minstens een groot deel van Japan verloren zijn gegaan.
Het hoge houtje-touwtjekarakter van het bluswerk is een van de onthutsende aspecten van de docu Fukushima, een kernramp van binnenuit op NPO Start (en woensdag deel 2 bij de VPRO). De Japanse regering noch het hoofdkantoor van Tepco, eigenaar van de kerncentrale in Fukushima, nam de regie nadat de tsunami die twintigduizend levens eiste het complex onbeheersbaar had beschadigd. De kernen van zes reactoren gloeiden op door het ontstane koelwatertekort, een potentiële wereldramp.
Dankzij de moed van brandweerlieden en 69 medewerkers die op 11 maart 2011 na het alarm vrijwillig achterbleven in de controlekamer van de centrale, bleef de ramp beperkt tot de radioactieve besmetting van een groot gebied rond Fukushima. Tepco meldde de premier slechts, per fax, ‘een incident’, en bezwoer later dat van explosiegevaar geen sprake was. Vrijwel gelijktijdig zien we zware ontploffingen boven de reactoren.
Van minuut tot minuut volgt de docu de ramp, van zware aardbeving tot verwoestende tsunami tot kernramp, met talrijke onbekende, angstwekkende beelden van amateurs en beveiligingscamera’s. Logisch dat de crisis bij de kerncentrale voortvloeide uit die allesverwoestende vloedgolven, ben je geneigd te denken. Fout.
Tepco’s beschermingsmaatregelen tegen tsunami’s schoten volledig tekort, waarschuwingen voor de kwetsbaarheid werden verdonkeremaand. ‘Het was geen natuurramp. Het was geen menselijke fout. De ramp was een gevolg van menselijk gedrag’, zegt een van de betrokkenen.
De Tepco-bazen lieten de 69 achterblijvers aan hun lot over. Zij moesten zelf zelfmoordcommando’s samenstellen die, de dodelijke straling trotserend, naar de reactoren zouden afdalen om de overdruk te verminderen: allemaal jonge mannen, wier missie alleen werd afgebroken omdat de reactoren explodeerden.
Lachend poseren ze op een foto, met de moed der wanhoop. Hongerig en dorstig ook, want Tepco bevoorraadde de rampenbestrijders niet. Het voedsel raakte op, er was nog één fles drinkwater per persoon.
Absolute held in de docu is operator Ikuo Izawa, die kalm en bescheiden terugblikt op de eindeloze dagen, waarin hij leiding gaf aan het relatief succesvolle temmen van de catastrofe. Hij werd nadien met de nek aangekeken, net als de 68 anderen: zij waren immers het gezicht van Tepco.
De echte verantwoordelijken van Tepco maakten slechts excuses ‘voor de grote angst, de zorgen en het ongemak’. Ikuo raakte zwaar radioactief besmet. Thuis nam hij een bad en prevelde, zodat niemand hem zou horen, tegen het water: ‘Ik leef nog. Ik leef nog.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns